Antwerps gedeputeerde Jinnih Beels: “Er wordt veel opgelegd, maar veel te weinig uitgelegd”
Eind 2024 werd gewezen Antwerps schepen Jinnih Beels (Vooruit) benoemd tot de nieuwe gedeputeerde voor Landbouw in de provincie Antwerpen. Veel landbouwers fronsten de wenkbrauwen, want Beels is de enige Vlaamse gedeputeerde voor Landbouw die niet van de cd&v is. Intussen leerde ze de landbouwers en hun noden kennen. “Landbouw moet op hetzelfde niveau worden geplaatst als natuur, want voedsel is een essentiële basisbehoefte voor élke mens.”

Jinnih Beels heeft een hectisch, maar heel leerrijk anderhalf jaar achter de rug. Als kersvers gedeputeerde kende ze de sector niet goed. Beels wilde eerst luisteren naar de noden en grieven van de land- en tuinbouwers.
Heeft u begrip voor de bekommernissen en standpunten van land- en tuinbouwers?
Ik besef volkomen in welke moeilijke en soms zelfs uitzichtloze situatie ze zich bevinden. Al hun verhalen hebben me geraakt, omdat het hen treft op een heel onrechtvaardige manier. Vooral het gebrek aan eerlijke communicatie naar hen – lees: het vaak stiefmoederlijk behandeld worden – vind ik heel frustrerend voor hen. Het gaat tenslotte om mensenlevens. Als schepen van Onderwijs en Jeugd in Antwerpen voelde ik de manier waarop de framing naar de veehouders in het stikstofdossier gebeurde al als onrechtvaardig aan. En ik ben heel gevoelig voor onrechtvaardigheid.
Heeft u hun kunnen beloven om vanuit de provincie iets aan hun problemen te kunnen doen?
Ik heb maar 1 belofte aan de land- en tuinbouwers gedaan: dat ik altijd voor hen zal opkomen en voor hen zal strijden als dat nodig is. Kijk naar het dossier van de beverproblematiek (n.v.d.r.: zie Landbouwleven van 9 april). Dat is een mooi voorbeeld van hoe ik altijd de sector ten volle zal verdedigen. Als provincie kunnen we op een aantal domeinen bepaalde zaken faciliteren en ondersteunen. We doen dat ook door samen te werken met andere gedeputeerden, zoals Jan De Haes (N-VA), die in de provincie Antwerpen onder meer bevoegd is voor waterbeleid, milieu, natuur en klimaat. We ondersteunen projecten rond peilgestuurde drainage. Projectmatig hebben we via onze proefcentra de expertise in huis om een aantal zaken te onderzoeken en om de resultaten daarvan met de land- en tuinbouwers te delen. Ik probeer ook steeds het imago van de landbouw op de kaart te zetten: voedsel is een essentiële basisbehoefte waar je strategisch mee moet omgaan. Verder weten we dat er een probleem is in Vlaanderen met het vergunningenbeleid. Samen met eerste gedeputeerde Luk Lemmens (N-VA), die bevoegd is voor omgevingsvergunningen, hebben we dat ook bij de Vlaamse overheid aangekaart. Uiteraard mag de burger zijn rechten uitputten, maar je kan je de vraag stellen of 1 individu in een rechtstaat een dossier kan tegenhouden waar een hele samenleving dan onder lijdt… Daar moeten we een evenwicht zoeken. In de deputatie denken we samen na en komen we in 90% van de gevallen tot oplossingen voor alle betrokkenen.
Maar op structureel vlak kan u vanuit de provincie niet ingrijpen?
De provincie is uiteindelijk vooral een ‘doorgeef luik’, want de kernbevoegdheid ligt bij Vlaanderen. Ik neem mijn ‘signaalfunctie’ wel heel serieus en geef de problemen waarmee de landbouwers geconfronteerd worden door aan de Vlaamse overheid. Daarbij pleit ik voor een structurele aanpak, zodat zoveel mogelijk landbouwers geholpen worden. En die zichtbaarheid en druk probeer ik via sociale media en de pers ook hoog te houden.
Robuuste ondersteuning
Is er een bepaalde ontmoeting met een landbouwer die u ‘gepakt’ heeft?
Er zijn talrijke verhalen die me gepakt hebben. Samen met de deputatie probeer ik om vergunningen erdoor te krijgen om de situatie van de landbouwer draaglijker te maken. In het begin van mijn ambtstermijn ging ik bij varkenshouder Glenn Jacobs in Oud-Turnhout langs. Hij wou een vergunning aanvragen om zijn bedrijf uit te breiden, maar vroeg zich af of dat wel haalbaar was, gezien de aanwezigheid van enkele nabijgelegen zonevreemde woningen en gezien er mensen klaagden over geurhinder. Hij stuurde ons een lange brief, gewoon met de vraag om eens langs te komen en om te luisteren naar zijn verhaal. Wat me vooral frappeerde, was dat hij nadien zei dat ik de eerste beleidsmaker was die dat effectief had gedaan. Hij had veel personen aangeschreven en van velen had hij zelfs geen antwoord gekregen. Dat heeft me heel hard geraakt. Je bent toch politicus om mensen minstens een luisterend oor te bieden? Ik heb hem geadviseerd om zijn aanvraag in te dienen en hem gezegd dat onze administratie hem daarbij in de mate van het mogelijke zou ondersteunen. Glenns verhaal is illustratief voor de uitzichtloosheid waarmee veel landbouwers elke dag kampen. Naar alle landbouwers heb ik een inspanningsverbintenis, maar geen resultaatsverbintenis, omdat ik gewoon geen resultaat kan beloven. Ik blijf me volop voor hen inzetten, maar helaas hangt het niet alleen van mij af. De landbouwers hebben daar ook begrip voor. Heel vaak vragen ze gewoon om betrokken te worden. Ze hebben veel te vaak het gevoel dat er over hen wordt gepraat en beslist, terwijl zij net de ervaringsdeskundigen zijn. Ze hebben een onwaarschijnlijke kennis, maar die wordt niet ten volle erkend of benut. Landbouw is geen hobby, maar een job. Wil je dat landbouwers op een andere manier gaan werken, dan moet je bepalen hoe je daar een solide verdienmodel van kan maken. Dat is mee de taak van Sam Vermeulen, de adviseur-landbouweconoom die we hebben aangenomen. Hij moet samen met lokale besturen, belangenorganisaties en landbouwers bekijken hoe je dat verdienmodel op een robuuste manier kan uitbouwen. En omdat we in ons bestuursakkoord hebben bepaald dat we willen inzetten op agro-ecologie, hebben we daarvoor met Tom Vervoort ook een extra adviseur op de dienst Landbouw aangenomen. Hij moet bekijken hoe de switch zo optimaal mogelijk zou kunnen gebeuren, want voor elk bedrijf is dat een ander verhaal en vaak niet evident. Beide adviseurs moeten elkaar ook versterken. We willen land- en tuinbouwers ondersteunen op een robuuste manier, ook door extra investeringen in onze praktijkcentra.
Kiezen voor de korte keten
Hoe kan je volgens u mensen nog meer voor lokale producten doen kiezen?
Wil je een eiwitshift naar meer plantaardige eiwitten verwezenlijken, dan moet de overheid dit ook ondersteunen en faciliteren met gerichte subsidies. Voor mij moet het een en-enverhaal zijn. Wil je minder veehouders en dus minder vlees eten, dan moet je daar transparant over zijn en samen met de sector over nadenken. Maar we gaan toch niet heel de veehouderijsector afbouwen en daarna vlees uit pakweg Zuid-Amerika invoeren? Ik ben niet tegen handelsverdragen à la Mercosur, maar dan moet er minstens een gelijk speelveld zijn. Ik heb vaak het gevoel dat die eiwitshift ook wel wat in het ‘trendy willen zijn’ past, al ben ik persoonlijk niet tegen wat minder vlees eten. Maar als we écht voor duurzaamheid en het milieu zijn, moeten we véél meer kiezen voor lokale producten en voor de korte keten. Een coöperatie die volop inzet op de verkoop van lokale producten zou een prima idee kunnen zijn. Daarnaast moeten we ook terug veel meer seizoensgebonden gaan eten en kiezen voor lokale, kwalitatieve en gezonde producten, die ook hun prijs verdienen. Dat betekent dat we de consument nog beter moeten bewustmaken van zijn of haar keuzes, want die hebben een weerslag op de landbouwers en op de retail. Een echte voedselstrategie ontwikkelen om duurzamer te gaan consumeren is dus essentieel. Heel veel consumenten zijn zich er niet meer van bewust wat er allemaal bij komt kijken om lekker voedsel te produceren. Niemand rijdt graag een hele dag van de ene naar de andere boer om er lokale producten te kopen. Dus moet de overheid nog veel meer inzetten op het faciliteren van distributie-initiatieven.

Grondendatabank aanleggen
Gronden zijn een ‘hot item’. Zeker jonge boeren hebben het vaak moeilijk om landbouwgrond te kopen. Wat wilt u daaraan doen?
Onze provinciale projecten bieden hier kansen. Met het Landbouwkompas kunnen landbouwers de kansen en bedreigingen van hun bedrijf in kaart brengen, zodat ze zich kunnen aanpassen en duurzamer gaan produceren. Landmobiliteit zet dan weer in om stoppende bedrijven te laten overnemen door nieuwkomers; jonge boeren of zij-instromers. Via agrarische herontwikkeling proberen we het landbouwareaal te optimaliseren en te behouden. Samen met de collega’s bekijk ik ook of we een soort van grondendatabank kunnen aanleggen en of we daar een landbouwfunctie aan kunnen koppelen. Vlaanderen subsidieert heel wat bosbeheer- en andere natuurprojecten. Dat is prima, maar waarom krijgen wij geen subsidies om zo’n grondenbank aan te leggen? Verder vragen we lokale besturen om hun publieke gronden niet zomaar te verkopen, maar om met ons te bekijken hoe we die samen kunnen ontwikkelen. Zo evalueren we in Kontich samen met het lokale bestuur, buurtbewoners en boeren hoe we landbouwgrond die de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) ter beschikking stelde nog een landbouwfunctie kunnen geven. We zoeken nu een boer die de grond op een agro-ecologische manier wil ontwikkelen. Als landbouwgrond wordt ingepalmd door natuur, moet er een ruil zijn, want voor wat hoort wat. Als we alleen maar landbouwgrond moeten afstaan, kunnen we straks stoppen met onze lokale landbouw. Natuur én landbouw moeten een plaats vinden in onze samenleving. Elke landbouwer heeft immers baat bij een goede biodiversiteit van zijn bodem. Landbouwers kunnen mee de natuur onderhouden, dat wordt veel te weinig meegegeven.
Thema’s claimen
Voor u zijn landbouw en natuur dus geen geboren vijanden?
Nee, want ze hebben elkaar nodig. Het stoort me dat iedereen het normaal vindt als de industrielobby zijn werk doet, terwijl men op zijn achterste poten staat als de landbouwlobby dat doet. Beleidsmakers en partijen zijn haast ‘eigenaar’ geworden van bepaalde thema’s. Zo staat Groen voor de natuur, cd&v voor de landbouwers en N-VA voor de ondernemers en industrie. Waarom moeten die thema’s exclusief voor bepaalde partijen behouden blijven? Voor mij is beleid voeren in het algemeen belang handelen. Voor iedereen goed doen is moeilijk, maar dan moet je die keuzes ook durven uitleggen. De burger is slim genoeg om dat te kunnen plaatsen. Nu wordt er opgelegd, maar veel te weinig uitgelegd.
Stikstofreductie
De provincie Antwerpen houdt als enige provincie vast aan haar eigen interpretatie van de stikstofmaatregel voor rundveehouders inzake de reductie met 5% van het aantal dieren. Heeft u uw partij proberen te overtuigen om de motie van cd&v te steunen om het tijdelijk reduceren van de dierplaatsen alsnog mogelijk te maken?
Ja, dat was niet makkelijk. Als gedeputeerde meestemmen met een motie van de oppositie gebeurt heel zelden. Ik heb dat echter eerst intern afgetoetst bij mijn eigen fractie én bij coalitiepartner N-VA. Iedereen wist dat ik de cd&v-motie niet zou wegstemmen en ook waarom ik dat niet kon maken. Ik begrijp ook het standpunt van gedeputeerde Luk Lemmens, omdat het Stikstofdecreet nu eenmaal interpretatie toelaat. Ik heb op basis van menselijkheid en het gelijkheidsprincipe de motie wél aanvaard. Als 4 andere provincies in staat zijn om richt-lijnen van minister Brouns te volgen – 4 besturen waar ook N-VA en Vooruit deel uitmaken van de coalitie – en hun landbouwers de kans geven om af te wijken, dan krijg ik het aan de landbouwers in de provincie Antwerpen niet uitgelegd waarom dat voor hen niet kan. Mijn fractie heeft collegiaal met de meerderheid meegestemd omdat we daar ook in zitten, maar ik heb het bestuursakkoord niet geschonden. Dit viel erbuiten. Het is geen welles-nietesverhaal, maar een verhaal van hoe landbouwers een reductie op de meest menselijke manier kunnen behalen. Als er onvoldoende PAS-maatregelen beschikbaar zijn om de reductie mogelijk te kunnen maken, moet je toch op zoek gaan naar alternatieven? Je hebt de letter en de geest van de wet. Uit 20 jaar praktijkervaring op het terrein als politiecommissaris heb ik geleerd dat de geest van de wet zou moeten primeren. Helaas gebeurt dat te weinig. Ik heb mijn nek uitgestoken. Hoe had ik als gedeputeerde nog ooit op een landbouwbedrijf kunnen komen als ik de motie had weggestemd? De veehouderijsector wordt nog altijd gegijzeld, dus het Grondwettelijk Hof zou zo snel mogelijk rechtszekerheid moeten bieden. Zonder die uitspraak kunnen we eigenlijk geen kant uit. Veel landbouwers hebben al fors geïnvesteerd in stikstofreductie, dus het stikstofakkoord zomaar in de prullenmand gooien is ook geen optie. Veel veehouders vragen mij of hun kinderen het ouderlijk bedrijf nog wel kunnen overnemen. Ik kan daar niet op antwoorden, maar zeg hun wel dat ze nodig blijven om onze lokale voedselproductie te garanderen. Voedsel wordt ten onrechte beschouwd als een vanzelfsprekendheid. Het is een basisbehoefte voor elke Vlaming, 3 keer per dag. Ik vind het schuldig verzuim dat de overheid geen prioriteit maakt van een voedselstrategie.
In november 2025 werd Frank Smeets (cd&v) aangesteld als intendant voor 5 maatwerkgebieden, waaronder het Turnhouts Vennengebied. Hebt u veel contact met hem?
We hebben een heel goed contact. De uitdaging voor hem is enorm. Hij heeft net een eerste officieel rapport overgemaakt aan minister Brouns. Hopelijk kan Frank fundamentele stappen zetten in de toenadering tussen landbouw en natuur. Het water tussen die 2 ‘werelden’ is heel diep. Het wordt tijd om de strijdbijl eindelijk eens te begraven. Er moet op een integrale manier naar landbouw en natuur worden gekeken, zonder partijen uit te sluiten. Ik pleit niet tegen natuur, maar je moet zoeken naar een oplossing waarbinnen de landbouwer ook tot zijn recht mag komen. Verder heb ik ten volle begrip voor de uiterst moeilijke taak van Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns om landbouw en natuur met elkaar te verzoenen. Ik wil mee met hem voor de landbouw opkomen en mee nadenken hoe we dichter bij de natuursector kunnen geraken.
Welke accenten wil u leggen in het verdere landbouwbeleid van de provincie?
Vooreerst wil ik blijven inzetten op het grondenverhaal en mijn ‘doorgeeffunctie’ naar de Vlaamse overheid zo optimaal mogelijk invullen. Verder wil ik niet zo evidente zaken blijven benoemen en daarmee enkele ‘quick wins’ scoren. Denk aan het bemestingsverhaal: veel veehouders hebben voldoende mest om er zelf mee aan de slag te gaan, maar mogen die niet gebruiken, waardoor die moet worden opgehaald en ze daarvoor moeten betalen. Is het nog zinvol en duurzaam om dat zo te blijven doen? Landbouwers moeten wel beseffen dat ik niet alles wat scheef loopt kan rechttrekken. Ik wil de volgende jaren wel de luis in de pels blijven om enkele zaken in beweging te brengen. Dat is ook een belofte die ik zal nakomen.





