Startpagina Granen

Ervaringen met verlate zaai van wintertarwe

Het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG) dook vorige week in zijn archief om ervaringen met late zaai van wintertarwe na te gaan.

Leestijd : 2 min

Het KMI beschrijft de herfst van 2023 (tussen september en november) als warm met een zeer regenachtige tweede helft. Er viel 284 l neerslag in Ukkel, wat bij de 3 hoogste waarden sinds 1991 zit. Eigen metingen door het LCG op een aantal proeflocaties geven meer neerslag aan in het westen. In Jeuk viel er in dezelfde periode 255 l neerslag, in Helkijn 333 l, in Gistel 350 l, in Koksijde 361 l en in Poperinge 455 l.

Voorjaar cruciaal bij late zaai

Sinds 2010 zijn er 2 seizoen waarin de zaai van wintertarwe werd uitgesteld door een nat najaar. De weersomstandigheden in het voorjaar bleken cruciaal te zijn bij een uitgestelde zaai. Een zeer droge lente is echter heel nadelig voor laat gezaaide wintergranen, zoals bleek uit de proeven in seizoen 2010-2011.

In Houtave werd er op 26 december 2010 gezaaid, maar in het voorjaar van 2011 viel er slechts 71 l neerslag, wat volgens het KMI uitzonderlijk droog is. Dit bleek te weinig voor een goede voorjaarsontwikkeling van de tarwe, waardoor beslist werd om de proef stop te zetten. Daardoor zijn er geen oogstresultaten van deze proef.

In het seizoen 2012-2013 kon de rassenproef in Koksijde pas gezaaid worden op 14 januari 2013. De zaaidichtheid van de proef werd dan verhoogd en betrof 450 zaden/m². In het voorjaar van 2013 viel er voldoende neerslag, namelijk 222,5 l tussen maart en mei, wat gunstig was voor de groei van tarwe. Er werd pas geoogst op 30 augustus 2013. Ondanks de uitzonderlijke situatie, kon er toch gemiddeld gedorst worden, aan 12,1 ton/ha. Rekening houdend met proefomstandigheden, komt dit neer op zo’n 10,5 ton/ha in de praktijk (10-15% verliezen). Het hectolitergewicht lag op 78,4 kg/hl.

Niet later dan half januari

Het wordt aangeraden om wintertarwe niet later dan half januari te zaaien. Wintertarwe heeft namelijk lage temperaturen nodig in de jeugdgroei. Dit is de vernalisatie, een groeiproces dat beïnvloed wordt door de koude. Door deze groeistilstand worden de nodige stoffen gevormd die de aarvorming inleiden, zoals gibberelline.

Zonder deze koude-inductie zal de tarwe lang blijven uitstoelen, zonder door te schieten. De aarvorming blijft dan achterwege of is onvolledig, zonder rijpe aren te vormen. Door deze moeilijke omstandigheden is het dus interessant om de zaaidichtheid te verhogen.

Indien het vanaf de zaai aanhoudend zacht zou blijven, betekent dit onvoldoende koude voor deze vernalisatie. Dat kan als gevolg hebben dat de wintertarwe onvoldoende of zelfs niet in aar komt. Vandaar dat het zaaien vanaf half januari niet zonder risico is.

LCG

Lees ook in Granen

Volg de bladluizendruk vooral in wintertarwe op

Granen Het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG) meldt dat de gevoeligste fase voor het dwergvergelingsvirus op veel gerstpercelen voorbij is. In wintertarwe moet dit nog wel opgevolgd worden. Dwergvergeling dient voorkomen te worden door bestrijding van bladluizen.
Meer artikelen bekijken