Minister kan niet ingrijpen als gemeente landbouwgrond verkoopt
Vlaams minister van Plattelandsbeleid en Binnenlands Bestuur Hilde Crevits (cd&v) kan niet ingrijpen als een stad of gemeente haar landbouwgronden verkoopt. “Ik heb vertrouwen in de deskundigheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van lokale besturen om hierin de juiste keuzes te maken”, antwoordt de minister op een vraag van Vlaams parlementslid Stefaan Sintobin.

De stad Gent heeft volgens Sintobin beslist om opnieuw circa 100 ha landbouwgrond, gelegen buiten het stedelijke gebied en in pachtvrije toestand, te verkopen om de stadskas te spijzen. “Daarmee lijkt Gent afstand te nemen van het eerdere moratorium dat werd ingesteld na de juridisch en maatschappelijk omstreden verkoop van 450 ha landbouwgrond aan Fernand Huts”, zegt het parlementslid van Vlaams Belang.
“Hoewel het stadsbestuur stelt dat de landbouwfunctie van de gronden behouden moet blijven en dat de maximale verkoopprijs niet het hoofddoel is, gaat het in de praktijk wel degelijk om een verkoop aan de hoogstbiedende, waarbij de eigendom definitief uit publieke handen verdwijnt. Dat past in een bredere trend waarbij lokale besturen, OCMW’s en kerkfabrieken landbouwgronden verkopen om budgettaire tekorten op te vangen”, meent Sintobin.
Geen Vlaams moratorium
Minister Crevits stelt dat ze niet kan optreden in de normale marktwerking. “Steden en gemeenten dragen bij de verkoop van publieke landbouwgronden een grote verantwoordelijkheid. Lokale besturen beschikken over een ruime autonomie en worden geacht, rekening houdend met de lokale context, het maatschappelijke belang zorgvuldig af te wegen. Ik heb vertrouwen in de deskundigheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van lokale besturen om hierin de juiste keuzes te maken. Een verplicht Vlaams moratorium op de verkoop van publieke landbouwgronden lijkt niet wenselijk, omdat dat wel heel ver gaat in het beknotten van de mogelijkheden van lokale besturen.”, zegt Hilde Crevits.
Strategische rol
Ze deelt wel de analyse van Sintobin dat publieke landbouwgronden meer zijn dan louter een financieel actief en dat ze een strategische rol spelen in het garanderen van toegang tot grond voor actieve landbouwers, jonge boeren en zij-instromers. “Dit is expliciet opgenomen in het regeerakkoord en in de Beleids- en Begrotingstoelichting (BBT) naar aanleiding van de begrotingsopmaak 2026. We maken lokale besturen bewust van het belang en de mogelijkheden om hun publieke land- en tuinbouwgronden in publieke handen een landbouwgebruik te geven en aan te wenden voor jonge land- en tuinbouwers en landbouwers die agro-ecologische landbouwtechnieken toepassen, waaronder duurzame teeltpraktijken”, zegt de minister.
“Het lerend netwerk rond publieke landbouwgrond waarin de administraties Agentschap Landbouw en Zeevisserij, Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek ( ILVO) en het Departement Omgeving nauw samenwerken, is bezig om de kennis rond actieve inzet van publieke landbouwgrond te bundelen en beschikbaar te maken en om zo de lokale besturen te ontzorgen. Via een online kennisplatform, vormings- en netwerkmomenten en werktafels reiken we hun kennis, inzichten en goede voorbeelden aan, gericht op landbouwgebruik, jonge landbouwers of goede landbouwtechnieken. Voedselproductie, betaalbare pacht en bedrijfseconomische duurzaamheid zijn aspecten die hier zeker in aan bod komen. Dankzij een centraal contactpunt krijgen we goed zicht op de vragen die leven bij lokale besturen”, vult minister Crevits nog aan.
Onomkeerbare gevolgen
De verkoop van publieke landbouwgronden heeft volgens Stefaan Sintobin onomkeerbare gevolgen. “Het leidt tot verdere concentratie van grondbezit, verhoogt de druk op pachtprijzen en hypothekeert de toegang tot grond voor actieve landbouwers. Voor pachters betekent dat vaak rechtsonzekerheid of gedwongen schuldenlast, terwijl jonge boeren en nieuwe instromers bijna volledig uit de markt worden geprijsd. Bovendien rijst de fundamentele vraag welke rol Vlaanderen nog wil spelen in het vrijwaren van landbouwgrond als strategische productiefactor, wanneer lokale besturen zonder overkoepelend beleidskader deze gronden mogen vervreemden om kortetermijnbudgetten te dichten”, besluit Sintobin.





