Startpagina Recht

Wat als mijn vroegere verpachter toch niet zelf exploiteert?

Ik kreeg 6 jaar geleden opzeg van mijn verpachter, omdat deze de verpachte goederen zelf zou gaan gebruiken. Ik aanvaardde de opzeg tijdens een verzoeningsgesprek bij de vrederechter en liet 2 jaar later de verpachte goederen vrij liggen voor de verpachter. Nu stel ik vast dat mijn vroegere verpachter de gronden niet langer zelf bewerkt. Hij zegt dat dit niet moet, omdat zijn gezondheid het niet meer toelaat. Klopt dit? Kan ik hiertegen iets ondernemen, want een andere boer die gronden nu zien gebruiken vind ik niet correct.

Leestijd : 4 min

De verpachter die opzegt voor eigen gebruik, moet zich na de opzeg en vrijgave van het pachtgoed aan bepaalde verplichtingen houden.

Verplichtingen na opzeg

Zo volgt uit art. 9 van de Pachtwet dat de persoon in wiens voordeel de opzeg voor eigen gebruik werd gegeven ook daadwerkelijk persoonlijk moet exploiteren binnen de 6 maanden na de ontruiming van het pachtgoed door de pachter, en dit ten minste gedurende 9 jaar vanaf de aanvang van die exploitatie. Deze persoonlijke exploitatie veronderstelt bovendien dat de exploitant zelf de opbrengsten van de exploitatie verkrijgt.

De werkelijke exploitatie veronderstelt verder ook dat de aangewezen exploitant van de grond niet slechts het financiële beheer op zich neemt, maar werkelijk deelneemt aan het landbouwproductieproces, wat niet uitsluit dat hij bepaalde taken aan derden kan uitbesteden (bijvoorbeeld aan loonwerkers).

Sanctie

Indien de reden waarvoor opzeg werd gegeven, het zogenaamde opzegmotief, niet wordt uitgevoerd, voorziet de Pachtwet in verschillende mogelijke sancties. Artikel 13 van de Pachtwet bepaalt dat de pachter die het pachtgoed ontruimd heeft ingevolge een opzegging voor persoonlijke exploitatie, recht heeft op zijn terugkeer op het pachtgoed met schadevergoeding of desgewenst op schadevergoeding alleen, indien het pachtgoed meer dan 6 maanden en minder dan 9 jaar na de ontruiming ervan, zonder gewichtige redenen niet geëxploiteerd wordt door degene of degenen die in de opzegging als aanstaande exploitant aangewezen zijn. In uw geval lijkt de persoonlijke exploitatie door uw vroegere verpachter in elk geval geen 9 jaar te zijn volgehouden.

Gewichtige redenen

Enkel in geval van gewichtige redenen mag de persoon in wiens voordeel opzeg werd gegeven dus de persoonlijke exploitatie stopzetten voordat de 9 jaar exploitatie zijn bereikt. Het begrip ‘gewichtige redenen’ in de zin van art. 13 van de Pachtwet werd door de wetgever niet gedefinieerd. Volgens de rechtspraak en rechtsleer zijn het redenen die ruimer zijn dan louter gevallen van overmacht, maar moet het wel om een quasi-noodzakelijkheid gaan, die verhindert om de voorgenomen exploitatie voort te zetten. Daarbij sommen diverse auteurs als voorbeeld hiervan gezondheidsproblemen op, in het bijzonder deze ten gevolge van ziekte, een ongeval of invaliditeit. Deze feiten zijn namelijk onvoorzienbaar voor, en onafhankelijk van de wil van de opzeggende verpachter.

Niet elke ziekte of gezondheidsprobleem zal echter als gewichtige reden in de zin van art. 13 van de Pachtwet worden aanvaard. Volgens Gotzen wordt een zware en permanente ziekte of invaliditeit enkel als een gewichtige redenen in de zin van artikel 13 van de Pachtwet beschouwd voor zover deze ziekte of invaliditeit niet kon worden voorzien en voor zover de betrokkene ten gevolge ervan niet meer in staat is tot de door de wet geëiste persoonlijke en effectieve uitbating, eventueel met de hulp van derden voor het materiële werk. Dit zal telkens geval per geval beoordeeld moeten worden door de rechtbanken, waarbij ook rekening zal worden gehouden met de vooraf bestaande toestand. Zo werd in het verleden in een specifiek geval door de rechtbank geoordeeld dat een persoon die al gedurende 20 jaar aan een hartaandoening leed, geen gezondheidsredenen kon inroepen om de stopzetting van zijn exploitatie te verantwoorden. Deze problemen konden immers moeilijk als niet-voorzienbaar worden beschouwd.

Afstand?

In uw mailbericht legt u ook uit dat uw vroegere verpachter ook van mening is dat u geen recht van spreken meer heeft omdat u bij de vrederechter de opzeg heeft aanvaard. Dit argument van uw vroegere verpachter klopt niet. Wanneer de pacht immers wordt beëindigd op grond van een opzegging, waarmee de pachter zich akkoord heeft verklaard bij proces-verbaal voor de vrederechter in het kader van een oproeping in verplichte verzoening, heeft dit akkoord niet tot gevolg dat de pachter afstand heeft gedaan van zijn recht op terugkeer en/of schadevergoeding voor het geval de aanstaande exploitant het voornemen op grond waarvan werd opgezegd niet zou uitvoeren.

Tijdig reageren

Opgepast! De eis tot terugkeer op het pachtgoed omwille van het niet langer exploiteren door de verpachter moet worden ingesteld binnen de 3 jaar na het verlaten van het verpachte goed. Dit is een vervaltermijn, wat wil zeggen dat u bij het instellen van uw vordering na 3 jaar geen recht meer heeft op een terugkeer of op schadevergoeding.

Wanneer u dus vaststelt dat uw vroegere verpachter niet langer zelf de opgezegde gronden uitbaat, wacht u het best niet te lang met het opstarten van de procedure. Om tijdig uw vordering in te stellen volstaat het dat u uw vroegere verpachter binnen de 3 jaar laat oproepen in verzoening voor de vrederechter, voor zover u na een niet-verzoening ook binnen de maand uw vorige verpachter dagvaardt.

Jan Opsommer

Lees ook in Recht

Meer artikelen bekijken