Terugblik 2025: Ziektes in de veehouderij en ‘betere’ prijzen voor vleesvee
Als redacteur voor binnenlandse politiek en de sector veeteelt merkte ik dat voor 2025 mijn reportages enkele relevante trends in de sector volgden. Er zijn duidelijke verschillen ten opzichte van 2024, toen het jammer genoeg heel vaak over blauwtong ging.

Blauwtong bleef een relevant onderwerp in 2025 en de reacties op vragen daarover waren vorig jaar een stuk positiever dan het jaar daarvoor, onder meer dankzij de verplichte vaccinatie.

2025 was ook het jaar waarin tal van andere overdraagbare ziektes opdoken of terugkeerden. Vogelgriep, mond-en-klauwzeer, nodulaire dermatose (lumpy skin disease), IBR, PRRS, Afrikaanse varkenspest... We kondigden het reeds aan in een interview met deskundigen ter zake: de veeteelt zal in de toekomst meer dan vroeger met dergelijke uitbraken te maken krijgen. Die voorspelling kwam jammer genoeg ook uit.
Vaccinaties en mogelijk Nieuwe Genomische Technieken – voor zover Europa die wil toestaan – worden vaak vernoemd bij de oplossingen, naast verstrengde biosanitaire inspanningen op de veehouderijen. Het is uitkijken wat 2026 in dat verband kan brengen: krijgen we nieuwe uitdagingen of nieuwe oplossingen?
Betere prijzen
2025 bracht echter gelukkig ook positief nieuws. Het was een goed jaar voor de houders van vleesrunderen, die onder meer daardoor vaker in beeld kwamen in Landbouwleven. Na jaren, volgens sommigen zelfs decennia, van ‘slechte’ prijzen voor vleesrunderen, werden er vorig jaar opnieuw karkasprijzen betaald waar je als veehouder blij van wordt. Onder meer de vele stoppers in het vleesvee en misschien ook een beetje de impact van de vele blauwtongbesmettingen van 2024 hadden voor een aanvoertekort in rundvlees gezorgd. Bij schaarste stijgen de prijzen, zo eenvoudig werkt de markt.
Niemand van de vleesveehouders die ik sprak wees beschuldigend naar de andere schakels in de ketting die vlees tot bij de consument brengen. Regelmatig kwam echter terug dat het verhaaltje dat de consument niet nog meer zou willen betalen voor zijn rundvlees, in 2025 duidelijk ontkracht werd. De consumptieprijzen voor rundvlees stegen flink en er werd veel over gepraat (ook in de klassieke media), maar rundvlees wordt nog steeds vlot verkocht.
Nog iets dat mij is bijgebleven uit 2025, is het succes van de korte keten, met veehouders die nog een extra opleiding volgen en die nog extra investeren en die op die manier het inkomen voor hun gezin kunnen aanvullen. Diegenen die het dichtst bij het product staan, worden door consumenten en burgers beloond met vertrouwen en een leuke marge voor de geleverde inspanningen.
Gebrek aan investeringen
Verschillende geïnterviewden gaven aan dat vleesveehouders in 2025 – al dan niet in de korte keten – evenwel nog steeds geen ‘schatten’ verdienen. Wel kwam de prijs dichter bij een correcte prijs om de veehouderij winstgevend te kunnen houden. En bij elke reportage in deze sector was er dan nog de waarschuwing dat er nog stoppers zullen volgen.
Een vaak gedeelde analyse was dat door de aanhoudend ondermaatse prijzen heel wat Vlaamse vleesveehouders onvoldoende hebben kunnen investeren, in stallen, in uitrusting, in genetica en in dataverzameling. De aanhoudend lage prijzen zorgden voor weinig animo bij familieleden om bedrijven over te nemen, en wie toch wil overnemen, staat vaak voor belangrijke investeringen. De vastberadenheid van de ‘blijvers’ en jonge overnemers wordt vaak gecombineerd met een intense zoektocht naar manieren om toch rendabel te blijven.
Het helpt ook niet dat er voor vleesvee – anders dan voor melkvee – minder mogelijkheden zijn om de opgelegde emissiereductie van 5% te realiseren. Voor een sector die al wat het gevoel had dat hij aan zijn lot wordt overgelaten door politici en belangengroepen, was die vaststelling nog maar eens een bevestiging van dat vermoeden, dat al langer leeft.
Strategisch belang
Dat brengt ons naadloos bij nog een vaststelling voor 2025. In de politiek, van het lokale niveau tot Europa, werd de landbouw – met inbegrip van de veeteelt – steevast bestempeld als ‘van strategisch belang’. Recente oorlogen en crisissen en de gewijzigde geopolitieke situatie tonen hoe afhankelijk we als regio, land en continent zijn van voedsel (en veevoer) dat geïmporteerd wordt en hoe afhankelijk onze voedingsindustrie is van export. De opbrengst in melk of oogst van het land wordt voor de boer op wereldniveau bepaald en dat is meer niet dan wel in het voordeel van de Vlaamse landbouwer.
De impact van een handelsakkoord, zoals dat van Europa met de Mercosur-landen, kan ingrijpend zijn voor de landbouw in Vlaanderen en heel misschien liggen er ook enkele kansen. Uit die akkoorden blijkt volgens de meeste Europese landbouworganisaties alvast dat voor de Europese onderhandelaars van dat akkoord de eigen landbouwproductie dan toch niet van strategisch belang is.
Onder meer inzake rundvlees wordt gewaarschuwd voor een ongelijk speelveld door dit handelsakkoord. Moeten de Vlaamse veehouders vrezen voor concurrentie van goedkoop rundvlees dat niet aan dezelfde strenge normen geproduceerd wordt?
Wat brengt 2026?
Ook op Belgisch en Vlaams niveau werd het vaak verkondigde strategische belang van landbouw in het algemeen en van veeteelt in het bijzonder niet altijd vertaald naar maatregelen in de praktijk. Het is hoopgevend dat de term inmiddels ingeburgerd is en door zo goed als elke politieke partij gedragen wordt. Nu wachten we nog op het beleid dat daaraan gekoppeld moet worden. Tegen (politieke) onverschilligheid helpt geen vaccin.





