Vlaanderen kiest niet voor afschotregeling voor wolven
Een afschotregeling in de strijd tegen ongewenste aanwezigheid van wolven in Vlaanderen is momenteel niet aan de orde. Vlaanderen beschikt al over een protocol ‘probleemwolven’, dat regelmatig tegen het licht wordt gehouden om adequaat op eventuele probleemgevallen te reageren.

Minister Jo Brouns (cd&v) ging op 20 januari op de bijeenkomst van de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement niet in op het voorstel van volksvertegenwoordiger Leo Pieters (VB) om een afschotregeling voor probleemwolven in te voeren. De interpellant verwees naar de Duitse aanpak in dat verband (zie kader). Bij onze oosterburen worden volgens hem duidelijke en werkbare criteria vastgelegd voor populatiebeheer en probleemwolven. Pieters kan zich vinden in de Duitse wet, die de deelstaten expliciet toelaat om het aantal wolven te beheersen via afschot. Dat kan daar wanneer dieren problematisch gedrag vertonen of wanneer ze een blijvende bedreiging vormen voor mens en vee. Dat gebeurt vanuit de expliciete erkenning dat het beschermde statuut van de wolf, hoe goedbedoeld ook, in de praktijk leidt tot toenemende conflicten en tot schade.
Specifieke voorwaarden
Brouns leest in de nieuwe wet dat een Duitse deelstaat populatiebeheer kan toestaan onder specifieke voorwaarden en enkel wanneer de gunstige staat van instandhouding is bereikt. Duitsland legt daarbij de bijkomende voorwaarde op dat er voorafgaand een districtoverschrijdend beheerplan wordt opgemaakt dat garandeert dat die gunstige staat niet opnieuw wordt bedreigd. Het doel van die wetgeving blijft nog steeds om een duurzame balans te vinden tussen het behoud van de wolf, de bescherming van vee en de openbare veiligheid. Zolang die gunstige staat niet bereikt is, is dat beheer dus ook in Duitsland niet mogelijk. Individuele probleemgevallen kunnen wel worden aangepakt, zoals we dat volgens de minister hier in Vlaanderen ook kunnen doen. De Duitse regering werkt ook een regeling uit om het nemen van die preventieve maatregelen beter te ondersteunen.
Inzetten op preventie
Minister Brouns wees erop dat de Duitse federale wetgeving in december in lijn werd gebracht met de verlaging van de Europese beschermingsstatus van de wolf. Dat betekent dat populatiebeheer, conform de Habitatrichtlijn, onder bepaalde voorwaarden mogelijk wordt. Brouns zei dat hij initiatief zal nemen om onze Vlaamse regeling aan te passen aan de Europese wijziging. Dit wordt momenteel voorbereid. Volgens de minister volgt Vlaanderen net als Duitsland de Europese wetgeving en zet het ook in op preventie. Wat dat laatste betreft, volgt Duitsland nu zelfs het voorbeeld van Vlaanderen door preventieve maatregelen van veehouders te ondersteunen.
Minister Brouns kijkt naar de praktijk van de voorbije jaren: “Bij de terugkeer van de wolf hebben we een enorme piek van aanvallen gehad en recent hebben we ook een aantal aanvallen gehad, maar dat aantal ligt gelukkig lager. Elk dier dat gedood wordt, is er wat mij betreft een te veel. De bescherming van de eigen dieren blijft mijn uitgangspunt. Wolven moeten zich enkel voeden met wild in de natuur.” Zelfs indien een afschotregeling zou worden ingevoerd, blijft volgens Brouns die preventie noodzakelijk om schade door gevestigde en doortrekkende wolven te vermijden. Volgens de Europese regelgeving moet de gunstige staat van instandhouding gegarandeerd worden.
Inzetten op transparantie
In de Habitatrichtlijn is de wolf opgenomen als een beschermde soort, weliswaar in een andere bijlage. De status is gezakt, maar dat raakt niet aan het fundament van die Habitatrichtlijn. Dat is voor Brouns de goede staat van instandhouding. Indien je die kunt bereiken, kun je aan beheer gaan doen. Dat is wat er ook in Duitsland gebeurt. Brouns zegt dat Vlaanderen in volle voorbereiding is om dat ook op die manier te implementeren of te integreren en te operationaliseren. Volgens hem is het essentieel dat daarbij blijvend ingezet wordt op transparantie naar en overleg met alle betrokkenen. Er dienen inspanningen geleverd te worden om het samenleven met wolven in Vlaanderen te ondersteunen en het is noodzakelijk dat we hier ook blijven innoveren en een beleid voeren dat gefundeerd is op feiten en geldende beleidskaders.
Sterkere ‘wolfproof’ omheiningen
Brouns duidt dat er bijvoorbeeld wordt geëxperimenteerd met een innovatie op het vlak van geluid ter versterking van de ‘wolfproof’ omheiningen. Hij ziet dat die immers zeer veel onderhoud vergen en dat ze niet feilloos zijn. Er wordt dus ook gezocht naar oplossingen zoals in andere lidstaten, met bepaalde tonen en geluid als afschrikking om de wolf van dieren weg te houden. Dat is een voorbeeld waar Brouns aan denkt, op basis van artificiële intelligentie, en waarvan hij weet dat het loopt. Voor hem is de essentie het populatiebeheer en dat kan zodra de goede staat van instandhouding is bereikt. Dat is wat de Europese regels voorschrijven, in Duitsland en in de andere 26 lidstaten van Europa.





