Startpagina Milieu

Robuuste biodiversiteit vereist coherent totaalbeleid

De biodiversiteit staat in Vlaanderen ernstig onder druk. Veel soorten en leefgebieden zijn sterk achteruitgegaan en natuurgebieden zijn vaak klein, versnipperd en kwetsbaar voor externe invloeden. Metaforum, de interdisciplinaire denktank van de KU Leuven, formuleerde in een visietekst 29 concrete beleidsaanbevelingen die kunnen helpen bij het biodiversiteitsbehoud en het streven naar een duurzame landbouw.

Leestijd : 4 min

Wereldwijd neemt de soortenrijkdom en genetische diversiteit af, ecosystemen verarmen en natuurlijke habitats verdwijnen in een alarmerend tempo. Ondanks lokale succesvolle herstelinitiatieven blijft de algemene toestand in Vlaanderen zorgwekkend. De hoge verstedelijkingsgraad, intensieve landbouw en versnippering van leefgebieden zetten de natuur voortdurend onder druk.

De belangrijkste bedreigingen zijn, naast die versnippering, stikstofvervuiling, invasieve uitheemse soorten en de toenemende impact van de klimaatverandering. Nochtans vormt biodiversiteit de basis van goed functionerende ecosystemen. Het is ook goed voor onze gezondheid, want het draagt bij aan schonere lucht en water, tempering van hitte en menselijk welzijn. Een gezonde bodem levert betere oogsten en een gevarieerd landschap buffert tegen droogte en overstroming.

Volgens de 11 onderzoekers van de KU Leuven die de visietekst schreven, vraagt het versterken van biodiversiteit ook om gerichte, doortastende keuzes met een duidelijke visie. “Bescherming en herstel werken vooral als ze op voldoende grote schaal worden toegepast. Bovendien betekent meer natuur niet automatisch meer biodiversiteit”, klinkt het.

Biodiversiteit in landbouwgebied

De onderzoekers legden hun focus vooral op landbouw, gezondheid en klimaat. Enerzijds levert biodiversiteit ecosysteemdiensten aan de landbouwproductie. Denk aan de bestuiving in boomgaarden of aan natuurlijke bestrijding van gewasziekten en -plagen. Die ecosysteemdiensten zijn soms onvoorspelbaar en de kosten voor landbouwers zijn vaak ook groter dan de verwachte baten van biodiversiteit. Anderzijds zet landbouw de biodiversiteit onder druk door stikstofvervuiling, nutriëntenverliezen, door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en door de schaalvergroting van het landschap.

De werkgroep biodiversiteit van de KU Leuven presenteerde de visietekst ‘Een robuuste biodiversiteit in Vlaanderen’.
De werkgroep biodiversiteit van de KU Leuven presenteerde de visietekst ‘Een robuuste biodiversiteit in Vlaanderen’. - Foto: Helene Daniëls

Volgens de onderzoekers is het Europese landbouwbeleid er de voorbije decennia niet in geslaagd om de achteruitgang van de biodiversiteit in de landbouw te stoppen. “Maatregelen bleken te vrijblijvend, te beperkt in schaal en onvoldoende afgestemd op wat biodiversiteitsherstel werkelijk vraagt”, klinkt het. “Kleine ingrepen op bedrijfsniveau leveren onvoldoende resultaat op, zolang ze niet gecoördineerd worden op landschapsniveau.”

Hoe landbouw en biodiversiteit verzoenen?

Olivier Honnay, mede-auteur van de visietekst en hoogleraar conservatiebiologie en landbouwecologie aan het departement Biologie van de KU Leuven, stelt dat er veel problemen zijn met de basismilieukwaliteit in landbouwgebied. “Maar met gebiedsgerichte en relatief makkelijk inpasbare maat-regelen – doorgedreven teeltrotaties, goed toepassen van dekgewassen, inzaaien van akkerranden met kruidenmengsels… – kunnen landbouwers al heel veel doen om die milieukwaliteit snel te verhogen, zonder hun productie te schaden”, vertelt Honnay. “Die maatregelen volstaan echter niet om de typische biodiversiteit van landbouwlandschappen zoals die historisch aanwezig was te herstellen. Denk dan aan het herstel van soorten zoals de hamster, grauwe gors of wulp.”

De onderzoekers pleiten voor een gebiedsgerichte aanpak met duidelijke keuzes. Ze schuiven hiervoor het driecompartimentenmodel naar voren om landbouw met biodiversiteit te verzoenen. “In een eerste vorm van landgebruik wordt ingezet op duurzame hoogproductieve landbouw”, legt Honnay uit. “Een tweede vorm zet in op natuurinclusieve landbouw, met zones rond natuurgebieden waar landbouw sterk wordt geëxtensiveerd en waar biodiversiteit voorrang krijgt. Om hoogwaardige biodiversiteit te herstellen, moeten landbouwers minder bemesten, op kleinere percelen verbouwen, kleine landschapselementen introduceren en meer inzetten op gewasdiversiteit. Omwille van de hoge kosten en lage opbrengsten is hier nood aan een nieuw verdienmodel voor boeren. Dat kan gaan om extra subsidies voor het leveren van biodiversiteit en ecosysteemdiensten, om hogere vergoedingen voor beheersovereenkomsten of om een extra prijs die de consument wil betalen voor producten. In het derde compartiment wordt volop voor natuur gekozen.”

Met onder meer doorgedreven teeltrotaties en inzaaien van akkerranden kan je veel doen om de milieukwaliteit snel te verhogen, vindt Olivier Honnay van de KU Leuven.
Met onder meer doorgedreven teeltrotaties en inzaaien van akkerranden kan je veel doen om de milieukwaliteit snel te verhogen, vindt Olivier Honnay van de KU Leuven. - Foto: Helene Daniëls

Totaalbeleid van de overheid

De onderzoekers vinden dat de overheid een coherent totaalbeleid met een langetermijnvisie en beleidsevaluatie moet voeren, met grondige impactanalyses en strategieën met evalueerbare mijlpalen. “Kijk naar de Europese Natuurherstelwet, waarbij we maatregelen moeten nemen om onze gedegradeerde ecosystemen te herstellen”, aldus Honnay. “Het beleid hierrond komt vrij traag op gang. We zullen daar ook pas over een dikke 20 jaar op worden afgerekend. Of neem het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB): dat wordt om de 7 jaar vernieuwd met andere maatregelen, die dan ook nog eens anders worden ingevuld door de lidstaten. Daardoor kan je niet echt een coherent beleid op lange termijn voeren. Het GLB faalt ook wat betreft biodiversiteitsbehoud in het landbouwbeleid.”

Honnay ziet ook dat de eiwitshift moeizaam verloopt. “De vleesconsumptie daalde de laatste 5 à 10 jaar nauwelijks. Het beleid neemt nu wel wat meer initiatieven rond de eiwitshift.”

Boeren actief betrekken

Volgens de onderzoekers moet het beleid boeren actief betrekken en niet uitsluiten. “Landbouwers willen in hun bedrijfsvoering zeker meer rekening houden met biodiversiteit. Maar je moet ze voldoende en juist informeren over de mogelijkheden, de administratie en controles moeten beperkt blijven én er moet een correcte vergoeding tegenover de geleverde inspanningen en de inkomstenderving staan. Omdat de administratie en controle soms onredelijk zijn, stappen ze vaak niet in beheersovereenkomsten. We moeten naar een soort van hybride model evolueren. Daarbij moet je boeren meer vrijheid geven om die overeenkomsten in te vullen, maar er moet dan wel een soort van resultaatsbeoordeling tegenover staan”, besluit Honnay.

Je vindt de visietekst hier.

Jan Van Bavel

Lees ook in Milieu

Meer artikelen bekijken