Hoeve De Bouvrie in Bossuit is een paradijs voor boerenlandvogels
Op zijn historische vierkantshoeve in de Scheldevallei spant Marc Bossuyt zich in om het leefgebied van de boerenlandvogels te herstellen. Hij ziet ze graag vliegen, en wat goed is voor de vogels, is ook goed voor de boer.

De historische vierkantshoeve, gelegen in de vruchtbare leemstreek van de Scheldevallei, is een mekka voor vogels én vogelkijkers. “De hele streek toont veel potentieel voor boerenlandvogels, tussen Kortrijk en de Schelde is het nog een echt open akkerbouwgebied.”

Jammer genoeg blijft het vaak bij potentieel. In het algemeen gaat het slecht met de boerenlandvogels. Al decennialang daalt het aantal patrijzen, scholeksters, veldleeuweriken en consorten (zie kader). Een intensievere landbouw gaat gepaard met het verdwijnen van hun leefgebied en van hun voedselbronnen.
Akkervogels
Al meer dan 25 jaar probeert Marc het tij te keren voor de boerenlandvogels door de biodiversiteit op en rond de boerderij te verhogen. Zo herstellen hij en zijn zoon, die ondertussen in het bedrijf is gestapt, het typische Vlaamse landbouwlandschap waar boerenlandvogels goed in gedijen.
Nog voordat er sprake was van beheersovereenkomsten, begon Marc met het inzaaien van akkerranden. “In samenwerking met de provincie West-Vlaanderen zaaide ik toen een oude spoorwegbedding in met akkervogelvoedselgewassen.”

Meerdere akkers en weilanden van Marc zijn tegenwoordig uitgerust met een strook voor de vogels. Hij toont me een rand met zomergranen en een strook grasland dat hij gefaseerd laat maaien. Er blijft altijd vegetatie staan waar akker- en wei-landvogels in kunnen nestelen en die insecten aantrekken die dienen als hapje voor de vogels.
Ook bij de keuze van de gewassen die hij inzaait, houdt Marc rekening met het welzijn van vogels. “Maïs heeft geen enkele meerwaarde voor akkervogels. Ik plant daarom vooral graangewassen zoals baktarwe.” Veldleeuweriken bouwen er hun nest tussen op de grond en patrijzen en kwartels foerageren in het graan.
Torenvalk
Akkervogels zijn lang niet de enige boerenlandvogels die een thuis vinden in Hoeve De Bouvrie. Meer dan 10 jaar geleden plantte Marc hoogstamboomgaarden met appel-, peren-, pruimen- en notenbomen. Er staan ook oudere eikenbomen in de boomgaard. “Het fruit verwerken we deels in confituur en appelmoes, maar onze landbouwdieren eten de gevallen vruchten ook op. De eikels zijn een ware delicatesse voor de edelherten. Tegelijk hebben we met onze hoogstamboomgaard een mooie biotoop gecreëerd voor uilen en torenvalken om in te jagen.”

“Die bomen stonden hier vroeger ook, net zoals bij elke boerderij in Vlaanderen.” De inheemse fruitbomen zijn door de jaren heen omgevallen en niet opnieuw geplant, of met opzet geveld, om een strak en homogeen landbouwlandschap te vormen. Boerenlandvogels hebben juist nood aan een landschap met een hoek af. “Aan de ingang van de hoeve staat nog een meer dan 100 jaar oude zeldzame perenboom. Maar ooit zal ook deze boom omvallen, het is een kwestie van tijd.”
Daarnaast heeft Marc verschillende nestkasten geïnstalleerd voor de uilen en torenvalken. Hij laat me een foto zien van een torenvalk die zich de dag voor mijn bezoek had neergestreken op een van de kasten aan de stal. “Het is weer tijd voor deze vogels om een nest te maken.”

Boerenzwaluw
Ook de boerenzwaluw is het slachtoffer van moderne landbouwpraktijken. Deze vogels vertoeven graag in het dakgebinte van stallen. Moderne stallen worden echter steeds vaker potdicht gemaakt uit schrik voor dierziektes en door strengere milieuregels. “De vogels geraken amper nog binnen in moderne, gesloten stallen, waardoor ze minder plaats hebben om te nesten.” Het effect laat zich raden. Elk jaar ziet Marc minder en minder zwaluwen terugkeren van hun trektocht naar het Zuiden.

Marc koos bewust voor robuustere rassen, zoals de Franse Blonde d’Aquitaine. Die zijn minder vatbaar voor ziektes en kunnen tegen een stootje, waardoor hij zijn landbouwdieren nog steeds kan huisvesten in open stallen.
“De boerenzwaluwen zitten graag bij onze varkens.” De Large White zijn nog echte buitenloopvarkens. De grote, witte zeugen kunnen zelf via een opening in de stal naar buiten om te wroeten in de modder. “De boerenzwaluwen glippen met de varkens mee binnen en buiten.”

Systeem draait vanzelf
Marc doet zoveel moeite om de biodiversiteit te herstellen op zijn landbouwbedrijf uit de overtuiging dat wat goed is voor vogels, ook goed is voor de boer. Een ecosysteem in balans draait vanzelf, met minder tussenkomst van de landbouwer.
Zo spuit hij enkel insecticiden wanneer het nodig is. Daardoor blijven er meer insecten over om te dienen als voer voor patrijzen en kwartels, maar ook nuttige insecten die de gewassen bestuiven en schadelijke insecten bestrijden. “Als er genoeg lieveheersbeestjes op onze aardappelplanten zitten, moeten we niet spuiten tegen bladluizen. Die worden toch opgegeten.”
Marc gebruikt ook al een aantal jaar geen rattenvergif meer. “De steen- en kerkuilen vangen het ongedierte voor ons. Omgekeerd zijn er terug meer uilen, omdat we geen rattenvergif meer gebruiken. Anders eten ze vergiftigde muizen.”

Marc denkt dat de tijd rijp is voor een ommekeer in hoe we omgaan met de boerenlandvogels en met onze omgeving. “De meeste landbouwers staan ervoor open om milieuvriendelijker te boeren, omdat ze beseffen dat het een positieve impact heeft op het hele ecosysteem. Daar was wel een attitudeverandering voor nodig. Dertig jaar geleden was ik nog een groene boer. Het was not done.”
Het resultaat van al zijn inspanningen wordt duidelijk wanneer Marc de vogels opsomt die zijn waargenomen op en rond de hoeve: veldleeuwerik, patrijs, boerenzwaluw, mus, gors, kwartel, kiekendief, steen- en kerkuil, torenvalk…
“Enkel de kievit is verdwenen, terwijl de akkers vroeger vol zaten met nesten. De kolonies kieviten in de streek zijn ook te klein geworden om zich nog tegen kraaien en vossen te verdedigen. Je kan nog zoveel moeite doen voor grondbroeders, zolang predatoren vrij spel krijgen, is het dweilen met de kraan open.”

Duurzaam in alle aspecten
Duurzaamheid is het kernwoord van Marcs bedrijfsfilosofie. Niet alleen ecologisch duurzaam, maar ook economisch neemt hij de touwtjes in eigen handen. Hij baat een gemengd landbouwbedrijf, met een grote kudde edelherten en kleinere aantallen runderen, varkens, schapen en vleeskippen. “Alle dieren op de boerderij worden gekweekt in functie van onze eigen hoeveslagerij. We verkopen voor de rest geen dieren op de vrije markt, we bepalen onze eigen prijs.”
Door in te zetten op zoveel verschillende soorten landbouwdieren en door verschillende gewassen te telen (tarwe, aardappelen, suikerbieten, industriegroenten zoals bonen…) voelt Marc het ook minder in zijn portemonnee wanneer de prijs van een product ineenzakt.

Ook op sociaal vlak houdt Marc het houdbaar. In de zomermaanden smijt hij de deuren van zijn boerderij open voor het brede publiek. “Van mei tot september zijn mensen welkom voor proeverijen en picknicks met producten van ons bedrijf en van andere landbouwbedrijven in de streek.”
Zo krijgt hij niet alleen veel volk over de vloer, wat van de boerderij een levendige bedoening maakt, maar werkt hij ook aan het imago van de landbouw. “Ik geef regelmatig rondleidingen op de hoeve, waarbij ik vertel hoe wij te werk gaan, maar waarbij ik ook de bredere problematiek in de landbouw ter sprake breng. Landbouwers moeten hun bedrijven juist meer openstellen, zodat mensen kennismaken met andere vormen van landbouw dan de industriële landbouw die ze in de media zien. Ze hebben nu een verkeerd beeld van de landbouwsector.”
Net zoals Marc zijn de meeste boeren immers natuurliefhebbers, daar is hij rotsvast van overtuigd. “Van kleins af aan leven we op het platteland. We dragen het landschap en de boerenlandvogels in het hart. Een leeuwerik zien opvliegen uit mijn akker geeft me een goed gevoel.”





