Boek ‘Je Bord Ontrafeld’ doorprikt fabels over voedsel en landbouw
Het boek ‘Je Bord Ontrafeld’ wil lezers een klare kijk bieden op de landbouw en ons voedselsysteem om voer te geven voor ‘talrijke gesprekken aan de keukentafel’.

De titel van het boek Je Bord Ontrafeld verraadt het doel van de schrijvers: Tessa Avermaete, Wannes Keulemans en Barbara De Coninck willen het voedseldebat verrijken door feiten van fabels te scheiden.
Iedereen heeft immers een mening klaar over voeding. Dat is logisch natuurlijk. Als het goed gaat, eten we dagelijks meerdere maaltijden en we voelen ons cultureel verbonden met wat er precies op ons bord ligt. Onze meningen zijn echter vaak gebaseerd op foute aannames, hardnekkige clichés en misverstanden over wat voedselproductie wel en niet is.
Dat zorgt voor een gepolariseerd debat, dat gepaard gaat met spanningen. Consumenten zijn bovendien de belangrijkste hefboom in het voedseldebat. “Het verschil maak je door wat er op je bord ligt”, staat er in het boek. Die keuzes maak je dan het best goed geïnformeerd.
“We schotelen je zeker geen sprookjes voor, wel een verhaal waarmee je zelf aan de slag kunt, waarmee je je opinie over duurzaam voedsel kunt aanscherpen of bijstellen, en waarmee je bewust keuzes kunt maken”, schrijven de auteurs aan het begin van hun boek. “We willen dat mensen al lezend in de zetel bijleren over voedsel en landbouw”, vatte Tessa Avermaete samen tijdens de boeklancering op 9 maart in Leuven.
Getuigenissen
Door 10 (ervarings)deskundigen te interviewen voor het boek, willen de auteurs ‘de mensen achter de statistieken een stem geven’. Letterlijk, enkele (lange) citaten van deze mensen zijn opgenomen in het boek. “Het waren stuk voor oprechte getuigenissen en inspirerende gesprekken”, aldus Avermaete.
Zo getuigt Tirhas Gebremeskel, een jonge vluchtelinge uit Eritrea, over het zware bestaan van boeren in die regio, die door een gebrek aan investeringen tegen wil en dank kleinschalige bioboeren zijn.
De auteurs laten ook verschillende boeren en landbouworganisaties aan het woord, om te praten over de vele zorgen die ze hebben. Daarbij ontbreekt er wel nog de getuigenis van bijvoorbeeld een bioboer wanneer het over de nut en onnut van biolandbouw gaat in het boek. Nu blijft het bij afgevaardigden van dezelfde cluster landbouworganisaties.
Groot is niet slecht
Bij zowel consumenten als in de reclamewereld leeft het cliché dat lokaal en kleinschalig bij de productie en verwerking van voeding automatisch beter is. “Denk maar aan het beeld van een Italiaanse mama in de keuken die tomatensaus maakt”, aldus Avermaete. “Maar de realiteit is natuurlijk anders. Die tomatensaus komt van een professioneel en industrieel bedrijf.”
We moeten ook niet vies zijn van dergelijke grote bedrijven, zegt het boek. Dankzij de professionalisering van de voedingsindustrie zijn we immers zekerder dan ooit dat voedselveiligheidsregels nageleefd worden. Ook hebben enkel grote bedrijven nog de financiële slagkracht die nodig is om betere en duurzamere gewasbeschermingsmiddelen op de markt te brengen.
Ook wereldwijde handel is geen boeman. We geven smaak aan ons eten met specerijen die van overal komen en laten voedingsproducten invoeren die hier niet goed gedijen, zoals cacao en koffie. Die zijn niet meer weg te denken uit ons dieet. Onze eigen landbouw draait ook op synthetische meststoffen die we invoeren en dankt voor een stuk haar bestaansrecht aan de export van voeding.
Vlees versus plant
Een ander debat dat naar de voorgrond treedt in het boek is de discussie rond de eiwittransitie. Mensen die de dag van vandaag nog klimaatverandering ontkennen, moeten zich ‘in cognitieve bochten’ wringen. Ook het feit dat ons voedselsysteem daar in belangrijke mate aan bijdraagt, is onomstreden.
Met behulp van statistieken tonen de auteurs dat veehouderij, en vooral de rundveehouderij, een belangrijke impact heeft op zowel broeikasgasemissies als het verlies van biodiversiteit. “Dat betekent niet dat we geen rundveehouderij meer nodig hebben en we pleiten er ook niet voor dat iedereen vegetariër wordt”, zei Barbara De Coninck. “Consumenten moeten zich er echter van bewust worden dat hun dagelijkse stukje vlees een impact kan hebben op onze planeet.”
Risicoloos wordt het nooit
Een andere discussie waarbij de emoties fel kunnen oplaaien, is de vraag hoeveel risico de landbouw mag nemen. “Een bepaalde hoeveelheid risico bij innovatie is onvermijdelijk en zou aanvaardbaar moeten zijn, maar in de landouw lijkt dat in bepaalde dossiers niet mogelijk”, aldus De Coninck.
De onderzoeker haalt haar eigen onderzoeksdomein aan, plantbescherming. “Gewasbeschermingsmiddelen zijn ontworpen om ziekten en plagen te doden en brengen dus een intrinsiek gevaar met zich mee. De strenge Europese wetgeving om pesticiden op de markt te brengen en te gebruiken, moet het gevaar zo klein mogelijk maken.”
Alle risico uitsluiten is echter onmogelijk en de strenge wetgeving fnuikt innovatie, bijvoorbeeld in biologische bestrijdingsmiddelen. En juist innovatie zal de landbouw verder verduurzamen, betogen de auteurs.
Dat is een evolutie die al jaren aan de gang is, valt wetenschapsjournalist Hidde Boersma bij tijdens het panelgesprek op de boekvoorstelling. “Als ik het vraag, denken mijn vrienden in Amsterdam van niet, maar landbouw is echt veel duurzamer dan 40 jaar geleden. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is bijvoorbeeld met de helft gedaald. Dat er geen vooruitgang zou zijn, is een van de mythes die het boek ontrafelt.”
Speciaal voor onze lezers schenkt uitgeverij Lannoo Campus 5 gratis exemplaren van het boek weg. Vanaf donderdag 12 maart kan je deelnemen aan een wedstrijd via deze link.





