Flinke dip in slachtcijfers van koeien en stieren in 2025
De Belgische slachtsector heeft in de eerste 11 maanden van 2025 een kleinere hoeveelheid vlees kunnen produceren dan in de vergelijkbare periode van 2024. De opwaartse tendens in de productie die de slachterijen in 2024 is gerealiseerd – na een moeizaam 2023 – hebben de slachterijen vorig jaar niet kunnen doortrekken. Overigens is de gezamenlijke vleesopbrengst van de slachtingen van varkens, koeien, stieren, kalveren en braadkippen niet alarmerend gedaald, namelijk net geen procent.

Deze vaststellingen blijken uit de meest recente (voorlopige) cijfers van het nationaal statistiekbureau Statbel. De resultaten per deelsector verschillen echter nogal.
Stabiel aantal varkensslachtingen
We beginnen met de varkensslachterij. Dit is in West-Europees verband een hectische branche, waar met name dierziektes een enorme invloed hebben. Na de grote dip in het aantal Belgische varkensslachtingen in 2023, kon in 2024 pas op de plaats worden gemaakt.
In 2025 bleef het aantal slachtingen van varkens in de gewichtscategorie 25 tot 130 kg ofwel de ‘standaard vleesvarkens’ vrijwel gelijk (figuren 1-3). Het zal over heel 2025 gerekend waarschijnlijk uitkomen op 9,16 miljoen stuks. De slachterijen konden hun aanvoer op peil houden. Ter vergelijking: in Nederland daalde het aantal slachtingen met 3,4% en in Duitsland met 1,2%. Een andere varkensgrootmacht, Denemarken, boekte juist grote vooruitgang met 10,7% meer slachtingen.


De Belgische slacht van vleesvarkens boekte wel een minieme progressie wat betreft de vleesopbrengst, dankzij een gemiddeld hoger slachtgewicht van 700 g per slachting. Dat is een verdere voortzetting van de trend die al jaren geleden is ingezet. Sinds 2015 is het gemiddeld slachtgewicht toegenomen met 6,3 kg.

Minder zeugen
De slacht van varkens in de categorie boven 130 kg is een indicatie voor het aantal zeugen dat de varkensboeren hebben afgestoten (figuur 4).

In de eerste 11 maanden van 2025 is het aantal slachtingen in die categorie gedaald met 1,9%. Anders dan in 2024 zijn er dus minder zeugen aangeboden voor slacht. Dit komt niet zozeer omdat de zeugen langer werden aangehouden door de boeren. Het gemiddelde slachtgewicht viel immers wat lager uit dan in 2024 (gemiddeld 600 g). Het zeugenbestand lijkt wat gekrompen.

Onzekere varkensmarkt
De varkenshouders staan dit jaar voor een grote uitdaging. Nu Spanje – al enkele jaren de grootste varkensvleesexporteur van Europa – te maken heeft met uitbraken van Afrikaanse varkenspest, komen de varkensprijzen in West-Europa onder druk. De markt is erg onzeker, na een periode van toch al geleidelijke terugval van het prijsniveau. De varkensprijzen zijn na een gunstig 2024, met veel vraag naar varkensvlees, in het vorige jaar nogal gezakt. Eén oorzaak daarvan is de invloed van de sterke euro, die export van varkensvlees naar landen buiten de EU bemoeilijkte. De Duitse organisatie van varkenshouders ISN stelt wekelijks referentieprijzen vast voor de vleesvarkens in de diverse Europese lidstaten (EU-Schweinepreis-vergleich). Marktleider Spanje had in 2024 een gemiddelde prijs van 2,26 euro/kg, in 2025 gemiddeld 2,11 euro. Begin januari van dit jaar kwam de prijs uit op slechts 1,39 euro/kg.
Voor België waren deze prijzen respectievelijk 1,93 euro/kg in 2024, 1,68 euro vorig jaar en begin januari dit jaar 1,36 euro.
Minder runderen verwerkt
In de Belgische runderslachterij is vorig jaar in de eerste 11 maanden de vleesproductie met ruim 10% gedaald ten opzichte van dezelfde periode van 2024. Het aantal slachtingen van koeien bedroeg iets meer dan 250.000 en zal over het hele jaar waarschijnlijk uitkomen op 275.000. Dat is 10,5 tot 11% minder dan in 2024. Qua vleesproductie is de terugval iets minder, ongeveer een procent, doordat de koeien een gemiddeld hoger slachtgewicht scoorden. Dat geeft tegelijkertijd aan dat de melkveehouders hun koeien langer hebben aangehouden. Dat is geen teken van weelde en een aanwijzing dat het bestand aan melkvee is teruggelopen.
De in omvang kleinere sector vleesstierenslacht leverde in de periode januari tot en met november 2025 dieren af voor in totaal 108.500 slachtingen. Dat is ten opzichte van dezelfde periode in 2024 10,6% minder. Ook hier daalde de vleesopbrengst iets minder, maar toch nog altijd een aanzienlijke 10,2%. De geslachte stieren hadden een gemiddeld gewicht van 486,6 kg. Dat is 2,3 kg meer dan het vorige jaar. Dat is wederom trendmatig. Sinds 2022 is het gemiddelde slachtgewicht van de Belgische vleesstier met ruim 7 kg toegenomen.
Nog steeds is het slachten van vleesstieren een hoofdzakelijk Waalse aangelegenheid (figuur 5). Was in 2015 het aandeel van het Waalse gewest in de stierenslacht nog 55%, in 2024 was dat trendmatig gegroeid tot 70%.

Het aanbod van slachtkoeien heeft voornamelijk de melkveehouderij als basis (figuur 6). Koeien slachten gebeurt juist veel meer in het Vlaams gewest en kwam in 2024 uit op slechts 35% voor de slachterijen in Wallonië.

Kalverslacht toont lichte daling
De Covid 19-crisis heeft een zware wissel getrokken op de kalverensector. Vanaf 2020 heeft de slacht van kalveren echter een gestaag herstel doorgemaakt (figuur 7).

In 2023 werd er een toename geboekt van het aantal slachtingen met 4,2%, in 2024 zelfs met 9,8%. De totale hoeveelheid slachtingen van kalveren in de eerste 11 maanden van 2025 bedroeg 304.000 stuks. Naar schatting kan dat een jaartotaal worden van 333.000. Dat betekent een terugval ten opzichte van 2024 met 4%. De kalfsvleesproductie zakt iets minder, geschat 3%, vanwege een met ruim 2 kg toegenomen slachtgewicht. Dit is overigens, anders dan bij bijvoorbeeld de varkens, geen trend.
Gewicht braadkip weer stabiel
De slacht van gevogelte betreft in België vooral braadkippen. Tot aan 2023 ging het blijkens de Statbel-gegevens om een erg stabiel productievolume, zowel wat betreft aantallen braadkippen als hun gemiddelde slachtgewicht (figuur 8). In 2023 kwam daar verandering in. In het eerste halfjaar bleef het gemiddelde slachtgewicht achter, daarna nam het toe tot circa 1,74 kg. In 2023 bleven ze het eerste halfjaar onder dat peil, stegen daarna eerst tot het oude slachtgewicht en kwamen in november uit op een gemiddelde in de range van 1,74 kg.

Statbel heeft de cijfers over de braadkippenslacht in het jaar 2024 iets bijgesteld, waarna een jaargemiddelde van het slachtgewicht uit de bus is gekomen van 1,76 kg. Dat gemiddelde slachtgewicht van de Belgische braadkip komt ook naar boven uit de cijfers over de eerste 11 maanden van 2025. Het aantal slachtingen van braadkippen steeg in deze periode met 1,5 tot 1,6% in vergelijking met 2024, de opbrengst aan vlees eveneens. Naar schatting zijn er in de Belgische slachterijen over heel 2025 gerekend 291,5 miljoen braadkippen verwerkt. Dat is een toename met 4,5 miljoen stuks.








