Startpagina Varkens

Varkensvrachtwagen is kritische schakel in bioveiligheid

Veetransport vormt een essentieel onderdeel van de varkenshouderij. Dieren worden dagelijks vervoerd tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en slachthuizen. Op die manier vormen varkenstransporten dan ook een risico voor de verspreiding van varkensziekten. Een veldstudie toonde aan dat vrachtwagens niet altijd écht proper zijn.

Leestijd : 6 min

Hoewel de meeste varkensbedrijve n sterk inzetten op hygiënemaatregelen op de veehouderij, blijkt transport vaak een blinde vlek. Om te achterhalen hoe proper een varkensvrachtwagen werkelijk is bij het verlaten van het slachthuis, voerde de Universiteit Gent een veldstudie uit. De resultaten geven een realistische inkijk in de dagelijkse praktijk en vormen een belangrijk vertrekpunt voor noodzakelijke verbeteringen in de sector.

Een blik achter de schermen van de veldproef

Hoe werd er bemonsterd? Tijdens de studie werden 15 varkensvrachtwagens intensief onderzocht. Op elk voertuig werden bepaalde zones bemonsterd, zowel vóór reiniging als na de ontsmetting die de chauffeur uitvoerde. De cabine, de buitenkant van de vrachtwagen en alle plaatsen waar dieren direct contact mee hebben, werden meegenomen in het onderzoek. Deze aanpak laat toe om een nauwkeurig beeld te vormen van de bacteriële lading voor en na het reinigen en desinfecteren. De gemeten bacteriële lading is een indicator voor de mate van mogelijke aanwezigheid van ziekteverwekkende kiemen.

Met dit onderzoek wordt nagegaan in welke mate de huidige reinigings- en ontsmettingsprocedures voldoende effectief zijn. Daarbij werd specifiek gekeken naar de totale hoeveelheid aerobe bacteriën en naar Gram-negatieve bacteriën, die een goede indicator vormen voor mestvervuiling. Daarnaast werd een bijkomende analyse uitgevoerd om na te gaan welke bacteriën er juist aanwezig blijven na reiniging en ontsmetting.

Cabine is onderbelicht, maar wel cruciaal

De cabine van de vrachtwagen bleek een opvallende risicoplaats. Hoewel dit deel van de vrachtwagen geen direct contact heeft met dieren, vormt het wel een dagelijkse werkruimte van de chauffeur en dus een belangrijke schakel in bioveiligheid. Gemiddeld gezien werd vastgesteld dat de cabine na het reinigingsproces een hogere bacteriële lading vertoonde dan ervoor.

Dit betekent dat de reiniging niet alleen onvoldoende was, maar zelfs voor extra verspreiding van bacteriën zorgde. Chauffeurs besteedden tijdens het reinigen immers geen aandacht aan de cabine, waardoor deze plekken vervuild bleven of verder vervuild raakten bij het opstappen. De verhoogde aanwezigheid van Gram-negatieve bacteriën in de cabine wijst op insleep van mestresten via schoenen of kleding. Dit is een extra reden om chauffeurs van diertransporten nooit toegang te verlenen tot jouw bedrijf zonder eerst van schoeisel en kledij te wisselen en hun handen grondig te wassen.

Reiniging van buitenkant geeft beperkte vooruitgang

Ook de buitenkant van de vrachtwagen werd zorgvuldig geanalyseerd. De wielen, het onderstel en de buitenkant van de laadbrug bleken voor de reiniging al een aanzienlijke hoeveelheid bacteriën te bevatten.

Hoewel de wielen en de buitenkant van de laadbrug na de reiniging een lagere bacteriële belasting vertoonden, was deze daling onvoldoende om te spreken van een effectieve schoonmaak. Het onderstel van de vrachtwagen daarentegen vertoonde een hogere bacteriële lading na reiniging en ontsmetting. Dit is mogelijk het gevolg van opspattend reinigingswater gedurende de reiniging. Deze resultaten tonen dus aan dat de huidige methoden onvoldoende werken om de buitenkant effectief te reinigen en te ontsmetten.

Laadruimte krijgt meeste aandacht, maar bevat meeste vervuiling

De plaatsen waar de varkens direct mee in contact komen, zoals de vloer, wanden en binnenzijde van de laadbrug, kregen van alle locaties de meest grondige reiniging. Toch bleven deze zones, zelfs na het schoonmaken, de hoogste bacteriële belasting vertonen.

De totale hoeveelheid aerobe kiemen daalde duidelijk na reiniging en ontsmetting, maar wat overbleef was toch nog redelijk hoog. Gram-negatieve bacteriën bleken hardnekkig aanwezig te zijn. Dat toont aan dat het verwijderen van mestresten en organisch materiaal onvoldoende was, zelfs al zagen de vrachtwagens er aan de binnenkant visueel proper uit (zie foto’s). Ondanks de propere indruk, blijken er toch nog steeds mestresten aanwezig te zijn in de vrachtwagen. Dit resultaat is in lijn met eerder onderzoek in andere landen, waar reeds werd aangetoond dat een visuele beoordeling van een vrachtwagen geen betrouwbare indicatie geeft van de hygiënische toestand ervan. Een oppervlak dat er schoon uitziet, kan nog steeds aanzienlijke hoeveelheden biologische resten bevatten. Daarom is er behoefte aan objectieve hulpmiddelen die chauffeurs ondersteunen bij het inschatten of een voertuig daadwerkelijk voldoende gereinigd en ontsmet is.

De laadruimte voor reiniging en ontsmetting.
De laadruimte voor reiniging en ontsmetting. - Foto: Laura Courtens
De laadruimte na reiniging en ontsmetting.
De laadruimte na reiniging en ontsmetting. - Foto: Laura Courtens

Kiemen rijden mee

De genetische analyse via 16S rRNA-sequencing van de resterende bacteriën na de reiniging en ontsmetting toont dat vooral bacteriegroepen die typisch voorkomen in de varkensomgeving blijven hangen. Verschillende bacteriesoorten die normaal voorkomen in de darm of mest van varkens konden nog steeds worden teruggevonden op de oppervlakken van de laadruimte. Deze analyse bevestigt dat vrachtwagens sporen van darm- en mestkiemen van varkens meenemen naar het volgende bedrijf.

Wat betekenen deze bevindingen voor varkenshouders?

De resultaten van het onderzoek tonen duidelijk aan dat de huidige reinigings- en ontsmettingspraktijk bij varkenstransport vaak tekortschiet. Dat maakt transport een belangrijke, maar vaak onderschatte route voor insleep van ziektekiemen op varkensbedrijven. Gelukkig kan de veehouder zelf een aantal gerichte maatregelen nemen om dit risico te verkleinen!

Aparte laadzone Een van de effectieve manieren om de insleep van ziektekiemen via veetransport te verminderen, is het creëren van een duidelijk afgebakende laadzone op het bedrijf. Dit is een plaats waar de vrachtwagen kan laden en lossen zonder dat het voertuig de propere zone van het bedrijf hoeft te betreden. De laadzone sluit functioneel aan op de hygiënisch gecontroleerde (schone) zone van het erf, maar blijft er fysiek van gescheiden. Na elke laad- of losbeurt dient deze zone gereinigd en ontsmet te worden door de veehouder, zodat achtergebleven vuil of besmet materiaal geen risico vormt voor de rest van het bedrijf.

Figuur 1 geeft een overzicht van een varkensbedrijf, waarbij de laadruimte aangeduid staat als de rode zone ‘laadzone’. Een aparte toegangsweg ‘vuile weg’ naar deze laadruimte, eveneens gelegen buiten de propere zone van het bedrijf, verkleint het risico op insleep nog verder.

Figuur 1: Grondplan van een veehouderij.
Figuur 1: Grondplan van een veehouderij. - Bron: Laura Courtens

Vraag naar reinigingsstatus Daarnaast helpt het aanzienlijk wanneer het transportvoertuig bij aankomst leeg, zo goed mogelijk gereinigd en gedesinfecteerd en droog is. Chauffeurs beschikken doorgaans over een ontsmettingsboekje waarin de datum en gebruikte ontsmettingsproduct worden genoteerd. Het is zinvol om hier actief naar te vragen, omdat dit meer zekerheid geeft over de reinigingsstatus van het voertuig. Indien nodig kan op het bedrijf zelf een bijkomende ontsmetting plaatsvinden om het risico verder te verkleinen.

Bioveiligheid door de chauffeur Het is eveneens belangrijk om ervoor te zorgen dat de chauffeur niet in het schone gedeelte van het bedrijf kan komen. Wanneer dit praktisch toch vereist is, bijvoorbeeld bij begeleiding tijdens het laden, is het belangrijk dat de chauffeur dezelfde bioveiligheidsmaatregelen volgt als andere bezoekers. Dit houdt onder andere in dat bedrijfseigen kledij en schoeisel worden gedragen, dat handen worden gewassen en dat contact met dieren en materiaal tot een minimum beperkt worden. Het is belangrijk dat varkens na het laden niet terugkeren naar de stallen, omdat ze mogelijk door in contact te komen met het transportvoertuig ziektekiemen kunnen inslepen in het bedrijf. Uitgaande dieren worden daarom het best rechtstreeks naar een duidelijk afgebakende laadplaats gebracht, die bij voorkeur zo ver mogelijk van de stallen gelegen is. Door deze maatregelen consequent toe te passen, kan de veehouder de insleep van ziektekiemen via transport aanzienlijk reduceren.

Huidige aanpak voldoet niet

De veldstudie maakt duidelijk dat varkensvrachtwagens, zelfs na reiniging en ontsmetting, vaak nog aanzienlijke bacteriële vervuiling bevatten. Dit toont aan dat de huidige schoonmaakpraktijken in slachthuizen niet volstaan om het risico op insleep van ziektekiemen naar varkensbedrijven te beperken. De visuele indruk van ‘proper’ blijkt bovendien geen betrouwbare indicator: ook wanneer een laadruimte er schoon uitziet, blijven er vaak nog mestresten en micro-organismen aanwezig.

De resultaten onderstrepen dat zowel betere reiniging en ontsmettingsprotocollen voor vrachtwagens als bijkomende maatregelen op het bedrijf noodzakelijk zijn om dit risico te verkleinen. Het onderzoek benadrukt dus niet alleen waar het vandaag de dag misloopt, maar ook waar de praktische kansen liggen om de bioveiligheid in de varkensketen te verbeteren.

Laura Courtens (UGent)

 

Dit werk werd gefinancierd door de Europese Unie in het kader van het Horizon Europe programma, nummer 101083923 (Biosecure). De geuite standpunten en meningen zijn uitsluitend die van de auteur(s) en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de Europese Unie of het European Research Executive Agency (REA). Noch de Europese Unie, noch de subsidie verlenende instantie kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld.

Lees ook in Varkens

Meer artikelen bekijken