Startpagina Actueel

Ontwerpplan-MER en MAP 7 krijgen gestalte

Het ontwerpplan-MER werd begin maart goedgekeurd door het departement Omgeving. Het milieueffectrapport (MER) is een wettelijke verplichte stap in het mestactieplan (MAP) waarvan verwacht werd dat het vorig najaar zou verschijnen. Het is nog wachten op de verwerking van de reacties op een openbaar onderzoek, dat zou leiden tot een overwegingsdocument.

Leestijd : 3 min

Volksvertegenwoordigster Mieke Schauvliege (Groen) zag op de bijeenkomst van de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement op 24 maart nog geen spoor van dat document. Ze zei ook dat het definitieve mestactieplan en het goedgekeurde plan-MER er nog niet zijn.

Plan-MER is erdoor

Vlaams minister Jo Brouns (cd&v), die zowel leefmilieu als landbouw in zijn portefeuille heeft, gaf de interpellante mee dat het plan-MER op 5 maart werd goedgekeurd. Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) gaf eerder zijn advies over de passende beoordeling op 13 februari.

De minister viel in herhaling met zijn reactie op de vraag van Schauvliege welke juridische risico’s of procedurele kwetsbaarheden kunnen rijzen bij het uitblijven van een definitief MAP 7 en plan-MER. Hij benadrukte dat met het decreet gekozen wordt voor concrete verbeteringen op het terrein. Volgens de minister is er net om dat te bereiken snelheid gemaakt. De verdere verwerking van het plan-MER en het openbare onderzoek heeft enige tijd gevergd, maar ook op dat vlak kiest Brouns naar eigen zeggen voor een draagvlak en voor betrokkenheid vanuit het werkveld.

Verplichtingen rond nitraatlijn

In het kader van de Europese inbreukprocedure dient het Hof van Justitie zich uit te spreken over de vraag of Vlaanderen in het verleden al dan niet aan zijn verplichtingen in het kader van de Nitraatrichtlijn heeft voldaan. De rechtspraak van het Hof van Justitie uit het verleden stelt dat de uitspraak zal handelen over de gebeurtenissen tot het beantwoorden van het zogenaamde met redenen omkleed advies. De termijn voor de beantwoording van het met redenen omklede advies liep af op 28 november 2023. Feiten of maatregelen die dateren van daarna, zoals de uitwerking van MAP 7 en van het plan-MER, maken geen voorwerp uit van de procedure.

Minister Brouns verwees naar het regeerakkoord, waarin afgesproken werd dat er bijkomende maatregelen zullen worden genomen als uit de monitoring in 2025 en 2026 – de mestseizoenen dus – blijkt dat die nodig zijn om de waterkwaliteitsdoelstellingen te halen. Ook al is het jaar 2026 nog maar net gestart, toch wees hij erop dat vorig jaar de beste resultaten konden worden voorgelegd sinds het begin van de metingen in de jaren 90.

Tweejaarlijkse evaluatie

“Zoals decretaal voorzien, zal de gebiedstype-indeling tweejaarlijks worden geëvalueerd”, zette Brouns uiteen. De nieuwe gebiedstypes zullen dus ingaan vanaf 2027. Op basis van de resultaten zullen de maatregelen op het terrein automatisch strenger of milder worden. Dit is ook belangrijk: vanaf 1 januari 2027 treden er nieuwe maatregelen in werking in de gebieden waar de doelen niet gehaald zijn. Dat is duidelijk afgesproken.

Het gaat om de volgende maatregelen. Op percelen in gebiedstype 3 waarop een nitraatgevoelige teelt wordt verbouwd, mag maximaal 100% van de maximale bemestingsnorm voor werkzame stikstof en dierlijke mest worden opgebracht. Op percelen in gebiedstype 3 waarop maïs wordt verbouwd, moet de bemestingsreductie voor werkzame stikstof 35% in plaats 30% bedragen. In gebiedstype 2 en 3 worden verlaagde nitraatresidudrempelwaarden ingevoerd voor maïs, aardappelen en specifieke teelten.

Juiste keuze

Commissielid Bart Dochy (cd&v) vindt de resultaten die voorlopig gepubliceerd of kenbaar gemaakt zijn door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) met betrekking tot de waterkwaliteit hoopgevend. Hij zit op de lijn van zijn partijgenoot-minister en denkt dat nogmaals bewezen is dat de Vlaamse regering de juiste keuze heeft gemaakt om het Mestdecreet begin vorig jaar in werking te laten treden. Er werd niet gewacht tot er een MER was en tot het nutriëntenemissiemodel (of NEMO-model) alles had doorgerekend. Met de keuze om te starten op basis van het Mestdecreet, dat was uitgewerkt door de landbouw- en milieuorganisaties, zijn er nu al betere resultaten waarneembaar.

Volksvertegenwoordiger Arnout Coel (N-VA) nam de gelegenheid te baat om ervoor te waarschuwen dat het belangrijk is om te vermijden dat landbouwers die op het terrein goed bezig zijn en die op hun akkers de juiste dingen doen, het slachtoffer worden van nieuwe generieke kaders, waarbij zij opdraaien voor collega’s die het minder goed bedoelen. Naar zijn mening moet de situatie op de voet gevolgd en de evaluatie afgewacht worden en dient men waar nodig bij te sturen.

Fons Jacobs

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken