Startpagina Milieu

Producenten moeten mee opdraaien voor kosten van zwerfvuil

Vlaamse steden en gemeenten krijgen tot 61 miljoen euro per jaar extra om zwerfvuil aan te pakken. Dat geld komt van producenten van onder meer drankverpakkingen, sigarettenfilters, vochtige doekjes en ballonnen. Via het nieuwe interregionaal samenwerkingsakkoord ‘Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid voor Zwerfvuil’ betalen zij voortaan verplicht mee voor de kosten van zwerfvuil.

Leestijd : 3 min

De Europese SUP-richtlijn (Single Use Plastics) verplicht lidstaten om de milieu-impact van plastic wegwerpproducten te verminderen. Artikel 8 van de richtlijn voorziet ook dat producenten meebetalen voor de inzameling en opruiming van zwerfvuil.

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

In België is de uitvoering van die verplichting geïntegreerd in de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), via een interregionaal samenwerkingsakkoord (ISA) tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Producenten van onder meer drankverpakkingen, sigaretten met filters, vochtige doekjes en ballonnen moeten bijdragen aan de opruim- en beleidskosten. De regeling – die sinds 20 april van kracht is – vervangt vroegere vrijwillige afspraken en maakt de bijdrage wettelijk verplicht.

Voor Vlaanderen wordt de bijdrage van producenten geraamd op zo’n 71,5 miljoen euro/jaar, circa 44% van de totale zwerfvuilkosten. Die werden in 2021 op 164 miljoen euro geraamd. Voor alle Vlaamse gemeenten samen bedraagt de jaarlijkse vergoeding ongeveer 61 miljoen euro.

Grote ergernis van Vlaming

Zwerfvuil blijft een hardnekkig probleem. Onderzoek van de OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) toont aan dat 77% van de Vlamingen zich ergert aan zwerfvuil. Het geeft mensen ook een onveilig gevoel op straat. In 2024 rapporteerden alle lokale besturen dat ze samen tot 6.969 ton zwerfvuil hadden opgehaald.

“Zwerfvuil is een van de grootste ergernissen van de Vlaming”, zegt Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v). “Niemand wil blikjes, sigarettenpeuken of verpakkingen in de berm, op het plein of aan de bushalte. Onze lokale besturen maken daar terecht een prioriteit van, maar die strijd kost handenvol geld. Met deze middelen kunnen steden en gemeenten hun aanpak verder opschalen: meer opruimen, een beter vuilnisbakkenbeheer en gerichte sensibilisering. En vooral: we passen een helder principe toe: de vervuiler betaalt. Wie producten op de markt brengt die vaak als zwerfvuil eindigen, moet mee opdraaien voor de kosten om onze straten, parken en pleinen proper te houden.”

Zwerfvuil aan de bron voorkomen

Wim Dries, voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), reageert positief. “Eindelijk dragen producenten wettelijk mee bij aan de kosten die lokale besturen maken voor de aanpak van zwerfvuil. De VVSG pleit hier al jaren voor. De vergoeding erkent de dagelijkse inzet van onze steden en gemeenten om de publieke ruimte proper te houden. Tegelijk moeten we nuchter blijven: lokale besturen blijven een aanzienlijk deel van de factuur dragen. We blijven dus pleiten voor maatregelen die zwerfvuil aan de bron voorkomen, zoals minder wegwerpverpakkingen.”

Eerste heffingsjaar

Met de overige 10,5 miljoen euro worden de opruim- en beleidskosten van de provincies en Vlaamse agentschappen vergoed. 2026 geldt als het eerste heffingsjaar. Via een voorschotregeling zal 50% van de bijdrage van dit eerste heffingsjaar in de loop van 2026 worden uitbetaald. Vanaf 2027 ontvangen de lokale besturen de volledige bijdrage.

Zij moeten de middelen inzetten voor opruimen, vuilnisbakkenbeheer, sensibilisering en rapportering en kunnen daarvoor ondersteuning krijgen van Mooimakers, het Vlaamse initiatief tegen zwerfvuil en sluikstort, dat werd opgezet door de OVAM, Fost Plus en de VVSG.

20% minder zwerfvuil tegen 2030

Werner Annaert, administrateur-generaal van OVAM, noemt de middelen voor lokale, provinciale en gewestelijke overheden om de strijd tegen zwerfvuil verder op te voeren essentieel. “In de voorbije periode 2016-2023 werd een daling met circa 11% van de hoeveelheid zwerfvuil gerealiseerd. Dat is al een begin, maar nog onvoldoende. Tegen 2030 willen we nog eens 20% minder zwerfvuil in Vlaanderen”, aldus Annaert.

De precieze verdeling vind je hier.

Kabinet Brouns

Lees ook in Milieu

Meer artikelen bekijken