Startpagina Groenten

René Peters (NL): Hopelijk blijven correctiemiddelen bestaan in de spruitenteelt

Zeg ‘spruiten’ en de ogen van René Peters uit Woubrugge beginnen te glimmen. “Zelfs op school noemden ze mij ‘spruit’, want ik had het er altijd over”, aldus de Nederlandse spruitjesteler. Hij ziet dat steeds meer goede correctiemiddelen om spruiten gezond te houden, uitgefaseerd worden. “Brussel kan zich vast zorgen maken of er over een paar jaar nog vollegrondsgroenten geteeld zullen worden in de EU.”

Leestijd : 7 min

Spruitjesteler en akkerbouwer René Peters uit Woubrugge vertelt: “Mijn overgrootopa is hier in 1870 begonnen met een gemengd bedrijf. Ik run dit bedrijf samen met mijn jongere broer Christiaan en ook mijn zoon Marc (21) zal over enige tijd in de maatschap zitten.”

Sinds 1950 spruitenteelt

De opa van René begon in 1950 al met spruitjes telen. Dat deden veel boeren rondom Woubrugge, omdat de gronden er geschikt voor zijn en omdat de vraag naar spruiten groeide. In die tijd werden de spruitjes nog handmatig geplukt: dat was een enorme arbeidsintensieve bezigheid door daggelders. René: “Die hadden daardoor ook 's winters werk en inkomen, en voorheen niet, dus dat was ook sociaal gezien een vooruitgang.”

In 1978 deed opa Peters het melkvee weg, omdat er een regeling was dat als je 5 jaar lang geen vee hield, je een premie kreeg. “En daarna kwam natuurlijk het melkquotum en daardoor moest je inkrimpen. Dat was dus nog een extra stimulans”, aldus René. “Verder was opa meer akkerbouwer/vollegrondsgroenteteler dan melkveehouder.” Na de middelbare agrarische school gedaan te hebben ging René in 1990 op 21-jarige leeftijd in maatschap met zijn ouders.

Spruitenteelt is uitdagend

In die tijd had de familie Peters in totaal 35 ha, waarvan 6 ha spruiten met de rassen Olivier, Kundry en Rampart. Omdat René zijn vader natuurlijk iedere dag met spruitjes in de weer zag, had hij het op school altijd over spruiten. “Ze noemden mij dan ook 'spruit' op school”, zegt hij lachend. “En het ís natuurlijk ook heel leuk om spruitjes te telen, uitdagend ook, want je moet met spruitjes continu 'verplegen' zoals ik het noem. Heel anders dan aardappelen of uien, want die geef je aan het begin een meststof mee en dan redden ze het wel. Bij spruitjes moet je continu bijsturen/bijmesten.” Voor het bespuiten en het bemesten gebruikt hij een Kubota 5110 met respectievelijk een Amazone-spuitmachine en een Rauch-kunstmeststrooier 30.1. In totaal heeft de familie Peters 4 John Deere-tractoren in een pk-range van 100 - 155 pk.

In maart-april levert men de eerste spruitenplantjes. Deze plantjes komen meestal uit een kas en moeten dus even wennen aan de buitenlucht en aansterken/afharden. René: “Als het weer en de grond bekwaam zijn, dan kunnen ze rond april-mei geplant worden. Dat planten gebeurt met een trekker met plantmachine. Daarna meten wij iedere week van 2 planten op 7 ha (iedere keer dezelfde) de lengtegroei. De reden is dat spruitplanten gedoseerd moeten groeien. Als ze te langzaam groeien, dan is de opbrengst minder en zijn ze gevoeliger voor ziekten en plagen. Als ze te snel groeien, dan worden de planten te lang en bestaat er kans op legering en is ook de kans op ziektes en plagen groter.”

De familie Peters plukt vanaf eind augustus tot eind januari spruiten.
De familie Peters plukt vanaf eind augustus tot eind januari spruiten. - Foto: DvD

Acht rassen

Momenteel heeft de familie Peters 130 ha, waarbij op 60 ha spruitjes geteeld worden. De eigen grond bestaat uit zeeklei en is voor 30 tot 35% afslibbaar. Van de 130 ha wordt 60 ha land gehuurd van akkerbouwers. Verder teelt René op 25 ha frietaardappelen, 30 ha tarwe en 10 ha gele uien. De rotatie is 1-op-4 en bij de uien 1-op-8. Marc: “Omdat alles 1-op-4 is, kan ik bij de uien een 1-op-8-rotatie aanhouden.” De reden dat hij voor gele uien kiest in plaats van rode uien is omdat de teelt ervan makkelijker is. De frietaardappelen gaan naar McCain.

Er zijn vele spruitenrassen. Het ene ras is eerder plukbaar dan het andere. Vandaar dat de familie Peters in totaal 8 rassen teelt. Ze beginnen daarbij met Abacus en eindigen met Albarus. Vanaf eind augustus tot eind januari worden bij de familie Peters 6 dagen per week, uitgezonderd zondag, spruiten geplukt. René: “In België is er discussie over een datum tot wanneer je mag oogsten, maar in Nederland is dat minder aan de orde, omdat spruiten en de meeste andere koolgewassen op klei geteeld worden. De boeren die op zand telen in Nederland, die hebben hier wel last van, net als in België.”

Zelfrijdende spruitenplukker op rupsbanden

Om het plukken gemakkelijker te maken werd in 2016 een zelfrijdende spruitenplukker van Tumoba op rupsbanden gekocht. De spruitenplanten worden door een draaiend zaagblad afgezaagd en door de medewerkers op de machine handmatig in een ‘plukkop’ gedaan. Marc: “Deze pluk-kop heeft 6 draaiende mesjes, die de spruiten van de stam afsnijden. Vervolgens komen de spruiten in de bunker.”

Om het plukken te vergemakkelijken werd in 2016 een zelfrijdende spruitenplukker op rupsbanden gekocht.
Om het plukken te vergemakkelijken werd in 2016 een zelfrijdende spruitenplukker op rupsbanden gekocht. - Foto: DvD

Het resterende deel van de spruitenplanten blijft, na verhakseld te zijn, achter op het veld. Dit is weer voeding voor het gewas van het jaar erop. De nieuwe zelfrijdende spruitenplukker kostte maar liefst zo’n half miljoen euro. “Spruitenteelt is dus een dure teelt, dat kun je wel begrijpen. En zeker als je dan ook nog alle manuren rekent. Er zitten continu 4 medewerkers op deze plukmachine.”

Koelen voor sorteren

Op het bedrijf Peters koelen ze de spruiten al voor het sorteren. Daarvoor zit er op de kiepwagen aan de voorzijde een ventilator. Zodra de kieper in de koelcel in de hangar staat, wordt de ventilator op de kiepwagen gelijk aangesloten en de koeling aangezet, zodat de spruiten direct gelijktijdig gekoeld en geventileerd worden. "De belangrijkste reden om dat gelijk te doen als ze in de koelcel staan, is omdat droge spruitjes minder snel schade oplopen", aldus Marc. "Dus worden ze ook minder snel beschadigd in het sorteerproces dat daarna komt."

De spruiten worden voor het sorteren gekoeld. Daarvoor zit er op de kiepwagen aan de voorzijde een ventilator.
De spruiten worden voor het sorteren gekoeld. Daarvoor zit er op de kiepwagen aan de voorzijde een ventilator. - Foto: DvD

Naast het eerste selectiemoment op de oogstmachine zelf volgt in de hangar uiteraard het volgende selectiemoment. De dag na de oogst wordt de kiepwagen met gekoelde spruiten gelost op de sorteerlijn met een hypermoderne selectie- c.q. uitleesmachine van Technature. Deze uitleesmachine, die de familie sinds 2004 heeft, sorteert de spruiten uit op basis van camerabeelden en algoritmes.

De dag na de oogst wordt de kiepwagen met gekoelde spruiten gelost op de sorteerlijn met een hypermoderne uitleesmachine.
De dag na de oogst wordt de kiepwagen met gekoelde spruiten gelost op de sorteerlijn met een hypermoderne uitleesmachine. - Foto: DvD

Marc: “Per maatsortering spruiten wordt gekeken naar slechte/goede spruiten, dit noemen wij ‘spruiten lezen’. De meeste kwalitatief slechte spruiten worden er door de uitleesmachine grotendeels uitgegooid. De laatste spruiten die kwalitatief onvoldoende zijn, ‘lezen’ wij er door handarbeid uit. De goede spruiten worden in boxen van 250 kg gedaan.” Deze nieuwe uitleesmachine scheelt familie Peters 40 uur x 20 weken of 800 werkuren per jaar. Volgens de jonge spruitenteler is dat een “mega-arbeidsbesparing“.

In België vooral contractteelt

In totaal heeft de familie Peters 3 hangars, die achter elkaar staan. In totaal beslaan de hangars een oppervlakte van 2.000 m2. De meest recente hangar is gebouwd in 2001 en is 900 m2. Marc noemt de spruitenteelt overigens geen hoogsaldogewas. “Hier in Nederland is spruitenteelt vooral vrije handel. In België is het inderdaad wel vooral contractteelt, omdat daar veel conservenindustrie aanwezig is.” De spruiten van de familie Peters gaan naar Oxin-Growers in Barendrecht. Die distribueren de spruiten over de gehele EU; het merendeel gaat naar Duitsland.

Zonder correctiemiddelen einde teelt

Volgens René is het aantal spruitentelers in Nederland de afgelopen jaren drastisch verminderd. “Ik schat dat er nog zo'n 45 telers over zijn. Wij werken daarom ook nauw samen.” Onlangs was er weer een bijeenkomst in de Hoeksche Waard, een echt akkerbouwgebied in het westen van Nederland. Er werden actualiteiten besproken. Ook is dit samenwerkingsverband op proefvelden bezig met proeven om te kijken hoe mogelijke toekomstige middelen werken. René: “Uit de proeven komt naar voren dat wij als spruitentelers geen spruitjes kunnen telen met alleen ‘groene’ middelen. Wij hebben echt zogeheten ‘correctiemiddelen’ nodig om in noodgeval ziektes en plagen te kunnen bestrijden, zoals bijvoorbeeld trips en witte vlieg.”

Bij René worden iedere 3 à 4 weken monsters genomen van het gewas en er blijkt nihil aan reststoffen in de plant te zitten. “Wij, als Nederlandse spruitentelers, kunnen nu al voorspellen dat, als de gangbare middelen uitgefaseerd worden in Europa – zoals bijvoorbeeld Movento Batavia op 1 januari 2024 – er geen spruiten meer geteeld kunnen worden, en niet alleen geen spruiten meer, maar ook geen vollegrondse kolenteelt meer.” Er zullen dan wellicht mensen zijn die zeggen: maar waarom kunnen biologische spruitentelers dan wel produceren zonder middelen? René: “Dat die geen massale ziektes en plagen krijgen in hun percelen komt omdat wij als gangbare telers deze ziektes en plagen tot nog toe met gangbare middelen in de hand houden. Zodra dat niet meer het geval is, is de kans op misoogsten bij biologische telers ook vele malen groter.”

Uit de proeven die in de Hoeksche Waard gedaan zijn met spruiten komt naar voren dat van de 60 gezonde, mooie spruiten die aan een plant kunnen zitten er slechts zo'n 10 overblijven als 'groene' middelen worden ingezet bij ziektes en plagen. “En dan moet je beseffen dat de kwaliteit van die 10 spruiten die dan overblijven ook nog eens heel slecht is”, aldus René. “Ze zijn in ieder geval zeker niet retailwaardig.”

Resistente rassen

Volgens de spruitenteler is het veredelen van resistente rassen wel een optie, maar duurt het decennialang om goede resistente spruitjesrassen te telen. “En wat zien wij dus als Nederlandse spruitentelers? Doordat er steeds minder kolentelers overblijven, stoppen commerciële bedrijven met het veredelen van resistente rassen. Ik zie deze ontwikkeling in heel Europa. Brussel kan zich vast zorgen gaan maken of we in Europa over enige jaren nog wel een vollegrondsgroentesector over zullen hebben. Ik vraag mij wel eens af of de politiek het complete plaatje in onze sector wel in beeld heeft. Wij zijn geen bloemetjes aan het telen, maar voedsel!”

Net als zijn vader is Marc naar eigen zeggen echt een ‘spruitenman’. “Dat blijft dus ook mijn hoofdteelt. Grond bijkopen ben ik voorlopig niet van plan, huren is voorlopig makkelijker. Wat het uitfaseren van steeds meer gangbare middelen betreft, dat wordt inderdaad wel een uitdaging. Wij doen hier ook al proeven met nieuwe rassen om te kijken hoe die zich houden.”

Dick van Doorn

Lees ook in Groenten

Innoverend onderzoek in monitoringstechnologieën bij Inagro

Groenten Al meer dan 20 jaar stuurt Inagro waarnemings- en waarschuwingsberichten voor verschilende openluchtteelten zoals (biologische) prei, kolen en witloof. Dankzij onderzoek naar nieuwe monitoringstechnologieën kan Inagro voortaan nog nauwkeuriger insecten tellen en de verkregen data sneller verwerken.
Meer artikelen bekijken