Methaanemissies kun je ook reduceren door te beweiden
Voor veel melkveehouders is beweiding een haalbare maatregel om de uitstoot van ammoniak te verlagen. Naast de PAS-regelgeving worden rundveehouders echter ook geconfronteerd met de doelstellingen van het Convenant Enterische Emissies (CEER). Ook daar biedt beweiding soelaas, maar de gunstige combinatie met Bovaer is (momenteel) niet erkend.

In het CEER is afgesproken om tegen 2030 de enterische emissies van methaan (CH4) door rundvee met 14% te verminderen ten opzichte van de emissie in 2005. Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) onderzocht of beweiding ook op dit vlak een bijdrage kan leveren.
Onderzoek met verschillende regimes
In het Vlaio-LA-project GrASTech werd de impact van begrazing op de uitstoot van methaan en op de melkproductie bij melkvee onderzocht. In 2020 werden op het ILVO-proefbedrijf 24 koeien (midden tot eind lactatie) in verschillende periodes onderworpen aan verschillende regimes. Iedere periode kreeg één groep geen beweiding en het basisrantsoen op stal, één groep kreeg 6 uur beweiding in combinatie met het basisrantsoen op stal en één groep kreeg 6 uur beweiding en een stalrantsoen met extra kuilmaïs. Hierbij kreeg elke koe een verschillende behandeling in elk van de 3 periodes.
In 2022 werd de proef herhaald met 24 melkkoeien (begin lactatie) en 3 regimes, namelijk ‘geen beweiding + basisrantsoen’, ‘6 uur beweiding + rantsoen met extra kuilmaïs’ en ‘12 uur beweiding + rantsoen met extra kuilmaïs’.
Naast melkproductie en -samenstelling werd ook de opname van ruwvoer, krachtvoer en vers gras per koe bijgehouden. De uitstoot van methaan werd gemonitord in de stal en op de weide. 2020 en 2022 waren droge en warme jaren. De kwaliteit en de beschikbaarheid van het verse gras tijdens de proeven waren daardoor niet altijd optimaal. Hoewel dit inherent is aan beweiden, kan dit de resultaten beïnvloed hebben. Ook in de praktijk zal een melkveehouder met de beschikbaarheid en kwaliteit van het verse gras rekening moeten houden om de melkproductie op peil te houden.

DS-opname heeft impact op melkproductie
Zowel in 2020 als in 2022 bleek de totale drogestof (DS)-opname bij koeien die beweid werden lager dan bij koeien die op stal bleven. Zeker bij het begin van de lactatie, wanneer koeien een grotere behoefte hebben, leidt dit tot een lagere productie van vet- en eiwitgecorrigeerde melk (FPCM).
Een hoger aandeel kuilmaïs voorzien in het stalrantsoen sluit goed aan bij de hogere opname van eiwit in vers gras bij begrazen. Als de beschikbaarheid en kwaliteit van het gras evenwel niet optimaal zijn, kan ook extra kuilmaïs niet beletten dat grazende koeien bij begin lactatie minder melk produceren (tabel 1).

Begrazen verlaagt de methaanemissies
Begrazing bleek in beide proeven een verlagend effect op de uitstoot van methaan te hebben (tabel 2). Zowel bij de koeien midden en eind lactatie als bij de koeien begin lactatie leidde begrazen tot een reductie van de methaanuitstoot met circa 60 g (14%) per koe per dag. Opvallend was dat langer beweiden (12 uur) quasi geen verdere verlaging van de methaanuitstoot meer opleverde.

Uitgedrukt in uitstoot per kg FPCM leverde beweiding enkel een significant lagere methaanuitstoot op bij koeien in het midden of op het eind van de lactatie. Bij koeien in het begin van de lactatie was de methaanuitstoot per kg FPCM wel lager, maar niet significant.
Gunstige combi van Bovaer en beweiden (nog) niet erkend
In de ILVO-proefstal werd in 2023 de combinatie van beweiding en het additief Bovaer onderzocht. Bovaer is een voederadditief met bewezen verlagend effect op de methaanemissie bij rundvee, maar bij beweiding is het niet als reductiemaatregel erkend. Maatregelen in het kader van de PAS-wetgeving botsen dus met maatregelen in het kader van het CEER. Dit onderzoek kan dus het pad effenen om beweiding zowel voor reductie van ammoniak- als van methaanemissie als maatregel te erkennen.
In het onderzoek resulteerde beweiding in een lagere DS-opname en daardoor ook een lagere FPCM-productie. Bovaer bleek ook hier de methaanuitstoot gevoelig te verlagen. Bij koeien die op stal bleven, daalde de methaanuitstoot met 25% per koe en met 26% per kg FPCM (tabel 3).

In combinatie met beweiding zorgde Bovaer voor een extra verlaging van de methaanuitstoot tot 34% per koe en tot 29% per kg FPCM. Zonder Bovaer leverde beweiding een verlaging op van 8% per koe en geen verlaging per kg FPCM. Bovaer heeft bij 6 uur beweiden dus een bijkomend reducerend effect op de methaanemissie, die in lijn ligt met de reductie bij koeien die niet beweid worden.
In dit onderzoek verlaagde 6 uur beweiden de absolute methaanuitstoot per koe. Meer beweiden (12 uur) verlaagde de uitstoot evenwel niet significant meer. De methaanuitstoot per kilo FPCM werd in het onderzoek enkel verlaagd door beweiding bij koeien in midden of eind lactatie en mits het aanpassen van het stalrantsoen (extra kuilmaïs). Dit deed men omdat de melkproductie bij beweiding in dit onderzoek lager lag, mogelijk als gevolg van de variërende graskwaliteit en beschikbaarheid. Het combineren van beweiden met additief Bovaer leverde wel een duidelijke reductie in methaanuitstoot op, en dit zowel per koe als per kg FPCM en in lijn met koeien die voltijds op stal verblijven.
Beweiden helpt verduurzamen
Beweiding biedt rundveehouders perspectief om de ammoniak- en methaanemissies van hun bedrijf te reduceren en om zo bij te dragen aan de verduurzaming van de melkveesector. Om de voederopname en de melkproductie op peil te houden, zijn een doordachte aanpak en nauwgezette opvolging van zowel het grasland- als het stalmanagement absoluut noodzakelijk.





