Cd&v vraagt invoering van ‘jongeboerentoets’
Met een conceptnota in de commissie Landbouw van het Vlaams parlement vraagt cd&v meer aandacht voor jonge landbouwers. De partij vraagt onder meer dat elk beleidsvoorstel getoetst zou worden aan de impact op jonge boeren. Het afromen van de nutriëntenemissierechten (NER) bij een eerste installatie of familiale overname is een ander knelpunt.

Met een conceptnota kunnen parlementsleden wegen op het beleid. Bart Dochy, Stijn De Roo, Mien Van Olmen, Kris Poelaert, Peter Van Rompuy, Robrecht Bothuyne en Gilles Bultinck signaleren in hun conceptnota over jonge boeren lacunes in de regelgeving en het beleid en doen suggesties voor verbetering. De 7 leden van de cd&v-fractie doen voorstellen om vernieuwde regels uit te werken voor het grondgebruik, het inkomen en de rechtszekerheid van land- en tuinbouwers, voor de beeldvorming over land- en tuinbouwers, en voor de beleidstoetsing, -visie en -planning.
Sterke afname
Het aantal jonge boeren neemt in Vlaanderen sterk af. Die trend is al langer aan de gang, maar zonder kentering in die trend en zonder effectieve generatiewissel komt het aantal landbouwers mogelijk op een kritisch punt. In 2023 was 10,92% van de Vlaamse landbouwbedrijfsleiders jonger dan 40 jaar; in 2010 was dat 13,78%. In 2023 was 5,72% van de Vlaamse landbouwbedrijfsleiders jonger dan 35 jaar; in 2010 was dat 5,50%.
Beleidsmatig zijn er al heel wat engagementen uitgesproken om de trend van het dalende aantal jonge boeren tegen te gaan, maar volgens de indieners van de conceptnota zijn er nog altijd te veel belemmeringen voor jonge boeren. De problemen zijn gekend en gelden vaak niet enkel voor jonge boeren: een lage rendabiliteit, toegang tot grond, een gebrek aan rechtszekerheid voor vergunningen en investeringen in emissiereductie, onvoldoende maatschappelijke acceptatie, onzekerheid op lange termijn ...
Grond en financiering
In de conceptnota vragen de parlementsleden van cd&v onder meer om de toegang tot financiering te vereenvoudigen voor jonge boeren, om de oneerlijke concurrentie met overheidsmiddelen terug te dringen bij de verkoop van landbouwgrond en om de toegang tot voldoende landbouwgrond te verzekeren door voldoende agrarisch gebied als ruimtelijke bestemming te vrijwaren en het gebruik van agrarisch gebied af te stemmen op de bestemming. Voorts vragen ze om het agrarische gebied te ontzien van gebruiksbeperkingen. Ze vragen verder ook om de zonevreemde functiewijzigingen te beperken tot sites zonder landbouwpotentieel of tot bedrijfszetels, zodat de omliggende gronden in landbouwgebruik kunnen blijven.
Ook willen ze de schenkings-, registratie- en erfenisrechten op landbouwgronden inzetten als instrument om duurzame verpachting op lange termijn te stimuleren. Ze willen de regelgeving over zonevreemde functiewijzigingen in agrarisch gebied aanpassen, zodat zonevreemde functiewijzigingen geen negatieve impact hebben op de zone-eigen landbouwactiviteit. Zowel het regelgevende kader, bijvoorbeeld over geurhinder, kan worden gewijzigd, als de manier waarop wordt omgegaan met klachten van personen die zonevreemd wonen. De zonevreemde functiewijziging kan worden aangegrepen om de toegang tot bijbehorende grond voor (jonge) landbouwers te vergemakkelijken.
Lasten verdelen over hele keten
De veranderingslasten van de verdere verduurzaming van bedrijfsvoering moeten worden verdeeld over de volledige agrovoedingsketen en de landbouwers moeten billijk worden vergoed voor de bijdrage die ze leveren aan de verduurzaming van de leefomgeving. Risicobeheersing moet worden meegenomen als belangrijk element voor het nieuwe GLB. Daarbij kan de brede weersverzekering worden heroverwogen, eventueel in relatie tot het Vlaams Rampenfonds, om enerzijds de kosten te beheersen, zowel voor de landbouwer als voor de overheid, en om anderzijds de dekking van risico’s te waarborgen.
Perspectief geven
Aan jonge landbouwers moet een toekomstperspectief en een ontwikkelingsperspectief worden geboden in een diversiteit aan bedrijfsmodellen. De regelgeving over nutriëntenemissierechten moet zo worden gewijzigd dat, in geval van een eerste installatie, familiale overnames en ook van vennootschapsvormen, geen afroming wordt toegepast. De toegang tot financiering vanuit het Vlaams Investeringsfonds moet worden verbreed en de overbruggingsfinanciering moet worden gefaciliteerd.
De sector wordt aantrekkelijker als niet alleen de overheid, maar ook media die door de overheid worden gesubsidieerd, correcte gegevens gebruiken en een respectvol beeld verspreiden van de land- en tuinbouw en van jonge boeren in het bijzonder. Daarnaast moet het respect voor jonge boeren verbeteren, zowel in de landbouwsector en de agrovoedingsketen als in de maatschappij en het beleid. Jonge boeren mogen niet worden afgeschilderd als vervuilers, maar als landbouwers, landschapsbeheerders, plattelandsontwikkelaars, gemeenschapsvormers, voedselvoorzieners, ondernemers en medeburgers.
’Jongeboerentoets’
Beleidsvoorstellen moeten specifiek worden getoetst, zodat duidelijk wordt wat de gevolgen zijn voor jonge boeren op het vlak van landbouwinkomen en welbevinden, ondernemersvertrouwen en -vriendelijkheid, rechts- en bedrijfszekerheid, en in- en uitstroom. Jonge boeren en hun vertegenwoordigers moeten worden betrokken bij zowel het uitwerken als het toepassen van die ‘jongeboerentoets’.
Daarnaast moeten jonge boeren en hun organisaties worden betrokken bij de voorbereiding en de opmaak van de Vlaamse landbouwvisie 2030-2050. Ze moeten ook betrokken worden bij plannen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), het Nationaal en Regionaal Partnerschap (NRP), bij de natuurherstel- en -beheerplannen, en bij de ruimtelijke beleids- en uitvoeringsplannen, alsook bij plannen van de generatievernieuwingsstrategie.
Intenties omzetten in beleid
De conceptnota kan op bijval rekenen van Boerenbond. “We zijn positief over elk initiatief dat de problemen waar jonge boeren mee te kampen hebben onder de aandacht brengt. Het is goed dat er wordt nagedacht over oplossingen. Zonder ingrepen dreigen we een generatie te verliezen. De volgende stap is deze goede intenties omzetten in daadwerkelijk beleid. We rekenen hiervoor op de steun van alle meerderheidspartijen”, zegt voorzitter Lode Ceyssens.
Groene Kring roept eveneens op om snel concrete beleidsinitiatieven te koppelen aan deze conceptnota. “De nutriëntenemissierechten (NER) zijn een belangrijk knelpunt. Die bepalen hoeveel dieren een landbouwer mag houden. Bij een eerste installatie of familiale overname worden deze rechten afgeroomd, wat een zware impact heeft op de overname van een bedrijf. Voor zij-instromers maken de NER een overname zelfs bijna onmogelijk. De conceptnota maakt een opening om geen afroming meer toe te passen. Zo krijgen jonge boeren opnieuw een reële kans om een bedrijf over te nemen”, zegt voorzitter Justine Arkens van Groene Kring.
Al lang vragende partij
Dat in de conceptnota gepleit wordt voor een aanpassing in de regelgeving rond schenkings-, registratie- en de erfenisrechten op landbouwgronden, valt eveneens in goede aarde bij Groene Kring. “Wij zijn al langer vragende partij voor fiscale stimuli die het voor jonge boeren haalbaarder en betaalbaarder maken om grond te verwerven aan redelijke prijzen of om grond op de lange termijn te gebruiken”, aldus Arkens.





