Startpagina Akkerbouw

Vezelhennep zit in de lift

Vezelhennep is een sterk, onderhoudsarm gewas dat weinig input vraagt en vlot in verschillende teeltplannen past. Tegelijk vormt het een waardevolle grondstof voor biocomposieten. Wat leren we uit de eerste veldproeven?

Leestijd : 5 min

Met het Interreg-project ‘Hemp2Comp’ bouwen het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL), het Provinciaal Instituut Biotechnisch Onderwijs (PIBO)-Campus en Compas Agro samen met landbouwers en bedrijven aan een lokale keten waarin hennepvezel uitgroeit tot een duurzaam alternatief voor klassieke materialen.

Snelle groei, weinig zorgen

Steeds meer landbouwers zoeken teelten die ecologisch en economisch interessant zijn. Vezelhennep sluit daar mooi bij aan. Het groeit snel, vraagt nauwelijks bemesting of gewasbescherming en past goed bij bestaande rotaties. Doordat het veld in korte tijd dichtgroeit, blijven onkruiden onderdrukt en is de teelt erg onderhoudsvriendelijk.

Daarnaast kan hennep worden ingezet bij fytoremediatie, bijvoorbeeld op percelen met PFAS- of PFOS-verontreiniging. Het gewas legt bovendien opvallend veel koolstof vast, die bij verwerking in duurzame producten voor lange tijd opgeslagen blijft. Daardoor draagt vezelhennep zowel agronomisch als klimatologisch zijn steentje bij.

Teelttips voor vezelhennep

De zaai van vezelhennep gebeurt doorgaans vanaf eind april tot half mei, wanneer de bodemtemperatuur minstens 8 à 10 °C bedraagt en wanneer het risico op nachtvorst beperkt is. Jonge hennepplanten zijn immers gevoelig voor vorst, waardoor te vroeg zaaien groeivertraging of plantuitval kan veroorzaken.

Kies een perceel met een goed gedraineerde, niet-verdichte bodem en zorg voor een fijn zaaibed. Zaai niet te diep, bij voorkeur op 1 tot 2 cm diepte. Een smalle rijafstand (bijvoorbeeld 12,5 cm) en een zaaidichtheid van minimaal 50 kg/ha worden aanbevolen om onkruidgroei te onderdrukken.

Wetgevend kader

De teelt van hennep, en dus ook vezelhennep, valt in België onder strikte regelgeving. Landbouwers mogen industrieel geteelde hennep (THC-gehalte ≤ 0,3%) zaaien, mits de juiste vergunningen en meldingen.

Zo moet je in Vlaanderen als teler onder meer geregistreerd land- of tuinbouwer zijn bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij met een geldig klantnummer. Je moet de teelt van hennep vóór inzaai, en uiterlijk op 31 mei, aangeven in de jaarlijkse verzamelaanvraag. Verder moet je de teelt uitvoeren op landbouwgrond en mag je enkel gebruikmaken van officieel gecertificeerd zaaizaad. Voor meer informatie omtrent de huidige wetgeving, raadpleeg je het best het Agentschap Landbouw & Zeevisserij.

Zaaidichthedenproef aangelegd bij het PVL. De verschillende zaaidichtheden zijn visueel herkenbaar (links op foto kleinste zaaidichtheid, rechts de grootste zaaidichtheid).
Zaaidichthedenproef aangelegd bij het PVL. De verschillende zaaidichtheden zijn visueel herkenbaar (links op foto kleinste zaaidichtheid, rechts de grootste zaaidichtheid). - Foto: Marijke Gijbels

De oogst van vezelhennep

Afhankelijk van het ras en van de groeiomstandigheden kan vezelhennep na ongeveer 100 dagen geoogst worden, rond de bloei, wanneer de vezelkwaliteit optimaal is. Afhankelijk van de gewenste eindtoepassing kan gekozen worden voor de productie van lange of korte vezels. Voor lange vezeltoepassingen, zoals textiel of hoogwaardige vezelproducten, worden de planten gemaaid op een lengte van 1 m met behulp van specifieke oogstmachines.

Wanneer de vezel bestemd is voor toepassingen zoals isolatiemateriaal of stalstrooisel, volstaan meestal korte vezels. In dat geval kan de oogst gebeuren met een aangepaste hakselaar. In Vlaanderen is de oogst van vezelhennep in principe pas toegestaan na de bloei. Oogst in volle bloei vereist voorafgaande toestemming van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.

Na de oogst blijven de hennepvezels nog enkele weken op het veld liggen om te roten: een natuurlijk proces waarbij dauw en micro-organismen de vezels losmaken van het houtige gedeelte. Na het rotingsproces worden de stengels opgeraapt en verder verwerkt.

Binnen het Interreg-project ‘Hemp2Comp’ werden in 2024 de eerste proefpercelen aangelegd. Het ging om een rassenproef, een multifactoriële proef en een nateeltproef, verspreid over 3 locaties: Bocholt (PVL), Stevoort (PIBO-Campus) en Venlo (Compas Agro). Op basis van de bevindingen uit deze proefvelden werden de proefpercelen voor 2025 ingericht.

Figuur1: Opkomstpercentage rassenproef aangelegd bij het PVL.
Figuur1: Opkomstpercentage rassenproef aangelegd bij het PVL. - Bron: PVL

Welk ras neem je het best?

Een rassenproef werd aangelegd om de prestaties van verschillende vezelhenneprassen in de praktijk te vergelijken. Er werden 5 rassen ingezaaid, met een mix van vroege en late types: één Italiaans ras (Carmagnola), één Oekraïens ras (USO-31), één Hongaars ras (Kompolti) en 2 Franse rassen (Nashinoïde-15 en Muka-76).

Tijdens het groeiseizoen en bij de oogst werden de planten opgevolgd wat betreft onder andere hun opkomst, aantal stengels, planthoogte, stengeldiameter en opbrengst. Al snel viel op dat de rassen duidelijk verschillen in opkomst (figuur 1). Het Hongaarse ras Kompolti kende een zeer lage opkomst, waardoor werd besloten om dit ras niet verder mee te nemen in de proefopzet. De lage opkomst was niet inherent aan het ras, maar het directe gevolg van de ouderdom van het geleverde zaad. Het Italiaanse ras Carmagnola liet het beste opkomstpercentage zien, al bleef dit met ongeveer 40% relatief laag.

Het opkomstpercentage heeft vervolgens een impact op de morfologie van de plant, meer bepaald op de hoogte en diameter van de stengel. Waar een hogere opkomst resulteert in kleinere en dunnere planten, resulteert een lagere opkomst in juist hogere en dikkere planten. Uit de kwaliteitsanalyses blijkt dat de vezelkwaliteit over de rassen heen nagenoeg gelijk blijft.

Figuur 2: Aantal stengels per m² bij zaaidichthedenproef aangelegd bij het PVL.
Figuur 2: Aantal stengels per m² bij zaaidichthedenproef aangelegd bij het PVL. - Bron: PVL

Aan welke zaaidichtheid zaai je het best?

Binnen het project werd onderzocht hoe verschillende zaaidichtheden (40 kg/ha, 80 kg/ha en 200 kg/ha) de groei en kwaliteit van vezelhennep beïnvloeden. Voor deze proef werden 2 rassen gekozen: een vroeg Frans ras (Nashinoïde-15) en een later Italiaans ras (Ostara). Het effect van de verschillende zaaidichtheden was duidelijk zichtbaar (zie figuren 2, 3 en 4): hogere zaaidichtheden resulteren in beduidend meer, maar kleinere en dunnere stengels.

De stengeldiameter is een belangrijke parameter voor vezelkwaliteit: dunnere stengels, zo dik als een pink, geven doorgaans beter kwalitatieve vezels. Indien de teelt gericht is op vezelproductie, wordt dus het best een voldoende hoge zaaidichtheid aangehouden. In onze proeven gaf 80 kg/ha een geschikte stengelmorfologie, maar opkomstpercentage is een bepalende factor.

Figuur 3: planthoogte (cm) bij zaaidichthedenproef aangelegd bij het PVL.
Figuur 3: planthoogte (cm) bij zaaidichthedenproef aangelegd bij het PVL. - Bron: PVL

De stikstofbehoefte van vezelhennep

Hoewel vaak wordt gezegd dat hennep weinig tot geen bemesting nodig heeft, laten onze proeven een ander beeld zien. In de veldproeven van 2025 bleek dat een basisbemesting van ongeveer 80 eenheden stikstof (N) nodig was voor een goede groei en opbrengst.

Percelen zonder bemesting lieten duidelijk een lagere plantontwikkeling en lagere opbrengsten zien. Dit toont aan dat, ook al is vezelhennep een robuust gewas, een gerichte basisbemesting belangrijk is om optimale vezelkwaliteit en een optimaal rendement te bereiken.

Figuur 4: stengeldiameter (cm) bij zaaidichthedenproef aangelegd bij het PVL.
Figuur 4: stengeldiameter (cm) bij zaaidichthedenproef aangelegd bij het PVL. - Bron: PVL

Vezelhennep als motor voor een circulaire economie

Een opvallend onderdeel van het project is de ontwikkeling van nieuwe biocomposietproducten op basis van lokaal geteelde hennepvezel en (bio)hars. Daarbij beogen de projectpartners een brede waaier aan toepassingen te realiseren, gaande van een verkeersbord en akoestisch paneel tot een duurzame uitvaartkist. Daarnaast worden ook een verkeerspaal, fietsparkeervoorziening en raamprofiel ontwikkeld.

Deze toepassingen demonstreren de veelzijdigheid van hennep en het potentieel als duurzamer alternatief voor materialen zoals kunststof en tropisch hout, al blijft de uitvoering binnen het project beperkt tot pilotbatches.

Marijke Gijbels (PVL)

Lees ook in Akkerbouw

Meer artikelen bekijken