Startpagina Akkerbouw

State of the Union: Nieuwe teelten, technieken en wetgeving

In een vorig artikel lichtten we de actualiteit toe die gepresenteerd werd tijdens de ‘State of the Union’ in Oudenaarde. Dit is een jaarlijks info- en netwerkmoment dat, naast een algemeen beschouwend luik, ook een meer praktische insteek heeft.

Leestijd : 10 min

De initiatiefnemers voor de ‘State of the Union’ zijn PCLT, Bayer, Beel, DLV, Arvesta en Landbouwleven. Vanuit Arvesta nam allereerst CEO Niek Depoorter het woord. Hij gaf aan dat actuele uitdagingen voor de sector de koers van Arvesta bepalen. Zij staan stil rond het vraagstuk hoe innovatie meerwaarde kan creëren voor de boer. Momenteel buigen ze zich dan ook volop over nieuwe gewassen en teeltconcepten.

Zoektocht naar rendabele landbouw

Hun concrete oplossingen en innovaties delen ze in volgens 4 domeinen: innovatieve producten, teeltconcepten, ketenconcepten en digitale concepten. “Oplossingen uit deze pijlers moeten afzonderlijk of in combinatie met elkaar steeds een meerwaarde bieden voor de landbouwer.” CEO Depoorter wees er ook op dat de schaalbaarheid van de innovaties belangrijk is. Zo lag bijvoorbeeld het aantal geteelde hectare brouwgerst in 2024 al meer dan dubbel zo hoog dan 2 jaar voordien. Ook het aantal boeren dat inzet op koolstoflandbouw zien ze steeds toenemen de voorbije jaren, waardoor ook de oppervlakte land die volgens deze technieken bewerkt wordt, uitbreidt.

Depoorter erkent wel dat de zoektocht naar een rendabele en duurzame landbouw niet van een leien dakje loopt en dat het een tocht is van vallen en opstaan. Hij verwees in dit kader naar een soja-project dat liep van 2017 tot en met 2022. “Met soja is het voorlopig niets geworden, maar we hebben er veel uit geleerd en gebruiken die ervaring nu om in te zetten op het telen van gele erwten.”

Hij gaf met een knipoog nog mee dat ze rotsvast geloven in de toekomst en in het strategisch belang van een lokale en weerbare landbouw. “Juist daarom blijven we sterk investeren in de sector.”

Kris Moerman, BU Director Agri & Horti bij Arvesta, gaf meer toelichting bij wat nieuwe concepten en teelten kunnen betekenen voor de boer. Hij verwees vooreerst naar de keten- en teeltconcepten die Niek Depoorter eerder aanhaalde. De teeltconcepten illustreerde hij met de voorbeelden van fertigatie en gewasbescherming.

Fertigatie is volgens hem het perfecte voorbeeld van hoe optimaal kan ingezet worden op het zo efficiënt mogelijk gebruiken van inputmiddelen. In dit geval gaat het over water en meststoffen. Deze worden bij fertigatie enkel ingezet op momenten waarop het nodig en efficiënt is. Fertigatie is niet nieuw en wordt al massaal ingezet in de professionele glastuinbouw. Die precisietechnologie wordt nu vanuit de serre naar het open veld gebracht.

Alternatieve teelten en technieken

Wat gewasbescherming betreft, wees Kris Moerman op het drastisch dalende aantal toegelaten chemische stoffen. Voldoende herbiciden hebben, is volgens hem een grote uitdaging. Daarom buigt Arvesta zich over een brede waaier aan alternatieve technieken, zoals mechanische onkruidbestrijding met schoffels en wiedeggen, maar ook over spot spraying en fysische onkruidbestrijding met laserstralen of elektrocutie. Samen met de firma’s Cofabel en Hermoo hebben ze ingezet op een elektrische onkruidbestrijdingsmachine, ‘RootWave’ genaamd, die ingezet wordt in de fruitteelt.

Niek Depoorter legt uit dat actuele uitdagingen voor de landbouwer de koers van Arvesta bepalen.
Niek Depoorter legt uit dat actuele uitdagingen voor de landbouwer de koers van Arvesta bepalen. - Foto: AV

Om de ketenconcepten van Arvesta te illustreren, werden al de voorbeelden van brouwgerst en koolstoflandbouw aangehaald, maar er is ook nog dat van Nuverta. Onder deze merknaam valt de teelt, verwerking en afzet van gele erwten tot hoogwaardige plantaardige eiwitten. Volgens Kris Moerman kent de teelt van dit gewas meerdere voordelen op diverse vlakken. Opnieuw komt hier de ‘schaalbaarheid’ bij kijken, waar Niek Depoorter het eerder over had. Vorig jaar zou er 500 ha gele erwten gestaan hebben. Ze verwachten dat dit verdubbelt het komend jaar. Kris Moerman bemerkte fijntjes dat er ook ruimte in de rotatie is, nu er verwacht wordt om minder suikerbieten, aardappelen en groenten te telen.

In vrije val

Wouter Devarrewaere, duurzaamheidsmedewerker bij Bayer, pikte in zijn toelichting in op wat de voorgaande spreker reeds had aangesneden. Hij wist te zeggen dat we sinds 2019 maar liefst 84 chemische werkzame stoffen zagen teruggetrokken worden. “Hiertegenover staat dat er geen nieuwe zijn bijgekomen. In de jaren 2000 kwamen er nog tot 10 stoffen per jaar bij. Ook voor biologische werkzame stoffen is de balans negatief te noemen: er verdwijnen er meer, dan dat er bij komen. Hiernaast wachten sommige stoffen al meer dan 10 jaar op een toelating waarbij de toelatingsprocedure nog eens wijzigde en eerder ingediende dossiers nu dus niet meer conform zijn.”

Volgens Devarrewaere is het middelenpakket in de EU in vrije val. “Dat heeft alles te maken met dat wij nagenoeg als enige in de wereld middelen beoordelen op hun gevaar en niet op hun mogelijk risico. De lat qua veiligheid ligt bijna onhaalbaar hoog, maar het toelatingssysteem is ook te traag, te log en dichtgeslibd. Het voorstel van de Europese Commissie om het toelatingsproces te vereenvoudigen komt dan ook niets te vroeg. Zonder bijsturing van het beleid komt dit niet goed.”

De huidige situatie vergelijkt hij met een Jenga-toren, waarbij er steeds meer blokjes uitgaan en we ons de vraag stellen: ‘Wanneer stort de toren in?’. “In een aantal teelten staan we dicht bij dat punt van instorten.” Opbrengst- en kwaliteitsverlies vernoemt Devarrewaere niet als enige problemen. Hij verwijst ook naar het resistentiebeheer. “Het slinkende middelenpakket is een tikkende tijdbom.” Gelukkig ziet hij ondertussen velen die het probleem begrijpen, maar helaas weinigen die hun nek willen uitsteken voor gewasbeschermingsmiddelen. “Nochtans blijft dit nodig voor voedselproductie, al is niet iedereen daarvan overtuigd.”

Regeneratieve landbouw, niet-kerende grondbewerking, beweiding, gewasrotatie, groenbemesters, mengteelten… zijn allemaal mooie termen die Wouter Devarrewaere steeds meer hoort en waar veel goeds achter zit. “Maar zelfs met een goede preventie, observatie en interventie (IPM) blijven problemen in gewassen mogelijk. Vergelijk het met een mens: soms is uitzieken een optie, soms zijn medicijnen nodig”. Devarreware gaf aan achter de principes en goedbedoelde intenties te staan van voornoemde termen, maar hij noemde ze een deel van een groter verhaal.

Veredeling en artificiële intelligentie

Veredeling is voor hem een belangrijk element in duurzame landbouwsystemen en is de basis van alles. “Het is niets nieuws en ook niets om bang voor te zijn.” De laatste 30 jaar kenden de veredelingstechnieken meer doelgerichtheid, precisie, snelheid en efficiëntie. Ze bieden mogelijkheden om de landbouw te verduurzamen. Ook bij de ontwikkeling van de veredelingstechnieken wees hij op de Europese overregulering die geldt.

Er is in de EU een doorbraak in het dossier van precisieveredeling of nieuwe genomische technieken (NGT’s) waarvan ‘Crispr - Cas’ de bekendste is. Devarrewaere noemt dit een goede zaak, want de technologie heeft voordelen voor consumenten, telers en veredelaars en is hiernaast toegankelijker voor kleine spelers. “Het goede nieuws is terecht, maar verwacht geen mirakels”, waarschuwde hij. “Het duurt nog enkele jaren eer de wetgeving in voege treedt en nieuwe variëteiten registreren duurt ook nog enkele jaren. Vergeet niet dat bijvoorbeeld ziekteresistentie een eigenschap is die bepaald wordt door heel veel genen.” Hij besloot dat NGT’s een groot potentieel hebben in de toekomst, maar dat ze geen onmiddellijk antwoord zijn op het afnemende middelenpakket.

Wouter Devarrewaere verwees nog naar biologische gewasbeschermingsmiddelen, die een bewezen werkzaamheid hebben, maar een werkzaamheid die vaak lager ligt dan die van synthetische middelen. “We kunnen er dus geen grote branden mee blussen.” Daarnaast zijn de omgevingsomstandigheden bij toepassing heel bepalend. Biologische gewasbeschermingsmiddelen komen het best tot hun recht in een geïntegreerd systeem en zijn een aanvulling op het chemische middelenpakket. Ze zijn volgens hem echter helemaal geen vervanger daarvan.

Volgens Devarrewaere zal door artificiële intelligentie de ‘chemie’ anders ontwikkeld worden. Dat zal voor snellere en efficiëntere processen zorgen. Met deze techniek heeft Bayer een nieuw werkingsmechanisme voor een toekomstig herbicide ontwikkeld. Ook nieuwe fungiciden en insecticiden zitten in de pijplijn. De verwachting is dat deze nieuwigheden wel pas in 2030 op de markt komen. Het verlies aan actieve stoffen wordt dus niet van vandaag op morgen opgevangen door nieuwe technologie, al heeft deze wel een groot toekomstpotentieel.

Tot slot stond Wouter Devarrewaere nog stil bij precisielandbouw, het verzamelen van data, die analyseren, om vervolgens adviezen te genereren en te implementeren. In zijn presentatie somde hij zo enkele elementen op die deel uitmaken van geïntegreerde teeltoplossingen, gaande van agro-ecologie en bodemzorg over biotechnologie en artificiële intelligentie tot precisielandbouw. Hij merkte op dat het ene het andere niet uitsluit, dat technieken kunnen samengaan.

“De uitdaging van de komende jaren zal zijn om slimme combinaties uit de beschikbare technieken samen te stellen, die aangepast zijn aan lokale omstandigheden. Als die puzzel gelegd kan worden, gaan we naar veerkrachtige, toekomstbestendige, concurrentiële landbouw.”

Digitaal registreren

Bart Vandaele, adjunct-directeur PCLT, gaf tijdens de ‘State of the Union’ toelichting bij de digitale registratie van gewasbeschermingsmiddelen. Eerst was dit voorzien om dit jaar in voege te treden, maar uiteindelijk kwam er uitstel tot 2027. Er is dan wel enig uitstel om digitaal te registreren, waardoor we nog even verder kunnen op papier, maar toch moeten er dit jaar al 4 extra zaken genoteerd worden.

In 2027 mag gedurende het jaar alles nog op papier bijgehouden worden en moet deze info ten laatste op 31 januari 2028 digitaal geregistreerd zijn. Vanaf 2030 mag men op papier nog registreren en moet dit binnen de 30 dagen digitaal omgezet worden.

Extra gegevens moeten al vanaf dit jaar bijgehouden worden. Dat slaat zo bijvoorbeeld op het starttijdstip van de behandeling als in de toelatingsakte van het product het gebruik ervan beperkt is tot specifieke tijdstippen van de dag. Dan gaat het bijvoorbeeld over periodes wanneer bijen niet actief zijn of over producten waar een Ps-fytolicentie voor nodig is, of om specifieke middelen. Denk in dit laatste geval in de context van producten die vergast worden in loodsen of serres en waarbij herbetredingstijd geldt.

Nog extra info die geregistreerd moet worden, zijn de referentie van het perceel en de omvang ervan (aantal hectare). Om de juiste referentie te leggen, moet het campagnejaar en het perceelsnummer uit de verzamelaanvraag genoteerd worden.

Een derde bijkomende parameter die geregistreerd moet worden, is het toelatings- of vergunningsnummer van het gebruikte middel. Dit kan onder meer teruggevonden worden op de verpakking van het middel, op de bestelbon bij de handelaar of op fytoweb.

Bart Vandaele verduidelijkte de digitale registratie  van gewasbeschermingsmiddelen.
Bart Vandaele verduidelijkte de digitale registratie van gewasbeschermingsmiddelen. - Foto: AV

Groeistadium noteren

Het groeistadium van het gewas op het moment dat je gespoten hebt, is nog een nieuwigheid die moet geregistreerd worden. Dat groeistadium wordt genoteerd volgens de BBCH-codes, een decimaal codesysteem om primaire en secundaire groeifasen aan te geven. Een woordelijke beschrijving is echter ook voldoende zoals ‘voor opkomst’ of ‘bij planten’.

Bart Vandaele wees erop dat wanneer in de toelating van het product een periode genoemd wordt die meerdere stadia omvat, zoals bijvoorbeeld BBCH 13-39, je dan het exacte stadium van het gewas moet noteren zoals op het moment van behandelen. Correct is dan bijvoorbeeld om BBCH 15 te noteren in plaats van BBCH 13-39. Ook de woordelijke beschrijving van het gewasstadium op het moment van toepassen mag genoteerd worden, zoals ‘vijfbladstadium’. “Fytoweb.be wordt ongetwijfeld uw partner tijdens het digitaal registreren van uw gewasbeschermingsmiddelengebruik”, bemerkte Vandaele fijntjes.

Hij lichtte ook toe dat digitaal registeren moet gebeuren in een programma dat ‘doorleesbaar’ is met een zoekfunctie. “Dat kan dus een Word, Excel of doorleesbare pdf of andere zijn. Wat niet kan, is een scan of foto van papieren notities, omdat dit niet digitaal doorleesbaar is. Er zijn meerdere aanbieders van softwarepakketten op de markt die voldoen aan de vereisten van de overheid. De overheid zelf zal geen softwareprogramma ter beschikking stellen.” Bart Vandaele ervaarde ondertussen zelf al dat er verschillen in de programma’s van de diverse aanbieders zitten.

Tot slot bemerkte hij dat, wanneer de gewasverzorging gebeurt door een loonsproeier, deze binnen de 30 dagen zijn gegevens moet overmaken aan de opdrachtgever.

Kleine details, grote gevolgen

Carl De Braeckeleer, co-CEO bij United Experts/DLV, gaf tijdens de ‘State of the Union’ aan dat ze bij DLV dagdagelijks ondernemers ondersteunen in iedere fase van hun bedrijf. Een strategie aanhouden is volgens hem belangrijk in de bedrijfsvoering, zeker als er een bedrijfsovername aankomt. Ogenschijnlijk kleine details die tijdens dit proces komen kijken of fouten die gemaakt worden, kunnen later grote gevolgen hebben, is zijn ervaring bij bedrijfsovernames. “Laat u adviseren”, was dan ook zijn raad.

“Het merendeel van de bedrijfsovernames gebeurt in familieverband en daar spelen heel veel zaken. Het gaat niet enkel om het overnemen van een exploitatie, maar ook over het overnemen van onroerende goederen/eigendommen. De waardering van een bedrijf is dikwijls een heikel punt, wat is immers een bedrijf waard. Hoe leggen we het juist vast? Gevoelige discussies worden ook gevoerd tussen ‘boerende’ en ‘niet-boerende’ kinderen. Wat zijn de rechten van de ouders die hun kinderen een vliegende start willen geven?”

“Bedrijfsovernames zijn eigenlijk een mix van juridische, fiscale en familiale zaken die benaderd moeten worden met het nodige gezond boerenverstand”, concludeerde De Braeckeleer.

Drie voorname aandachtspunten waar vaak fouten bij gemaakt worden door ondoordachte, snelle beslissingen bij de overdacht van een landbouwbedrijf zijn voor hem de schenkingsregels, de pachtwetgeving en de NER-problematiek.

In zo’n 95% van de gevallen wordt een land- en tuinbouwbedrijf erkend als familiale onderneming. Die heeft de mogelijkheid om een aantal roerende en onroerende goederen te schenken aan 0% schenkbelasting, behalve de bedrijfswoning. Er gelden hier voorwaarden die weinig gekend zijn. Zo moet de schenker een actieve landbouwer zijn. De definitie van actieve landbouwer die hier aangehouden wordt, is wel een andere dan die in het GLB gehanteerd wordt.

De pachtwetgeving noemde De Braeckeleer een heel moeilijke wetgeving en een dwingend recht. “Dat is wetgeving die vraagt dat een aantal zaken heel formeel gebeuren. Vergeet dat niet.” Een bedrijfsoverdracht moet volgens de Pachtwet gemeld worden. De startende landbouwer die een nieuwe pachtperiode aangaat, kan nieuwe rechten krijgen en een betere bescherming. Hij wees ook op het feit dat een seizoenspacht of cultuurcontract enkel kan tussen landbouwers.

Iedere bedrijfsoverdracht moet volgens De Braeckeleer ook gemeld worden aan de Vlaamse Landmaatschappij en de Mestbank. Bij een overdracht van NER’s is er een reductie met 25%. De uitzondering is een overdracht binnen familieverband. “Als je de bedrijfsoverdracht niet doordacht doet, kan je wel eens veel kapitaal verliezen”, was zijn conclusie.

Tim Decoster

Lees ook in Akkerbouw

Nieuwe generatie grondwitlooftelers op komst

Akkerbouw Vlaams-Brabant staat bekend als de bakermat van het grondwitloof, een streekproduct dat wereldwijd wordt gewaardeerd om zijn smaak en ambachtelijke teeltwijze. Toch staat deze traditie onder druk: het aantal actieve telers daalt jaar na jaar.
Meer artikelen bekijken