Startpagina Tuin

De moestuin: Spitten of niet spitten, dat is de vraag

Urbanus wist het in 1980 al. In een van zijn sketches had hij het over zijn tuin waar hij biologisch tuinierde. Een van de grote voordelen van biologisch tuinieren was volgens Urbanus dat “ge moet beginnen met uw tuintje niet om te spitten…”. Nu, bijna 40 jaar later, begint men zich ook in de gangbare moestuinderij af te vragen of het wel altijd nodig en even nuttig is om de teeltlaag jaarlijks ondersteboven te keren.

Leestijd : 5 min

Nog volgens Urbanus was dit nefast voor het bodemleven omdat “de anaerobe bacteriën dan opbranden in de zuurstof en de aerobische vanonder komen te zitten en ze daar niet meer uit kunnen”. En dat is nu precies de vraag: weegt de verstoring van het bodemleven die gepaard gaat met spitten op tegen de voordelen ervan? Let wel, onderstaande tekst geldt enkel voor moestuintjes die al enkele jaren in gebruik zijn. Bij het opstarten van een moestuin op een nieuw perceel (stukje gazon, weiland,…) gelden andere regels en daar hoort spitten nu eenmaal bij.

Spitten

De klassieke manier om de moestuin voor te bereiden op het nieuwe seizoen is aan de slag te gaan met de spade en de grond om te spitten, waarbij de teeltlaag wordt omgekeerd. Het bovenste deel van de grond komt onderaan te liggen en vice versa. Wie start met de aanleg van een nieuwe moestuin op een nog niet eerder voor dit doel gebruikte grond of wie een moestuin heeft waarvan de grond nog flink moet verbeterd worden kan best jaarlijks de grond omspitten, omdat op die manier vlugger een egale en humusrijke teeltlaag kan bekomen worden.

Het omspitten kan uiteraard het best worden gedaan in het rustseizoen, als de moestuin omzeggens leeg is. Een zware bodem (kleigronden) worden best in het najaar gespit, vlak voordat de vorst invalt. De grote aardkluiten vriezen dan stuk, waardoor de grond een losse structuur krijgt. Na natte winters bestaat de kans dat de zware gronden grotendeels weer dichtgeslempt zijn, het is dan aangeraden om de grond in het voorjaar met een spitvork “los te woelen” vooraleer het zaaibed fijn te maken. Lichtere gronden (zand en zand-leemgronden) worden in het vroege voorjaar gespit. Het grote voordeel van spitten is dat men tijdens het spitten makkelijk een grote hoeveelheid organisch materiaal (stalmest, compost, verteerd bladafval,...) kan onderwerken in de grond, waardoor we al na enkele jaren een donkerder gekleurde teeltlaag krijgen door het stijgend gehalte aan humus.

Nadeel is dat spitten een arbeidsintensieve bezigheid is, zeker op zware kleigronden. Vaak wordt de hele moestuin in dezelfde periode omgespit, het fijnmaken met de hark of frees gebeurt per gewasgroep, net voor het inzaaien.

Loswoelen

Sedert enkele tientallen jaren wint ecologisch verantwoord tuinieren steeds meer aan belang. Bij deze wijze van tuinieren beschouwt men spitten, tenzij noodzakelijk voor een nieuwe moestuin, als schadelijk voor het biologisch evenwicht van de bodem. Ecologische tuiniers bewerken de grond zonder deze om te keren door hem in het voorjaar los te maken tot op 20 à 25 cm diepte, met behulp van een woelriek of grelinette. Bij ecologisch tuinieren wordt de grond in het najaar afgedekt met organisch materiaal (hooi, stro, bladeren, compost) om structuurbederf door regen en wind tijdens de winter te vermijden.

De resterende winterbedekking wordt in februari maart weggehaald en afgevoerd naar de composthoop, zodat de grond kan opwarmen. Twee à drie weken voor het inzaaien wordt de grond losgewoeld en ingestrooid met goed verteerde compost, die met een tuinhark wordt ondergewerkt in de bovenste 5 tot 10 cm van de grond. In tegenstelling tot spitten wordt de hele moestuin dus niet in 1 keer bewerkt, maar enkel die percelen die kort daarna zullen ingezaaid worden.

Pro’s en contra’s

Beide systemen hebben voorstanders en tegenstanders die elk overtuigd zijn van hun gelijk. Belangrijk is die methode te kiezen waar je je als tuinier het best bij voelt. Dit kan ook een combinatie zijn van beide methoden waarbij bepaalde perceeltjes (bvb voor de diep wortelende wortelgewassen) wel worden gespit en de perceeltjes voor de oppervlakkig wortelende gewassen en de nateelten niet worden gespit.

Het is niet omdat spitten al sinds mensenheugenis en wereldwijd wordt beschouwd als gangbare manier van bodembewerking dat andere methoden slechter of minder waardevol zouden zijn. Spitten is radicaal, de bodem loswoelen sluit veel dichter aan bij de natuur. We zetten de voornaamste pro’s en contra’s op een rij, aan de tuinier om uit te maken welke manier hij prefereert.

-Pro: spitten maakt de grond losser en verbeterd de bodemstructuur waardoor zware grond gemakkelijker te bewerken wordt en de waterdoorlaatbaarheid vergroot. Contra: de omgespitte en luchtig gemaakte grond droogt in eerste instantie heel vlug uit, maar slempt ook gauw weer dicht, waardoor al na enkele weken de bodemstructuur drastisch achteruit gaat en de waterdoorlaatbaarheid eerder afneemt. Langs de andere kant is dat voor de meeste, kortlopende moestuinteelten niet dramatisch.

-Pro: bij het spitten worden de aanwezige onkruiden ondergewerkt en vertrekt men met een zuivere bodem om in te zaaien of te planten. Contra: De aanwezige onkruiden, samen met de aanwezige zaden, verdwijnen inderdaad onder de grond maar tegelijkertijd spit men een grote hoeveelheid vroeger ingegraven zaden terug aan de oppervlakte. Vaak zijn dit zaden die het goed doen op braakliggend terrein, m.a.w. die het goed doen in een pas omgespitte tuin, waar ze, geactiveerd door het zonlicht en de oplopende temperatuur, massaal ontkiemen. Gevolg: onkruidbestrijding is de voornaamste taak van de tuinier

-Pro: Tijdens het spitten kan men gemakkelijk organisch materiaal (compost of stalmest) onderwerken. Het organisch materiaal dient als bemesting en wordt door het bodemleven omgezet in voedsel voor de planten en humus. Contra: mest bevat nog actieve onkruidzaden en zorgt zo voor extra onkruiddruk. Het onderwerken van grote hoeveelheden organisch materiaal is onnatuurlijk en kan leiden tot een anaerobe zone in de bodem waardoor de vertering vertraagt of stilvalt, bovendien verbruiken de bacteriën die zorgen voor de vertering van de mest grote hoeveelheden stikstof waardoor er in het begin van de teelt heel weinig stikstof beschikbaar is voor de ontwikkeling van de plant. Het is beter om de mest eerst te composteren om hem daarna te gebruiken als mulchlaag (in het najaar over de lege percelen in de moestuin aanbrengen) in de moestuin. Het bodemleven, in dit geval vooral de regenwormen, zorgen ervoor dat de compost geleidelijk in de bodem verdwijnt.

Zoals uit bovenstaande blijkt hebben beide systemen zowel voor als nadelen. Voor welke methode u ook kiest, het is belangrijk om te wachten tot de grond voldoende droog is en de bodemtemperatuur voldoende hoog is vooraleer aan de slag te gaan. De tuinliefhebbers met een zanderige bodem zijn hierbij in het voordeel omdat zandgronden beter draineren en dus vroeger te bewerken zijn; tuinders op zware kleigronden, die het water lang vasthouden, zullen helaas nog enkele weken moeten wachten.

G.B.

Lees ook in Tuin

Goede raad bij de keuze van het juiste zaad

Actueel In de tuincentra hangen de zadenrekken weer propvol met kleurrijke zakjes gevuld met verse, kiemkrachtige zaden van tomaten in alle kleuren van de regenboog, van pompoenen in veel verschillende maten, zonnebloemen van groot tot klein, ronde wortelen, lange wortelen, rode kolen, witte kolen, groene kolen, Chinese kool, vroege en late bloemkool en nog veel meer moois en lekkers.
Meer artikelen bekijken