“Wij zijn een typisch geval van ‘boerke pesten’ in de kleinschalige landbouw”
Het omzetten van landbouwbedrijven naar residentiële woningen maakt in de Vlaamse landbouw heel wat emoties los. Naar aanleiding van ons artikel over ‘fermettisering’ bereikten een aantal getuigenissen onze redactie. Een daarvan is die van Saskia en Eric.

Zij zitten met de handen in het haar. Hun verhuurder probeert hen op allerlei manieren van hun boerderijtje te krijgen, maar naar hun ‘nieuwe’ boerderij kunnen ze nog niet. “Wat wij meemaken, komt steeds vaker voor in de kleinschalige landbouw in Vlaanderen”, zeggen ze.
Saskia Butzen en Eric Veraert starten hun eerste boerderij voor de opvang van verschillende dieren die niet langer gewenst waren in de klassieke veehouderij. Zowat 6 jaar geleden kwamen ze terecht in Nazareth. Daar groeide het huidige bedrijf uit tot een kleinschalige veehouderij met melkschapen en -geiten: ruim 50 volwassen schapen en geiten, en goed 30 dieren in de opfok en 40 lammeren. De geiten zijn meerkleurige Alpine-geiten, de schapen zijn Belgische melkschapen (een stuk groter dan de vaker voorkomende vleesschapen). Met de Belgische melkschapen wil Saskia via het stamboek meehelpen om dat ras in stand te houden. Met hun ezel Medard zijn ze graag geziene gasten op tal van boerenmarkten.
“Wij zijn landbouwers in bijberoep en tegelijk een zorgboerderij, in landbouwgebied bovendien. De schapen en geiten staan in de weide achter de boerderijwoning, waar we zelf ontworpen mobiele stallen hebben. Heel vaak graast een groot deel van de dieren op verplaatsing. De schapen en geiten worden onder meer ingezet voor het begrazen van boomgaarden, losse perceeltjes of grotere private natuurgebieden. De mest uit de mobiele stallen gaat naar de volkstuintjes in Deinze. We hebben gemolken op 2 locaties, maar door problemen met blauwtong vorig jaar hebben we dat teruggebracht naar 1 locatie. Door blauwtong verloren we in 2024 zowat 50 dieren en dan was er nog de nasleep met soms bijna kreupele dieren en verminderde vruchtbaarheid”, vertelt Saskia.
Korte keten
“We verkopen onze schapen- en geitenmelk in de korte keten. Doorgaans zijn onze klanten inwoners met roots in Marokko, Turkije, Syrië of Albanië, landen met een culinaire cultuur die vaak teruggrijpt naar verse melk van schapen en geiten. De zaken gaan relatief goed en onze dochter – afgestudeerd in dierenzorg – zou op termijn de boerderij willen overnemen. Als je het zo bekijkt, is dat toch de droom van iedereen die met veeteelt bezig is?”, stelt Saskia.
Toch hangen er donkere onweerswolken boven de geiten- en schapenboerderij in Nazareth-De Pinte. “Het begon allemaal iets meer dan 2 jaar geleden. De leegstaande boerderij met kippenstallen naast de onze, eveneens eigendom van onze verhuurder, werd plots verkocht. Bij het vrijmaken van het perceel werd volgens ons de perceelsgrens overschreden, zodat een door ons geplaatste schutting sneuvelde. Voor de verkoop vloog dan een drone over het perceel dat wij huren die foto’s maakte – wat volgens ons verboden is – en verder stelden wij vast dat een loopje genomen werd met de voorschriften bij het slopen van het asbestdak van de kippenstal. Wij hebben dat en nog meer zaken aangekaart bij de lokale politie en het gemeentebestuur, maar die vertelden dat ze niet konden tussenkomen”, vertelt Saskia.
Plotse controles
“Kort daarna werden we door onze verhuurder voor het vredegerecht gedaagd." De verhuurder wilde het huurcontract laten ontbinden voor de einddatum. De vrederechter heeft in zijn vonnis gesteld dat het huurcontract niet ontbonden wordt. Daarna volgden er, heel toevallig, plots controles: dierenwelzijn, het FAVV, de Mestbank … Al die voorgaande jaren waren er nooit controles nodig en dan komen die ineens allemaal tegelijk? De verhuurder is dan nog 2 keer naar de vrederechter gestapt om het huurcontract te laten ontbinden en telkens werd hij in het ongelijk gesteld, maar hij ging in beroep. "Zopas heeft de verhuurder ons nog een vierde keer voor de rechtbank gedaagd.”
Moeilijke zoektocht
naar nieuwe locatie“Voor ons als landbouwbedrijf had een pacht beter geweest dan een huurcontract, maar in de kleinschalige veeteelt heb je de geschikte locaties niet zomaar voor het uitkiezen. Wij hebben natuurlijk al begrepen dat we onze woning en weide in Nazareth niet zo lang als bepaald in het huurcontract zouden kunnen huren. We zijn constant aan het uitkijken naar een geschikte nieuwe locatie, maar met een kleine uitbating als de onze zit je constant in concurrentie met de ‘paardenmensen’, die doorgaans veel kapitaalkrachtiger zijn dan ons. Vermoedelijk is onze huidige locatie ook al 'gereserveerd' voor iemand met paarden. Dan verdwijnt in onze straat – ingekleurd als landbouwgebied – het laatste landbouwbedrijf en wordt alles hier residentieel.
Wij hadden een locatie op het oog in Leuze, maar dat is door een zwaar verkeersongeval van de eigenaar op het laatste nippertje afgesprongen. Op dit moment hopen we dat we naar een nieuwe huurlocatie in Doel kunnen, maar daar moeten eerst nog elektriciteitswerken en een sanering gebeuren en dat lukt niet meteen. Een melkveebedrijf met zowat 100 geiten en schapen verhuis je niet in een vingerknip. Wij willen daarover graag het gesprek aangaan met onze verhuurder, maar dan botsen we op een muur.” De verhuurder werd gecontacteerd, maar hij wenste niet te reageren.
Ongelijke strijd
Wat het koppel vooral wil aankaarten, is de ongelijke strijd. “Onze verhuurder heeft blijkbaar een onbeperkt budget voor advocaten en gerechtskosten. Huurders worden doorgaans goed beschermd in België, maar ik vermoed dat hij erop rekent dat wij al dat geloop naar de rechtbank op den duur wel beu zullen worden. Ons kleine bedrijfje kan inzake kosten, administratieve last en tijd die ongelijke strijd moeilijk blijven aangaan. En dat aspect zie je heel vaak terugkeren in de kleinschalige landbouw in Vlaanderen. Van zodra die ‘botsen’ met iemand met vermogen, gaan veel van die bedrijfjes ten onder. En je weet vooraf nooit of en met wie je zou kunnen ‘botsen’ als je een locatie op het oog hebt of als je ‘nieuwe buren’ krijgt.”
De aanhoudende processen zorgen bij de veehouders voor een grote emotionele last en ze hypothekeren bovendien de bedrijfsvoering. “Wij hadden het plan om een deel van onze melkproductie zelf te gaan verwerken, want in de zomermaanden trekken veel van onze klanten naar zeg maar hun thuisland en dan zakt onze verkoop wat in. Met eigen verwerking tot langer houdbare producten zouden we dat overschot een extra commerciële waarde kunnen geven, maar met alle ellende die we al over ons kregen, hebben we die stap niet kunnen zetten”, vertelt Saskia.
“Als in de politiek in Vlaanderen gepraat wordt over veeteelt, dan steekt iedereen de duim omhoog voor onze manier van werken: kleinschalig, duurzaam, inzetten op de langleefbaarheid van de dieren, verkoop in de korte keten, voor het behoud van familiebedrijven en tegen de ‘fermettisering’… noem maar op. In de praktijk moeten bedrijven als het onze echter vaak de duimen leggen voor het recht van de sterkste en het ‘ons-kent-ons’-gegeven. In het gevecht om landbouwgrond zijn het de kleintjes die het onderspit delven, ondanks al de sympathie van politici en burgers”, besluit Saskia.