Opbrengst en kwaliteit van (half-) vroege frietrassen
In 2025 werden op 2 locaties in Vlaanderen proeven met (half)vroege frietrassen aangelegd in het kader van het Programma Landbouwcentrum Aardappelen (LCA). Amora was de referentie voor de 3 nieuwe vroege rassen en Zorba voor 2 nieuwe halfvroege variëteiten.

De proefvelden werden geplant op 27 maart en 10 april. Dit is representatief voor de praktijk, aangezien de gemiddelde plantdatum voor Amora op 23 maart lag en voor het halfvroege ras Sinora op 1 april. Door de aanhoudende droge weersomstandigheden kon het planten vroeg van start gaan en dit zonder onderbrekingen.
Er werd in deze proeven uitsluitend gebruikgemaakt van groot pootgoed van ± 35/50mm (niet gesneden). De plantafstand in de rij werd aangepast per ras: 34 à 38 cm, op advies van de kweekbedrijven.
De bemesting gebeurt steeds op basis van een grondontleding in het voorjaar. Er wordt gestreefd naar een stikstofgift die geadviseerd wordt voor het referentieras. Per proefveld kregen alle rassen dezelfde bemesting toegediend (advies Amora). Het pootgoed werd om proeftechnische reden niet ontsmet.
Zeer droog jaar
2025 gaat te boek als een zeer droog jaar: al vanaf het planten was het droog en het bleef ook heel lang (zeer) droog. De aardappel bewees dit jaar nog maar eens hoe sterk hij is: het wortelstelsel werd van in het begin uitgedaagd om voldoende te ontwikkelen. In combinatie met af en toe wat regen, konden de planten zich goed ontwikkelen, met mooie opbrengsten tot gevolg.
Het proefveld in Zwevezele had meer te lijden onder de droogte dan het proefveld in Kruisem: in Kruisem viel ruim 50 l regen meer in het voorjaar. Dit kan de hogere opbrengsten verklaren in vergelijking met Zwevezele. Het referentieras voor de vroege rassen, Amora, haalde een opbrengst van 39 ton/ha in Zwevezele en 49 ton/ha in Kruisem. Zorba, als referentie voor de halfvroege rassen, behaalde respectievelijk 41 en 59 ton/ha.
Omwille van de droge bodemomstandigheden, lagen de onderwatergewichten hoger dan gewoonlijk, vooral dan in Zwevezele. Hierdoor lag ook de blauwgevoeligheid op een hoger niveau (vooral dan in Zwevezele). De frietkleur was voor alle rassen en beide locaties zeer goed.
Met uitzondering van het ras Zorba (vatbaar), zijn alle rassen in deze proeven resistent tegen het aardappelcysteaaltje Globodera rostochiensis.
Tijdens het groeiseizoen werden de rassen opgevolgd en beoordeeld op diverse gewaskenmerken (opkomst, gewasstand, aantal stengels, afrijping …). Na de oogst werden opbrengst, sortering, onderwatergewicht, drijvers, blauwgevoeligheid, knolkenmerken, kook-, en frietkwaliteit bepaald.
Alle rassen kenden een voldoende opkomst, dit wil zeggen meer dan 90%.
Droge en zonnige weersomstandigheden
De winter van 2024-2025 begon nat, maar vanaf februari werd het droger. Maart en april waren zelfs uitzonderlijk droog, vooral in het westen van het land. Door het zonnige, warme weer en de oostenwind droogde de bodem snel op. De proefvelden konden daardoor vroeg geplant worden (27 maart en 10 april).
Net zoals februari, maart en april waren ook mei en juni zeer droge en zonnige maanden. In juni was bovendien erg warm. Doordat er af en toe toch wat regen viel, konden de planten zich goed ontwikkelen.
Na een zeer droog en zonnig voorjaar volgde nog een warme, zonnige en zeer droge zomer. Juli startte extreem warm (hittegolf) maar daarna schommelden de temperaturen rond normale waarden. Vooral in het begin en het einde van de maand viel er neerslag van betekenis. Dit zorgde ervoor dat de opbrengstverwachtingen toch nog gunstig bleven.
In augustus viel er nauwelijks regen en lag de gemiddelde temperatuur iets hoger dan normaal. Half augustus was er opnieuw sprake van een hittegolf.
September werd al snel wisselvalliger, met eindelijk lokaal meer neerslag van betekenis.
De oogst van de 2 proeven vonden plaats op 19 augustus en 18 september op het moment dat alle rassen van nature afgerijpt waren.
Ervaringen op de proefplaatsen
In Zwevezele en Kruisem werden 7 (half)vroege frietrassen aangelegd. Amora en Zorba werden als referenties opgenomen, samen met 5 nieuwe variëteiten.
De bruto-opbrengsten (alle sorteringen én uitval) van de 7 vroege en en halfvroege variëteiten samen bedroeg in Zwevezele 38 ton/ha (na aftrek van 15% voor spuitsporen, kopakkers…) en in Kruisem 53 ton/ha. De plantdatum tussen beide locaties was vrij gelijk (eind maart – eerste helft april). In Zwevezele werd 2 keer beregend in de maand juni. Toch kon dit het tekort aan neerslag niet verhelpen.
Ook in Kruisem was het droog, maar viel er in het voorjaar (april-juni) toch ruim 50 l regen meer dan in Zwevezele. Dit kan de hogere opbrengst verklaren in Kruisem in vergelijking met Zwevezele. De sortering in Zwevezele was met 81% in de +50 mm daarbij ook net iets fijner dan in Kruisem (90%). Het gemiddelde knolaantal bleef in Zwevezele ook 1 knol per struik lager, met respectievelijk 9 en 10 knollen per plant. Uitval vormde op geen enkel van de proefplaatsen een probleem en was vooral te wijten aan groene knollen.
De onderwatergewichten lagen in 2025 op een hoog niveau, met een gemiddelde van 400 g/5 kg en 386 g/5 kg voor respectievelijk Zwevezele en Kruisem. Vooral in Zwevezele lag de droge stof dus hoger, wat opnieuw getuigt van de droogte. Daardoor lag ook de blauwgevoeligheid bij de meeste rassen op een hoog niveau, vooral dan in Zwevezele.
De frietkwaliteit was zeer goed voor alle rassen en op beide proefvelden. Enkele rassen haalden daarnaast ook nog eens een goede kookkwaliteit. Al blijft deze kwaliteitsparameter voor deze typische frietrassen van ondergeschikt belang, toch blijft het interessant om deze analyse uit te voeren om eventuele dubbeldoelrassen aan het licht te brengen. Aantasting met schurft vormde nergens een probleem.
Nieuwkomer Francis
Het sinds 2024 nieuwe, vroege frietras Francis behoort tot hetzelfde segment als Amora met een zelfde vroegrijpheid. De grote potermaat mag geplant worden op 36 cm in de rij. Zijn opkomst verliep iets trager dan bij de referentie en ook de afrijping startte iets later (dus evenveel groeidagen). Er werden gemiddeld 3,4 stengels per struik gevormd en 9 knollen per struik. Net zoals in 2024 is dit iets minder dan bij Amora.
De opbrengst van Francis was vergelijkbaar met die van Amora (+2%), al waren er wel aanzienlijke verschillen tussen de 2 proefvelden, met respectievelijk -4% en +7% voor Zwevezele en Kruisem. Zelfs met iets minder knollen per struik werd toch eenzelfde grove sortering behaald, met 88% in de +50 mm. Francis heeft eerder een ovale knolvorm, met dus een iets betere frietlengte in vergelijking met Amora (9,2 cm).
Het onderwatergewicht van dit ras scoorde vrij gemiddeld in 2025, met een resultaat van 391 g/5 kg. Voor het tweede jaar op rij blijkt Francis niet blauwgevoelig te zijn (index 83, laagste index in de proef). Zijn frietkwaliteit was zeer goed zonder heterogene frieten en zonder suikertoppen. In tegenstelling tot 2024, bleef de kookkwaliteit steken op een eerder matige score (5,5). Op één locatie zagen de knollen er na het koken meliger uit zonder een hoog onderwatergewicht.
Ook zijn uitwendige kenmerken waren zeer goed: nauwelijks schurft, geen diepe ogen en regelmatig van vorm. Er werd geen enkel inwendig probleem vastgesteld.
Samengevat vormt Francis iets minder stengels en knollen per struik. De hogere opbrengst (+8%) ten opzichte van Amora in 2024 zagen we dit jaar in mindere mate terugkeren (+2%). Zijn onderwatergewicht bleef eerder laag (2024) tot gemiddeld (2025). Zijn lage blauwgevoeligheid werd dit jaar bevestigd. Zijn frietkwaliteit was zeer goed. Op het vlak van kookkwaliteit laat Francis wisselvallige resultaten zien.

Leonore nieuw van 2025
Leonore is een vroeg frietras dat in 2025 voor het eerst in de proeven werd opgenomen. Zijn opkomst verliep op een gemiddeld tempo en de afrijping werd ingezet op hetzelfde moment als bij Amora. Met 4,2 stengels per struik en 10 knollen per struik was zijn gewasontwikkeling ook vergelijkbaar met de referentie. Er wordt geadviseerd om Leonore te planten op 38 cm in de rij (potermaat 35/50mm).
Op beide proefvelden bleef de opbrengst van Leonore net iets onder de opbrengst van Amora, wat gemiddeld neerkwam op -4%. Dit ras groeide uit tot een fijnere sortering (77%) in vergelijking met de andere rassen in proef. Leonore vormt langwerpige knollen met een mooie knollengte (9,9 cm).
Op het vlak van onderwatergewicht scoorde het ras eerder aan de lage kant, met een gemiddelde van 378 g/5 kg en enkele drijvers (dichtheid 1,06 kg/l). Ondanks het lagere onderwatergewicht, bleek Leonore toch redelijk blauwgevoelig te zijn (index 164, hoogste score in proef). Zijn frietkwaliteit was (zeer) goed, maar met een index van 2,3 toch iets minder in vergelijking met de andere vroege rassen. Er waren ook wel enkele heterogene frieten aanwezig. Lenore is niet geschikt om te koken.
Dit nieuwe frietras vormt mooie lange knollen met uitstekend uitzicht en zeer vlakke ogen. Op het proefveld in Kruisem werden wel enkele knollen met roestplekken gevonden.

Nevadina tweede jaar in proef
Nevadina is ook een nieuw vroeg frietras dat voor het tweede jaar op rij in proef lag. Zijn opkomst en zijn afrijping verliepen even vlot en snel als bij Amora. Opvallend was wel het lage aantal stengels (2,3) en knollen (7,6) per struik. Dit was duidelijk het laagste aantal van alle rassen. Net zoals de referentie mag Nevadina toch op 38 cm in de rij worden geplant.
De opbrengst van Nevadina viel extreem laag uit in Zwevezele, terwijl in Kruisem een mooie meeropbrengst van +7% gemeten werd. Vermoedelijk reageerde dit ras in Zwevezele nogal extreem op een uitgestelde werking van een herbicide (door de droogte). In 2024 haalde Nevadine nog een kleine meeropbrengst ten opzichte van Amora van 3%. Zijn sortering was voor het tweede jaar op rij zeer grof (93% in +50mm), wat logisch is met een laag knolaantal. Qua knolvorm is Nevadina eerder ovaal in vergelijking met Amora (8,2 cm).
Het onderwatergewicht van dit nieuwe ras scoorde zeer gemiddeld, met 393 g/5kg en nauwelijks drijvers (bij 1,06 g/l). Zijn blauwgevoeligheid lag in dezelfde lijn met een index van 103. Zijn frietkwaliteit was voor het tweede jaar op rij uitstekend, met een enkele heterogene friet, maar geen suikertoppen. Nevadina lijkt daarnaast ook wel geschikt om te koken (6 à 6,5). Door een gemiddeld onderwatergewicht was er weinig meligheid op te merken en er waren ook geen problemen met grauwverkleuring na het koken. Dit nieuwe ras vertoonde geen interne gebreken.
Samengevat vormt Nevadina al 2 jaar op rij minder stengels en knollen per struik en verloopt zijn opkomst en afrijping op eenzelfde vlot tempo als Amora. Vermoedelijk omwille van fytotoxiciteit door herbiciden (uitgestelde werking door droogte) viel zijn opbrengst in 2025 extreem tegen op één proefveld, terwijl we op de andere locatie (en in 2024) een kleine meeropbrengst meten ten opzichte van Amora. Nevadina vormt zeer grove, ovale knollen. Zijn onderwatergewicht is laag (2024) tot gemiddeld (2025), net als zijn blauwgevoeligheid.
Alberta, halfvroeg frietras
Alberta lag voor het tweede jaar op rij in de proeven en mag net als de referentie op 34 cm in de rij worden geplant. Zijn opkomst verliep dit jaar heel vlot (in tegenstelling tot 2024) en zijn afrijping begon net iets later in vergelijking met Zorba. Zijn aantal stengels (3,5) en knollen (10,0) lagen op een mooi gemiddeld niveau.
Alberta behaalde eenzelfde opbrengst als Zorba en dit was zo op beide proefvelden. Eenzelfde totale opbrengst en eenzelfde knolaantal resulteerden bij Alberta toch in een grovere sortering, met 90% in de +50 mm. Een knollengte van 8,4 cm betekent ovalere knollen.
Alberta haalde een onderwatergewicht (390 g/5kg) dat net onder het gemiddelde van alle rassen samen bleef. Het percentage drijvers bleef zeer beperkt. Daardoor bleef zijn blauwgevoeligheidsindex ook laag voor 2025 (index 95). Zijn frietkleur was zeer goed. Op één locatie werd een heterogene friet waargenomen. Zijn smaak na het koken was opvallend goed en met voorsprong de beste in proef.
De knollen vertoonden geen (lak)schurft en nauwelijks interne gebreken.
In 2025 kenmerkte Alberta zich met een vlotte opkomst, een gemiddeld aantal stengels en knollen, een gemiddelde opbrengst en grovere sortering met ovale knollen. In 2024 was zijn onderwatergewicht te laag en in 2025 gemiddeld. Zijn frietkwaliteit is uitstekend. Interessant is dat Alberta in 2025 een zeer goede kookkwaliteit liet optekenen (in 2024 op 1 van de 2 locaties). Zijn uitwendige en interne kwaliteit vertoonden geen tekorten.
Quintera, tweede jaar beproefd
Quintera is een halfvroeg ras dat voor het tweede jaar op rij in de proeven werd geplant. Er wordt geadviseerd om dit ras op 36 cm in de rij te planten (maat 35/50 mm). Zijn opkomst verliep vlotter in vergelijking met de referentie en ook zijn afrijping verliep zoals te verwachten voor een halfvroeg ras. Quintera vormde het hoogste aantal stengels, met 4,4 per struik. Toch bleef zijn knolaantal steken op het gemiddelde van 10 per plant.
Quintera haalde dezelfde opbrengst als de 2 andere halfvroege rassen Zorba en Alberta. Toch waren er verschillen tussen de 2 proefvelden, met +8% in Zwevezele en -6% in Kruisem in vergelijking met Zorba. In 2024 haalde Quintera nog de hoogste opbrengst op beide locaties. De grofte van Quintera lag tussen de andere 2 halfvroege rassen in, met 85% in de sortering +50 mm. Quintera vormt langwerpige knollen met een mooie lengte van 10,0 cm.
Op het vlak van het onderwatergewicht behaalde Quintera het op één na hoogste resultaat, met 406 g/5 kg, zonder drijvers. Daardoor kwam zijn blauwgevoeligheid wel hoger uit, met een index van 161. Zijn frietkwaliteit was opnieuw de beste van alle rassen, met slechts een enkele heterogene friet en geen suikertoppen. Quintera is niet geschikt als kookaardappel wegens zijn meligheid. Quintera liet geen problemen optekenen op het vlak van uitwendige of inwendige kwaliteit, op een enkele roestvlek na in het droge jaar 2025.
Samengevat vormt Quintera veel stengels, maar met een gemiddeld knolaantal. Dit ras vormt doorgaans een mooie opbrengst (meestal hoger dan Zorba), met een mooie grofte en langwerpige knollen. Quintera behaalde al 2 jaar op rij een hoog onderwatergewicht. Daardoor moet er wel opgelet worden voor stootblauw. Zijn frietkwaliteit is uitstekend, maar hij is niet geschikt om te koken.





