Opvolging in graanvelden vereist, ziektebehandeling nog niet
Eind maart - begin april deden het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG) en partners opnieuw waarnemingen naar de groei en de ziekteverschijnselen in wintergranen.

De conclusie luidt dat bladvlekkenziekte algemeen voorkomt. Toch moet deze in dit vroege stadium nog niet behandeld worden, benadrukken ze.
Voet- en bladziekten
Oogvlekkenziekte werd niet waargenomen. Witziekte komt weinig voor. Dit werd enkel in de regio Brabant waargenomen. De aantasting varieert per perceel en variëteit.
Bladseptoria wordt overal waargenomen. De aantasting varieert van perceel tot perceel en naargelang de variëteit. Gaande van een zeer beperkte aantasting namelijk slechts enkele blaadjes tot meer dan een volledige bladlaag met bladvlekken. In dit vroege stadium moet echter nog niet behandeld worden.
Gele roest wordt sporadisch waargenomen. Namelijk op 3 van de 25 geëvalueerde locaties. Voorlopig is de behandelingsdrempel nergens bereikt maar gevoelige rassen worden best goed opgevolgd.
Vroege bruine roest werd enkele keren teruggevonden. De aantasting blijft voornamelijk beperkt. De behandelingsdrempel is nergens bereikt.
Ontwikkelingsstadium wintertarwe
Het merendeel van de tarwe is het stadium uitstoeling (BBCH 25-29) voorbij. Eén derde bevindt zich in stadium ‘begin oprichten’ (BBCH 30) en nog één derde van de tarwepercelen bevindt zich in het stadium ‘1e knoop’ (BBCH 31). In een beperkt aantal waarnemingen, 2%, heeft de tarwe het stadium 2de knoop (BBCH 32) al bereikt.





