Startpagina Maïs

Doornappel moét je bestrijden

Doornappel (of datura) behoort tot de nachtschadefamilie. Zowel de zaden als de rest van de plant zijn in hoge mate giftig voor mens en dier. Bestrijding is dus verplicht.

Leestijd : 3 min

Bij doornappel is een Europese regelgeving van kracht omwille van de gehaltes aan atropine en scopolamine die in de voedselketen kunnen terechtkomen.

Doornappel kan laat kiemen en ontsnapt op die manier wel eens aan de aandacht. De plant kan vrij groot worden en de doosvruchten kunnen honderden zaden bevatten. Datura mag totaal niet voorkomen in de teelt van aardappelen en ook niet in gewassen bestemd voor menselijke consumptie. Sommige teelten kunnen zelfs niet geoogst worden bij aanwezigheid van dit onkruid.

Ook in de maïskuil behoudt het zijn toxiciteit: 1 plant per 25 m² maïs kan na het inkuilen en vervoederen al een dodelijke intoxicatie met zich meebrengen bij runderen (bron: Arvalis). De symptomen zijn zweten/droge muil en neusspiegel, rusteloosheid, gebrek aan eetlust, spasmen, snelle ademhaling, dood! Het komt erop aan om tijdig een dierenarts te consulteren. Analyse van de maïskuil op de aanwezigheid van atropine en scopolamine kan via laboratoria zoals Eurofins, Ecca en Primoris.

Een zaaddoos van doornappel kan 500 zaden bevatten en 1 plant tot 5.000 zaden. Afhankelijk van de bron geeft men aan dat het zaad 10 tot 80 jaar kan overleven in de bodem. Dit toont duidelijk het belang van de beheersing! Vanaf 2026 is het beheersen van datura opgenomen in de IPM-checklist als major en zo een verplichting geworden. Een overschrijding van 10 planten met zaden/ha wordt al aanzien als een non-conformiteit.

Gerichte aanpak nodig

Het onkruid kan op het perceel terechtkomen via grondverzet, oppervlaktewater, onvoldoende gereinigde machines, het reinigen van beken… Gezien de vaak iets latere kieming in vergelijking met de courantere onkruiden lijkt een iets latere zaai van maïs op probleempercelen aangewezen. Het integreren van triketones (bijvoorbeeld mesotrione of tembotrione) in het schema is een belangrijk beginpunt, maar ook middelen zoals Peak, Casper, Monsoon Active TCmax, Auxo of Kart in het schema vormen een meerwaarde eerder in het 4-5 bladstadium van de maïs op het moment van de behandeling. Franse bronnen raden aan om ook een onderbladbespuiting uit te voeren in het 8-9-bladstadium om ontsnapte planten nog te kunnen beheersen.

Doornappel in het kiemlobstadium.
Doornappel in het kiemlobstadium. - Foto: LCV

De rol van bodemherbiciden (zoals Frontier Elite, Adengo, Successor...) op het vlak van nawerking is sowieso ook belangrijk. De meerwaarde van onder andere terbuthylazin naar datura toe is bewezen, maar er zijn belangrijke beperkingen op het gebruik. Het verstoren van een herbicidefilm via mechanische onkruidbeheersing is voor datura dan weer niet aan te raden.

We adviseren om ‘ontsnapte’ planten op te sporen op je velden in juni of begin juli. Planten die nog geen bolsters of zaaddozen hebben, kunnen pleksgewijs behandeld worden met clopyralid (bijvoorbeeld Matrigon). Ontsnapte planten met zaaddozen uittrekken (mét handschoenen) en van het veld verwijderen en vernietigen is echter de beste aangewezen strategie. De plant zal immers verder afrijpen en de resterende energie naar de zaadvorming en -afrijping pompen. De plant laten opdrogen op het veld is dus geen oplossing. Enkel begraven op 1 m diepte of verbranden in een verbrandingsoven op hoge temperatuur (meer dan 1.000 °C) na afvoer via restafval kan de zaden vernietigen. In de provincie West Vlaanderen liep hierrond een gecoördineerde actie in 2025 waarbij planten in plastic zakken mochten aangeleverd worden op containerparken. Ook andere provincies volgen snel en via de landbouworganisaties wordt nog verder gewerkt aan het verbeteren van de modaliteiten.

De volgende alternatieven leveren voor alle duidelijkheid geen oplossing of bieden allicht onvoldoende garanties: biovergisting, compostering (in geval van geen gecontroleerd proces/onvoldoende hoge temperatuur), inundatie, pleksgewijs stomen.

Joos Latré, Valérie Claeys en Eva Wambacq (Proefhoeve Bottelare Hogent-UGent), Gert Van de Ven (Hooibeekhoeve-LCV), Shana Clercx en Marijke Gijbels (PVL), Patrick Vermeulen (Bertinus Collectief Poperinge)

Lees ook de LCV-adviezen voor gierstgrassen en knolcyperus.

Lees ook in Maïs

Hoe maak je de juiste maïsrassenkeuze?

Maïs Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV) organiseerden in februari een reeks studievergaderingen ‘Voedergewassen en veehouderij’. An Schellekens, onderzoeker voedergewassen bij de Hooibeekhoeve/LCV, lichtte er de resultaten van de rassenproeven uit 2025 voor korrel- en kuilmaïs toe. Ze ging ook in op de impact van stoppelbewerking op het nitraatresidu bij kuilmaïs.
Meer artikelen bekijken