Startpagina Maïs

Van onkruidbestrijding naar onkruidbeheersing in maïs

Uit diverse proeven blijkt dat een geslaagde onkruidbestrijding in de maïsteelt een meeropbrengst van bijna 30% oplevert. Door het wegvallen van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen wordt die bestrijding er niet eenvoudiger op, met ook een verschuiving naar moeilijk te bekampen onkruiden, zoals gierstgrassen, tot gevolg. Daarbij evolueren we naar opbrengstenschema’s en naar een onkruidbestrijding op maat.

Leestijd : 7 min

In de studievergadering ‘Voedergewassen en veehouderij’ in Waarloos ging Joos Latré, onderzoeker van het onderzoekscentrum AgroFoodNature van HoGent en Proefhoeve Bottelare, in op wat er nodig is voor een geslaagde onkruidbestrijding. Om verschillende cruciale gewasbeschermingsmiddelen in de toekomst nog te kunnen gebruiken, benadrukte hij vooreerst de noodzaak om de IPM-maatregelen – zoals het respecteren van beschermingsstroken – strikt op te volgen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat de residu’s van die middelen in het oppervlaktewater dalen. Latré overliep de 8 principes van IPM (Integrated Pest Management of geïntegreerde teelt) die nodig zijn voor een succesvolle onkruidbestrijding.

Preventie

Onder het motto ‘Voorkomen is beter dan genezen’ hamerde Joos Latré op zijn stokpaardje: een voldoende grote teeltrotatie op de percelen van elke landbouwer. “Via vruchtwisseling kunnen we de onkruiddruk verlagen. Steek in je teeltplan ook eens een wintergewas zoals wintergraan, dat zal de zomeronkruiden serieus onderdrukken. Toen de Hooibeekhoeve in Geel in 2016 de jarenlange monocultuur van maïs doorbrak, zag het door 1 jaar een teeltrotatie toe te passen de druk van gierstgrassen sterk verlagen. Een goed akkerrandenbeheer – en hygiëne in het algemeen – en een doordachte bodembewerking zijn ook belangrijk. Verder is het inwerken van groenbedekkers tijdens de winter sterk aangewezen, zodat je de volgende teelt properder kan starten. Een passende bodembewerking uitvoeren kan daarbij helpen. Zo krijgt akkerbouwer Jonas Lemaire uit Lennik het Italiaans raaigras op zijn veld klein met een Güttler-precisiecultivator. Hij past hierbij het 3-4-5-systeem toe: indien de weersomstandigheden het toelaten driemaal bewerken met deze machine op 4 cm diepte in een tijdspanne van circa 5 dagen.”

Men stelt wel vast dat hoe intensiever de zaaibedbereiding in het voorjaar gebeurt, hoe meer onkruiden gaan kiemen. “Tot 2016 konden we de gierstgrassen – ook in Geel op lichte zandgrond – goed bestrijden”, vervolgde Latré. “Maar door onder meer het wegvallen van het herbicide Topramezone werd dat moeilijker. In de ‘droge jaren’ 2017 en 2018 werd dat nog eens versterkt, omdat bodemherbiciden minder goed doorwerkten. Vanaf toen nam de problematiek van gierstgrassen serieus toe.”

Ook een goede zaaibedbereiding in combinatie met een vals zaaibed kan helpen om de onkruiddruk in te perken. Een vals zaaibed aanleggen is pas zinvol vanaf eind april. De grond moet daarvoor voldoende opgewarmd en opgedroogd zijn. Op die manier schuift de zaaidatum wel op, wat in sommige jaren kan leiden tot een te droog zaaibed met opkomstproblemen voor de maïs.

Met een Güttler-precisiecultivator kreeg akkerbouwer Jonas Lemaire uit Lennik het Italiaans raaigras op zijn veld klein.
Met een Güttler-precisiecultivator kreeg akkerbouwer Jonas Lemaire uit Lennik het Italiaans raaigras op zijn veld klein. - Foto: Joos Latré

Onkruid herkennen

Latré stelde dat niet elk middel de gierstgrassen perfect zal opruimen. Een goede afstemming van de bestrijdingsstrategie op de aanwezige onkruidflora is hierbij aangewezen. Zo werken de middelen Samson Extra 60 OD en Monsoon Active niet tegen glad en harig vingergras; Laudis scoort hier veel beter. De Onkruidwijzer maïs (die je hier kan downloaden) kan je helpen om klein onkruid te herkennen. Om grassen te herkennen, gebruik je het best een ‘determinatiesleutel’. Zo heeft glad vingergras pluimen die heel breed opengaan. Hanenpoot heeft geen beharing, maar bij stekelige hanenpoot zitten aan de basis van de bladschijf soms een paar lange haren.

Niet-chemische bestrijding

De derde stap is een keuze maken in de beheersingsmethodiek tussen chemische en niet-chemische methodes. Volgens Latré zijn chemische middelen met verstand toegepast nog altijd nodig voor een duurzame voedselproductie, vermits het resultaat van niet-chemische methoden sterk weersafhankelijkheid is én vermits er vaak onkruiden overblijven. Bij die niet-chemische methoden kom je uit bij mechanische onkruidbestrijding, met machines zoals de wiedeg, precisiewiedeg, schoffelmachine, Inrow Weeder, onkruidbrander, onkruidtrekker en Combcut.

De klassieke wiedeg kan je kort na het zaaien en kort voordat de maïs begint te punten inzetten om klein onkruid aan te pakken. Bij de precisiewiedeg (zoals het bekendste merk Treffler) kan je de druk die op de tanden zit zeer gelijkmatig instellen. In de rij kan je daarmee de onkruiddruk met 20% verlagen. Bij bioboeren is deze machine al goed ingeburgerd. “Met de schoffelmachine kan je tussen de rij aan de slag, met vingerwieders in de rij. In droge jaren kan je hier in de maïsteelt mooie resultaten mee halen”, legde Latré. Met de Inrow Weeder kan je tussen de maïsplantjes onkruid in de rij aanpakken. Een combinatie van wiedeggen en schoffelen – zoals 1x wiedeggen in vooropkomst en 1x in naopkomst en 2x schoffelen in naopkomst – is ook mogelijk. De weersomstandigheden bepalen hier wat er kan, en bepalen ook het resultaat. Met een camera is dag en nacht schoffelen mogelijk. De Farm Droid FD20 is een volledig elektrisch aangedreven, autonome robot die werkt met RTK gps. Je kan er gewassen mee zaaien en onkruid mee schoffelen tussen en in de rij.

Een andere mogelijkheid is een combinatie van wiedeggen voor opkomst en een toepassing met herbiciden na opkomst. Nog een andere tussenvorm, bijvoorbeeld om doornappel en knolcyperus aan te pakken, is een combinatie van wiedeggen, schoffelen en een onderbladbespuiting in het 8-10-bladstadium. Joos Latré ziet ook mogelijkheden in de combinatie ‘bandbespuiting met bodemherbiciden + schoffelen tussen de rijen’. Hierbij wordt er via doppen vanuit een heel scherpe hoek alleen gespoten ter hoogte vanwaar de maïsrij komt, waarna je tussen de rijen kan afwerken met schoffelen. Sommige loonwerkers zaaien volgens deze methode op gps en spuiten vervolgens op het rijtje.

Latré gaf ook een kostprijsschema van de verschillende mogelijkheden mee (zie tabel 1). Daaruit bleek een meerkost van minimum 100 euro/ha van een combinatie in vergelijking met een loutere chemische behandeling.

Tabel 1. Kostprijsscenario's van mechanische en chemische onkruidbestrijding
Tabel 1. Kostprijsscenario's van mechanische en chemische onkruidbestrijding - Bron: Demoproject Onkruidbestrijding 2.0: een slimme combinatie van chemie en techniek

Chemische bestrijding

Bij de chemische bestrijding hamerde Joos Latré op intussen bekende principes als het vermijden van puntvervuiling, het gebruik van 90% driftreducerende doppen en een spoeltank (van 200 l per taak) om een goede spuittechniek toe te passen. “Drift en puntvervuiling moeten we alleszins vermijden als we de huidige middelen willen behouden. Een volleveldse bespuiting kan voor of na opkomst. Een toepassing voor zaai en daarna inwerken kan ook, maar hier zijn bijna geen middelen meer voor beschikbaar. Verder is ook een rijen- of onderbladbespuiting mogelijk. De bodemwerking wordt minder belangrijk naarmate de maïs groeit. Daarna wordt de bladwerking belangrijker.

Voor percelen met een hoge onkruiddruk van gierstrassen adviseerde Latré om in vooropkomst een chemische onkruidbestrijding toe te passen. “Daar kan je dan al een stuk van je onkruidconcurrentie wegnemen bij de kieming van maïs. Vaak heb je dan ook minder herbicide nodig in naopkomst. Zelden is het mogelijk om enkel in vooropkomst je volledige onkruidbestrijding toe te passen. Geef voldoende aandacht aan de aanleg van een fijn zaaibed. Het vochtgehalte van de bodem zal het resultaat bepalen. Kies ook voor een breed werkingsspectrum. In functie van de onkruidflora heb je de keuze tussen Frontier Elite, Adengo, Stomp Aqua, Successor en Merlin, die ook vaak in combinatie toegepast wordt.

Maïs wordt gevoeliger voor herbiciden naarmate de plant groter wordt. Bij naopkomst moet je tijdig spuiten op basis van onkruidherkenning. Bij warm weer behandel je het best bij een hoge relatieve vochtigheid; vaak is dat ’s morgens. Een onderbladbespuiting in naopkomst is aangewezen om moeilijke onkruiden (zoals knolcyperus, haagwinde en doornappel) aan te pakken. “Om doornappel tijdig op te sporen, loop je het best eind mei-begin juni én ook nog eens eind juni-begin juli door je maïs. Dan kan je doornappel eventueel – met handschoenen – manueel verwijderen.

Gierstgrassen doeltreffend aanpakken

Joos Latré benadrukte nog eens dat het belangrijk is om middelen af te wisselen, om zo resistentie te voorkomen. Een vierledige opzet is hierbij aan de orde: een combinatie van een bodemherbicide, bladherbicide, grassenmiddel en versterker (met focus op bladwerking). “Om gierstgrassen doeltreffend aan te pakken, begin je met de keuze van het (de) juiste bodemherbicide(n) in vooropkomst. Frontier Elite is hier het aangewezen middel of een combinatie van Adengo + Frontier Elite tot in het 1-2-bladstadium. In naopkomst kan je een correctie op klein onkruid uitvoeren met een passend middel. Als bladherbicide kies je het best voor een tembotrione (zoals Laudis). In geval van stekelige hanenpoot kan je in naopkomst opteren voor Laudis in plaats van Samson. Belangrijk is om gierstgrassen in vooropkomst te behandelen op klein onkruid (2-3-bladstadium), met indien nodig een correctie in het 4-5-bladstadium.

Voor de bestrijding van glad vingergras kan je ook goede resultaten behalen met de combinatie Adengo 0,25 l + Frontier Elite 0,8 l/ha in naopkomst (1-2-bladstadium) + eventueel nog een correctie in het 4-5-bladstadium. Een gesplitste toepassing in naopkomst, met een combinatie van een bodemherbicide, een triketone en een versterker in het 2-3-bladstadium en een combinatie van een basistriketone, versterker en nicosulfuron in het 4-5 bladstadium, is ook mogelijk.

Om kale en Zuid-Afrikaanse gierst aan te pakken kan je kiezen tussen de combinaties Laudis 2-2,25 l + Aspect T 2 l/ha of Akris 2 l/ha (als basis) in naopkomst en een schema op basis van Adengo + Frontier Elite (in vooropkomst) + schema’s op basis van Laudis (in naopkomst). Voor kransnaaldaar, geelrode en groene naaldaar heb je de keuze tussen de middelen Samson Extra 60 OD 0,5 l/ha, Monsoon Active 0,75 l/ha of Laudis OD 1,75 l/ha.

Evaluatie

Na de bespuiting is het uiteraard belangrijk om het resultaat op de gierstgrassen te controleren. Dat kan 2 keer: in functie van de zaaidatum al vanaf begin juni, om eventueel nog een correctie via een onderbladbespuiting mogelijk te maken en ook begin juli op eventueel overblijvende doornappels.

Jan Van Bavel

Lees ook in Maïs

Bezint eer ge begint met onderzaai van gras

Teelttechniek maïs De vakgroep Plant en Gewas van de Universiteit Gent onderzocht 7 opeenvolgende proefjaren of de onderzaai van rietzwenkgras in maïs voordelen oplevert. Dit blijkt niet zo evident. Het slagen van de onderzaai is immers wisselvallig en redelijk onvoorspelbaar.
Meer artikelen bekijken