Startpagina Groenvoorziening

De tuin en de wet: Overzicht van wetgeving over goed nabuurschap

Ontspannen, spelen, creatief zijn, vrienden ontvangen voor een barbecue: de tuin, dat is genieten. Soms is het echter ook een bron van frustratie voor de buurman. Maak daarom bij de aanleg van je tuin goede afspraken met de buren of beter nog: respecteer de geldende wetgeving omtrent deze materie. Zo ben je er zeker van dat je probleemloos kan genieten van je eigen stukje natuur, en vermijd je problemen met je buur.

Leestijd : 5 min

Lange tijd bepaalde het Landelijk Wetboek, ook wel het ‘Veldwetboek’ genoemd, een aantal rechten en verplichtingen met betrekking tot ‘het samenleven op het platteland’. Deze wetgeving ging in voege op 7 oktober 1886, en was ondanks de vele aanpassingen verouderd en zorgde voor veel onduidelijkheid. Het werd hoog tijd voor vernieuwing en verduidelijking, zo vond ook de wetgever. Op 21 september 2021 werd het Burgerlijk Wetboek aangevuld met een aantal bepalingen die betrekking hebben op het goede nabuurschap. Voor wie door de bomen de tuin niet meer ziet, zetten we een aantal zaken graag op een rijtje.

Plantafstand van bomen en struiken

Vroeger Hoogstammige bomen moesten op 2 m van de perceelsgrens geplant worden, andere bomen (knotbomen, leibomen, struiken, hoge hagen) moesten op tenminste 0,5 m van de perceelsgrens geplant worden. Dit zijn de regels die ook nu nog gelden voor aanplantingen die gebeurden voor 21 september 2021. Deze regels leidden echter vaak tot discussies, omdat het begrip ‘hoogstammige bomen’ niet echt eenduidig is.

Nu Art 3.133 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat alle beplantingen op een bepaalde afstand van de perceelgrens dienen te staan. Voor bomen die minstens 2 m hoog zijn, is dit op 2 m van de perceelsgrens, te meten vanaf het midden van de voet van de boom. Alle andere bomen, struiken en hagen moeten op ten minste een halve meter van de perceelsgrens geplant worden. In de praktijk betekent dit dat alle aanplantingen die men hoger dan 2 m wil laten groeien, op minimum 2 m van de perceelsgrens dient te planten. Dit geldt dus ook voor struiken en hagen die men hoger laat groeien dan 2 m.

Uitzonderingen

De wet voorziet in een aantal uitzonderingen op de eerdergenoemde regel. Wanneer je een overeenkomst maakt met je buur – leg dit het best vast in een geschreven of digitaal documentje – kan je van de wettelijke bepalingen afwijken. Zo kan je een haag dichter of op de perceelgrens planten en hebben beide buren voldoende privacy zonder verspilling van tuinruimte. Maak dan ook ineens afspraken over de hoogte van de beplanting en over wie voor het onderhoud zal instaan, want goede afspraken maken goede vrienden.

Ook voor beplantingen die niet hoger reiken dan de afsluiting tussen de percelen geldt een uitzondering. Deze mogen dichter tegen de perceelsgrens geplant worden zonder dat de buur zich hiertegen kan verzetten. Als het om een niet-gemene afsluiting gaat, dan mag de eigenaar van de afsluiting deze gebruiken als steun voor de aanplant.

Een derde uitzondering betreft de 30-jarige verjaring: als de beplanting al meer dan 30 jaar op dezelfde plaats staat, gelden eerder genoemde afstandsregels niet.

Wortels en overhangende takken

Vroeger Art. 37 van het Veldwetboek voorzag dat diegene over wiens eigendom takken van bomen van een buur hangen, de buur kan eisen (via gerechtelijke weg) om die takken weg te snoeien. Ook mocht diegene op wiens erf wortels doorschieten, deze zelf weghakken. Deze regels waren geldig, ook al betrof het oude bomen die al jarenlang op diezelfde plek groeiden.

Nu Art. 3.134 van het Burgerlijk Wetboek is minder voor interpretatie vatbaar, maar geeft in geval van geschil meer mogelijkheden aan de rechter die een oordeel moet vellen. Het artikel luidt letterlijk: “Indien een eigenaar van beplantingen waarvan de takken of wortels doorschieten over de perceelsgrens, nalaat om de doorschietende takken of wortels te verwijderen binnen 60 dagen na een ingebrekestelling per aangetekende zending van de nabuur, kan deze laatste eigenmachtig, op kosten van de eigenaar van de beplantingen, deze takken of wortels wegsnijden en zich toe-eigenen. Als de nabuur het doorschietende zelf wegsnijdt, draagt hij zelf het risico voor de schade die hij aan de beplantingen toebrengt. Hij kan eveneens eisen dat de eigenaar dit wegsnijdt, tenzij de rechter van oordeel is dat zulks rechtsmisbruik uitmaakt. De rechter houdt bij dat oordeel rekening met alle omstandigheden van het geval, met inbegrip van het algemeen belang. Het recht om de verwijdering te eisen, kan niet uitdoven door verjaring.

Vruchten die op natuurlijke wijze van de bomen op een aanpalend onroerend goed vallen, behoren toe aan degene die het genot van dit laatste onroerend goed heeft.”

De tuinafsluiting

Ook het plaatsen van een (niet-levende) omheining rond de tuin is onderworpen aan specifieke regelgeving. De algemene regels hieromtrent vallen onder de bevoegdheid van het Vlaams Gewest, maar de gemeenten kunnen bijkomende voorwaarden opleggen. In het algemeen kan gesteld worden dat het plaatsen van een open afsluiting in draad of draadgaas niet vergunningplichtig is. Voor alle ander types van afsluiting geldt een vergunningsplicht, tenzij deze valt onder de voorwaarden voor vrijstelling. Deze voorwaarden zijn:

De maximale hoogte van de afsluiting in de voortuin is 1 m, in de zij- en achtertuin maximaal 2 m hoog.

Afstand: de gesloten afsluiting ligt volledig binnen een straal van 30 m van de woning van de eigenaar die de afsluiting wil plaatsen.

Informeer steeds bij de gemeente of er geen bijkomende voorwaarden zijn.

Baas in eigen tuin?

Sedert 1 september 2021 zijn er ook nieuwe regels van kracht met betrekking tot het goederenrecht die relevant zijn voor tuineigenaars. Je mag nu in sommige gevallen de tuin van iemand anders betreden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar. Je mag dit wel enkel doen als er sprake is van een noodzaak of een ongeluk. Je trapte bijvoorbeeld per ongeluk een bal in iemands tuin, je kat is al een tijdje vermist en je hoort ze miauwen in de tuin van de buren. Je moet wel eerst aanbellen, maar als er niemand opendoet of men weigert de toegang, dan heb je toch het recht om je eigendom te gaan zoeken.

Door de nieuwe regels is het ook mogelijk om onder meer een stelling of een kraan te plaatsen op het terrein van je buur, als je zelf niet over de nodige ruimte beschikt of als de plaats waar de werken moeten worden uitgevoerd worden enkel bereikbaar is vanop het terrein van de buren. Je buur kan dat niet zomaar weigeren, maar kan wel schadevergoeding eisen als er sprake is van schade aan zijn eigendom.

En er is nog meer…

Wie dacht dat we het nu wel gehad hebben met de tuin en de wet, vergeet de regels rond het rooien van bomen, wat met zwembaden en losstaande bouwwerken in de tuin, kraaiende hanen en blaffende honden, het maaien van gras in het weekend, afstromend water uit naburige tuinen en ga zo maar door. Dat is echter voer voor juristen. Laten we als tuinliefhebbers zoveel mogelijk genieten van onze tuin zonder het genot van anderen in het gedrang te brengen, want een goede buur is beter dan een verre vriend.

Geert Brantegem

Lees ook in Groenvoorziening

Welke groenten nu al zaaien in volle grond en in perspotjes?

Groenvoorziening We zijn het niet meer gewoon, maar de tweede week van april viel er zowaar enkele dagen op rij geen regen. De aangename temperatuur en het lentezonnetje deden ons tuiniershart sneller slaan. Helaas is het in vele tuintjes nog te nat om nu al aan de slag te gaan. Afgelopen 6 maanden waren dan ook natter dan gemiddeld en het weerbericht voorspelt dat ook de komende week wisselvallig en fris wordt met de nodige aprilse grillen.
Meer artikelen bekijken