Startpagina Aardappelen

Stem de stikstofgift af op het aardappelras

Veerle De Blauwer, onderzoekster bij Inagro, stond tijdens de jaarlijkse aardappelstudiedag van Viaverda afgelopen winter stil bij de stikstofbemesting op maat van het aardappelras.

Leestijd : 5 min

De stikstofbemesting blijft een belangrijk aandachtspunt bij de aardappelrassenkeuze. “Er is wel oog voor het ras, maar de specifieke stikstofbehoefte ervan wordt vaak uit het oog verloren”, gaf Veerle De Blauwer aan. Iedereen doet bij de stikstofbemesting van aardappelen veel moeite, wat vaak niet eenvoudig is, en dan nog worden de drempelwaarden inzake nitraatresidu maar moeilijk gehaald. “Veel inzet wordt niet altijd beloond”, stelde ze helaas vast.

Nieuwe rassen met lagere behoeften

Inagro en Viaverda hebben al een jarenlange ervaring in het onderzoek naar de verschillende aspecten inzake stikstofbemesting bij aardappelen. De techniek om de bemesting te fractioneren raden ze echt aan. Hierbij wordt er voor het planten 70% van het bemestingsadvies gegeven, om later in het seizoen te evalueren of de resterende 30% nog bijbemest moet worden. “Dat is een techniek die iedereen kan toepassen zonder een grote investering. Rijenbemesting is dan wel weer moeilijker toe te passen en vergt een investering in de gepaste machines., maar het is wel een puzzelstuk in een beredeneerde stikstofbemesting”, legde De Blauwer uit.

Ze duidde verder dat er veel verschillen tussen rassen bestaan. “Als telers nadenken of met elkaar spreken over nieuwe aardappelrassen, komt de stikstofbehoefte van dat specifieke ras of de mogelijkheid om de bemesting te fractioneren eigenlijk niet of toch veel te weinig aan bod.”

Niet alle rassen hebben evenveel stikstof nodig. Bintje en Fontane vragen doorgaans wel meer stikstof dan de nieuwe rassen die op de markt zijn gekomen. Die hebben soms een beduidend lagere stikstofbehoefte. De stikstofbehoefte van een aardappelras is doorgaans goed gekend. Toch kunnen we ons afvragen of de behoeftes van ‘oudere rassen’ niet moeten bijgeschaafd worden, omdat we meer rekening moeten houden met de milieukundige gevolgen (bijvoorbeeld hogere nitraatresiduen).

Bij het opstellen van een bemestingsadvies wordt in het ideale geval vertrokken van die rasspecifieke stikstofbehoefte. Bij een bodemanalyse wordt vervolgens bepaald hoeveel stikstof er na de winter nog in het profiel aanwezig is. Trekken we dan ook nog de te verwachten mineralisatie af (van bodemorganische stofgehalte, oogstresten, groenbedekkers, …) dan kan er een bemestingsadvies geformuleerd worden.

De stikstofbehoefte van 4 aardappelrassen werd door Inagro, Viaverda en PIBO-campus op 4 locaties nagegaan in het kader van het Demonstratieproject ‘OptiN-ras: stikstof op maat in aardappelen’ (dankzij financiering van de Vlaamse overheid). Veerle De Blauwer legde uit dat gestart is met de analyse van een bodemstaal, gevolgd door een advies voor het teeltseizoen startte. “Eigenlijk is er in de proef weinig rekening gehouden en hebben we 4 ‘stikstoftrappen’ aangelegd, hetzelfde voor ieder ras op ieder locatie. Midden juli lieten de eerste verschillen zich zien op de proefvelden. Sommige objecten hadden duidelijk een blekere bladkleur. Maar laat u hierdoor niet misleiden, sommige rassen, hebben nu eenmaal van nature uit een lichtere bladkleur.”

Meer mest, meer opbrengst?

Een eerste vraag die de onderzoekers zich stelden, was of meer bemesten ook tot hogere opbrengsten leidt. Daar botsten ze al snel op de wet van de afnemende meeropbrengst. “De laatste kilo stikstof die je geeft, draagt eigenlijk niet zo veel meer bij aan uw eindopbrengst”, concludeerde De Blauwer. Bij Alegria werd gezien dat dit ras een lagere stikstofbehoefte heeft, en dat je dus minder moet bemesten. Challenger en Markies kunnen dan weer een hogere stikstofbemesting benutten ten voordele van de eindopbrengst. Maar het loof van een Markies sterft dan weer later af, waardoor ook de knollen laat afrijpen en waardoor de oogst ook uitgesteld moet worden.

Tot op zeker hoogte klopt het dus dat hoe meer bemest wordt, hoe hoger de opbrengst ligt. De de hoogste bemesting levert echter niet altijd de hoogste opbrengst en de opbrengstcurve vlakt af, eens de hogere bemestingsdosissen er zijn. De Blauwer hamerde op het verschil in aardappelrassen. “Niet ieder ras heeft een even hoge stikstofvraag en de optimale bemestingsdosis kan sterk verschillen.”

Meer mest, dus meer stikstofinhoud en meer nitraatresidu?

Een tweede vraag waarover de onderzoekers zich bogen was of meer bemesten leidt tot een hogere stikstofinhoud van loof en knollen. De literatuur zegt daar dat de maximale stikstofopname in het loof zich bevindt op het moment van het sluiten van het gewas tot het begin van de bloei. Na de bloei gaat de stikstof van het loof naar de knol en rijpt het loof op een natuurlijke wijze af. In het loof schommelt de concentratie aan stikstof makkelijker tussen rassen dan in de knollen. Bij de aardappelknollen zit de stikstofinhoud hiervan ergens rond de 2,6 g per kg aardappelen. “Wat in de literatuur te lezen valt, klopt ook met de eigen proefveldervaringen”, gaf Veerle De Blauwer aan.

Ze wees nogmaals op het feit dat na de winter het bodemprofiel een ‘arme’ toestand kan laten zien. “Maar hierop mag je je niet blindstaren om de bemesting te berekenen. Er valt immers nog mineralisatie tijdens het groeiseizoen te verwachten. Dat wordt vaak vergeten.”

Levert meer bemesten ook een hoger risico op een hoog nitraatresidu op, was de derde vraag waarrond de proefveldwerking ging. “Ja en dat heeft grote gevolgen”, antwoordde ze direct. “Niet alle stikstof kan immers even efficiënt opgenomen worden door het aardappelgewas. We zien dan ook dat de reststikstof in stijgende lijn gaat naargelang je meer bemest.” Zeker bij de hoogste stikstofdosissen werd in verschillende rassen en op verschillende locaties een aanzienlijk stijging in het nitraatresidu gemeten.

Financiële weerslag

Bemesten heeft een financiële weerslag, waarbij de kosten tegen de baten moeten afgewogen worden. De baten bij een hogere bemesting zijn de hogere opbrengsten, al waarschuwde Veerle De Blauwer er eerder al voor dat de opbrengsten maar tot op een zeker niveau verhogen. Extra bemesten heeft een meerkost, maar die is eerder beperkt. Wat veel belangrijker is, is het risico op een overschrijding van het nitraatresidu. Daaraan zijn geldboetes gekoppeld zijn.

Daarnaast is het loof van een aardappelgewas dat stevig bemest is, moeilijker te doden. Dat is bijvoorbeeld zeker bij het ras Markies het geval. Andere gevolgen zijn een verlate knolzetting, doordat er eerst veel energie naar de loofproductie is gegaan. Daardoor kunnen de aardappelknollen een te laag onderwatergewicht hebben. Veel loof kan ook de plaagbestrijding moeilijker maken.

Kijkend naar de dalende bemestingsnormen en dan vooral deze in gebiedstype 2 en 3, kan een gepaste rassenkeuze volgens De Blauwer dé manier zijn om de aardappelteelt rendabel te houden. De bemestingsnorm in gebiedstype 3 kan wel eens het kantelpunt zijn of rassen zoals Challenger en Fontane nog geteeld kunnen worden of er naar een ander ras gekeken moet worden (met een lagere stikstofbehoefte).

De onderzoekster adviseerde nog om bij het aanvragen van een bemestingsanalyse duidelijk aan het labo door te geven welk aardappelras je wil gaan telen. “Pas dan kunnen ze een verfijnd advies geven.” In haar conclusie wees ze erop dat aardappelopbrengst niet alles is. “Vergeet de kwaliteit van uw product de dag van vandaag niet. Je moet aan een vlotte loofdoding kunnen doen, wil je een goede schilkwaliteit bereiken.” Ze gaf nogmaals de raad mee om te informeren bij de leverancier van het pootgoed naar de stikstofbehoeften van het ras. Je kan ook contact opnemen met Inagro of Viaverda. “Volg het bemestingsadvies op basis van een bodemstaalname en fractioneer de bemesting om in te spelen op het seizoen.”

Tim Decoster

Lees ook in Aardappelen

Meer artikelen bekijken