Lindsay De Prins: “Boeren was niet mijn droom, maar het werd onze passie”
Lindsay De Prins (39) en haar man Pieter De Clerck zijn een begrip in de Belgische akkerbouwsector. Ze stampten een bedrijf uit de grond om u tegen te zeggen, dankzij een sterk staaltje ondernemerschap, keihard werken en prioriteiten stellen. Toch werden sommige dromen nooit helemaal opgeborgen.

De loodsen liggen vol aardappelen en Lindsay is door een ongelukkige val genoodzaakt tot rust. Dat is dus een ideaal moment om tijd te maken voor een gesprek over vrouwelijk ondernemerschap.
Geen evidente uitdaging
Hoe hebben jullie het bedrijf opgebouwd?
We zijn begonnen met het huren van enkele tientallen hectares in Wallonië en Vlaanderen om aardappelen op te telen. En dat evolueerde intussen naar een mooi areaal. In 2015 bouwden we onze eerste aardappelloods, hier in Grimbergen naast mijn ouderlijke bedrijf. We bouwden nog extra loodsen en huren er ook nog bij anderen.

Dat is best een grote uitdaging om als jonge snaken zoveel risico’s te nemen, toch?
Zeker. Als 22-jarige bij landbouwers langsgaan en flinke bedragen ophoesten om grond te kunnen huren, zware leningen voor machines en loodsen aangaan… Dat is echt niet evident. In de aardappelteelt weet je wat je in de grond stopt, maar niet wat je er kan uithalen. Het weer is een heel onzekere factor die veel bepaalt, zeker met het steeds extremere klimaat. Er zijn geen normale jaren meer, het is altijd te nat of te droog. En ook de wereldmarkt is erg onstabiel, kijk maar naar de huidige aardappelprijs die is ingestort.
We telen ook tarwe, gerst en maïs, maar ook die prijzen zijn vandaag (zoals zowat alle teelten) ondermaats. Kortom: er is zoveel dat je niet in de hand hebt en dat zorgt uiteraard voor stress. Ik ben echter heel fier op wat wij hier samen hebben opgebouwd.
Fysiek en mentaal niet evident
Hoe ga je om met zoveel onzekerheden?
Dat is soms moeilijk en het weegt zowel fysiek als mentaal. Het veranderende klimaat beïnvloedt niet alleen de kwaliteit en grootte van de opbrengst, maar zorgt ook voor veel werkdruk. We staan steeds onder grotere druk om alles op tijd uit het veld te krijgen, want je wil niet het risico lopen dat het begint te regenen en dat je de aardappelen niet kan rooien. In 2024 hebben we tot Kerstmis gerooid en dat was enorm stresserend. We hebben nu eenmaal grote investeringen gedaan en die moeten terugverdiend worden.
Er zijn uiteraard ook goede jaren en die heb je nodig om crisissen zoals nu te overbruggen. Pieter en ik vullen elkaar gelukkig goed aan en kunnen elkaar geruststellen. Ik heb ook een goede vriendin die in de akkerbouw zit en het is fijn om met haar te kunnen praten over de dagelijkse uitdagingen.
Speelt ecologie een rol in de bedrijfsvoering?
We proberen zo duurzaam mogelijk te werken. Precisielandbouw speelt daarin een belangrijke rol. De technologische vooruitgang zorgt ervoor dat we zo precies mogelijk kunnen bemesten en spuiten. We doen ook aan erosiebestrijding door drempeltjes aan te leggen tussen de aardappelruggen. En onze sproeier werkt op luchtdruk om zo weinig mogelijk drift te veroorzaken.
Mooie taakverdeling
Hoe verdelen jullie de taken?
In het voorjaar doe ik de grondbewerking en rijden zowel Pieter als ik met een plantcombinatie. Het spuiten en rooien is voor Pieter, ik zorg ervoor dat de aardappelen bij afland-leveren in de camions terechtkomen en ik ben verantwoordelijk voor het inschuren in de loodsen. Ook de administratie verdelen we: de facturen zijn voor mij, Pieter doet de verzamelaanvraag, de Mestbank-aangifte en onderhandelt de contracten.
We werken zonder vast personeel, maar in het seizoen zijn er wel zo’n 15 chauffeurs voor ons in de weer. Ook het maken van die planning is een hele uitdaging en probeer ik in goede banen te leiden.
Ik vind het best wel stoer, een vrouw aan het stuur van een plantcombinatie. Vind je het makkelijk om in een overwegend mannelijke stiel te werken?
Als je als vrouw in een mannenwereld terechtkomt, moet je je misschien net iets harder bewijzen. Er wordt altijd iets meer getwijfeld aan je kunnen. Er is maar één manier om dat te veranderen en dat is jezelf bewijzen. Niet voor anderen, maar voor jezelf. Als vrouw krijg je niet snel dezelfde erkenning als een man, maar daar moet je het ook niet voor doen. Ik denk ook echt dat wie erin opgegroeid is, een stap voor heeft. Het lijkt me enorm moeilijk om van buitenaf in de sector in te stappen. Meer vrouwen in de landbouwsector zou mooi zijn, maar zoiets kan je niet aanwakkeren. Je moet die passie zelf voelen.
Grond blijft een uitdaging
Wat zijn de grootste uitdagingen voor jullie bedrijf?
Wie in de landbouw opgroeit, heeft een stapje voor
Lange dagen hebben impact op het gezinsleven
Dat is het probleem met akkerbouw: je bent lange dagen weg van huis. Het lijkt me als mama misschien makkelijker om in de veehouderij te werken, omdat je dan dichter in de buurt kan zijn. In het plant- en rooiseizoen zien we onze zonen soms wekenlang niet. Gelukkig kunnen we rekenen op de ondersteuning van mijn mama om hen op te vangen. Anders hadden we dit niet kunnen uitbouwen. Dat zijn maanden waarin je leven
Het is een keuze die we gemaakt hebben. Soms heb ik daar spijt van, omdat je veel gebeurtenissen moet missen. Anderzijds waren die offers nodig om ons bedrijf te kunnen uitbouwen tot wat het vandaag is. In de winterperiode maken we die verloren tijd met hen zoveel mogelijk goed en daar genieten we alle 4 met volle teugen van.
Heb je dromen voor de toekomst?
Als ondernemer droom je er stiekem altijd van om te blijven groeien. Als je stopt met dromen of plannen maken, is er iets mis denk ik. Op de locatie waar we zitten, zijn er echter ook beperkingen. Hoewel boeren niet mijn droom was, is het wel echt een passie geworden waar Pieter en ik samen voor gaan. Zowel fysiek als mentaal vergen de plant- en rooiseizoenen veel van mijn lichaam, waardoor ik me soms afvraag waarom ik het doe, maar eens het rooiseizoen gedaan is, ben ik blij dat alles in de loodsen ligt en heb ik toch een gevoel van voldoening. Idem met het plantseizoen: je vruchten zien groeien op het land doet je weer verlangen naar het rooiseizoen.
De honger naar werkdruk en presteren blijft en dat is toch een motivatiefactor voor mij. Ik heb mijn meisjesdroom nooit helemaal opgeborgen en stiekem heb ik spijt dat ik die droom niet heb nagejaagd, maar als gezin hebben we wel de juiste keuze gemaakt om samen ons bedrijf uit te bouwen en omte blijven investeren in de toekomst.





