Vlaamse agrarische natuur staat onder druk volgens jongste Natura 2000-rapportage
De natuur in Vlaanderen toont een verdeeld beeld. Waar er maatregelen zijn genomen en grootschalig natuurherstel heeft plaatsgevonden, herstellen ecosystemen zich en keren iconische soorten terug. Maar de basisnatuurkwaliteit blijft onder druk staan en dus zijn bijkomende en gerichte maatregelen nodig om te vermijden dat soorten definitief zouden verdwijnen. Vooral in agrarisch gebied is er nog werk aan de winkel.

Dat blijkt uit de jongste Natura 2000-rapportage die de lidstaten om de 6 jaar aan de Europese Commissie moeten voorleggen. Het rapport werd op 13 februari gepubliceerd door het INBO (Instituut voor Natuur en Bosonderzoek) en is richtinggevend voor het Vlaamse natuurbeleid.
Het goede nieuws is dat grootschalige projecten zoals het Sigmaplan hebben geleid tot de terugkeer van soorten die lange tijd verdwenen waren, zoals de fint (een vissoort) en de otter. Ook moerasvogels zoals de lepelaar en de roerdomp doen het steeds beter.
Ook de boomkikker is niet langer bedreigd in Vlaanderen, dankzij grootschalig herstel van poelen en het aanplanten van hagen in Limburg en de kuststreek. De populatie wordt momenteel geraamd op 24.000 exemplaren.
Het Vlaamse bosbeleid van de afgelopen decennia werpt ook zijn vruchten af: er is een opmars van verschillende bosvogels, vleermuizen en soorten als de boommarter.
“Deze positieve trends zijn het resultaat van beleidskeuzes uit het verleden en illustreren dat natuurherstel vaak tijd vergt, maar wel degelijk rendeert”, zegt INBO.
Agrarisch gebied
Maar tegenover de successen staat nog altijd de uitdaging om de basiskwaliteit in het omringende landschap te verhogen, met name in agrarisch gebied dat meer dan de helft van Vlaanderen beslaat. Veel van deze gebieden bevatten wel nog waardevolle natuurrestanten, maar zijn te klein en te versnipperd om soorten duurzaam in stand te houden. Ook klimaatverandering en stikstofdepositie worden als belangrijke bedreigingen gezien voor leefgebieden. In de steden en tuinen in Vlaanderen is er ook nog werk aan de winkel.
De gevolgen van die versnippering zijn merkbaar voor bepaalde diersoorten. Vogels zoals de kwartelkoning en het paapje blijven onder hun populatiedoelen, en ook de bunzing vertoont een dalende trend. Andere soorten als tapuit en kuifleeuwerik zijn nagenoeg verdwenen in Vlaanderen.
Ook essentiële ecosysteemdiensten – voor de voedselproductie, waterkwaliteit en klimaatbestendig landschap – staan zwaar onder druk, blijkt uit het rapport. Invasieve uitheemse soorten vormen dan weer een toenemende bedreiging voor inheemse fauna.
“Herstel werkt, maar schaalvergroting is nodig”, zegt INBO op LinkedIn. “De rapporten bewijzen dat we het tij kunnen keren: waar we ruimte maken voor water en natuur, herstelt het ecosysteem zich zichtbaar en robuust. Om de achteruitgang op het platteland te stoppen, volstaan lokale projecten echter niet.”
Waterhuishouding
Een overkoepelend knelpunt is de waterhuishouding in Vlaanderen. Door de historische focus op waterafvoer, gecombineerd met overmatig watergebruik, en nog versterkt door klimaatverandering, vallen natte gebieden steeds vaker droog of krijgen ze net te kampen met overtollig water dat bovendien vaak vervuild is. Dit is bijzonder schadelijk voor kwetsbare natuur zoals veengebieden, vochtige heide en soortenrijke valleigraslanden. Ook soorten die afhankelijk zijn van natte omstandigheden, zoals de heikkikker, verkeren in de gevarenzone.
De beleidsmatige respons hierop is de Blue Deal, waarmee Vlaanderen inzet op het herstel van de natuurlijke sponswerking van het landschap. Maar INBO pleit voor een versnelling en schaalvergroting.
“Via de beleidsmatige versnelling van de Blue Deal en een versterkte groenblauwe dooradering werkt Vlaanderen aan een structurele verlaging van de milieudruk. Alleen door water beter vast te houden en de milieudrukken (zoals stikstof en pesticiden) structureel en gebiedsdekkend te verlagen, kan Vlaanderen zijn natuur versterken en weerbaar maken voor de toekomst. (...) Dit is een maatschappelijke investering die niet alleen onze biodiversiteit ten goede komt, maar ook zorgt voor een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving met baten op lange termijn.”
Alarmbellen bij Natuurpunt en Groen
De slechte punten in het rapport doen alarmbellen afgaan bij Natuurpunt en bij de partij Groen.
“We waren al de slechtste leerling van de Europese klas, maar nu blijkt dat de kwaliteit van onze natuur er nog meer op achteruitgaat”, zegt Natuurpunt. “Niets doen is grove nalatigheid, want onze natuur beschermt ons tegen wateroverlast, hitte en droogte.”
Natuurpunt vindt het dan ook ‘onbegrijpelijk’ dat Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&v) vorige week heeft gepleit voor de afzwakking van Europese natuurbeschermingsrichtlijnen. “Want door de regels af te schaffen, los je het probleem niet op.”
Natuurpunt wijst erop dat het rapport net laat zien dat waar er wél geïnvesteerd wordt, de natuur zich snel herstelt. “Deze successen bewijzen dat we het tij kunnen keren.” Ze roept dan ook om het budget te verdubbelen.
Ook de partij Groen vindt het rapport alarmerend. “Het gaat niet goed met de natuur in Vlaanderen. Van de 46 habitattypen in Vlaanderen verkeren er nog steeds 40 in een zeer ongunstige staat. Slechts 5 habitattypen gaan vooruit, terwijl 10 achteruitgaan. Op een moment als dit ons natuurbeleid gaan versoepelen, zoals cd&v voorstelt, teken het doodvonnis van natuur in Vlaanderen.”
Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) noemt zo'n versoepeling ‘onverantwoordelijk’. “We moeten onze natuurgebieden juist uitbreiden, verbinden en versterken. Dat is ook wat de Vlaming wil: iedereen wil natuur op wandelafstand.”
De partij vraagt aan minister Brouns om werk te maken van de omzetting van de Europese Natuurherstelverordening ‘en deze te vertalen naar concrete en afdwingbare beleidsdoelen’.





