Brouns bekijkt uitbreiding steun vul- en spoelplaatsen
Landbouwers kunnen via het Vlaams Landbouwinvesteringfonds (VLIF) steun krijgen voor de aanleg van een eigen vul- en spoelplaats voor machines met gewasbeschermingsmiddelen. Na een interpellatie hierover in de commissie Landbouw van 22 april wil minister Brouns bekijken of die steun kan uitgebreid worden tot loonwerkers, die een belangrijk deel van het sproeiwerk voor hun rekening nemen.

Het onderwerp werd in de commissie aangekaart door Lydia Peeters van Anders (vroeger Open Vld). “Na jarenlang aandringen vanuit de sector is er eindelijk een Vlaamse code van goede praktijk voor de aanleg van vul- en spoelplaatsen en van watercaptatiepunten. Die code moet de landbouwers duidelijke en werkbare richtlijnen bieden om puntvervuiling door gewasbeschermingsmiddelen te vermijden en om zo bij te dragen aan een betere waterkwaliteit”, verduidelijkt Peeters.
Subsidies tot 65%
De vul- en spoelplaatsen zijn opgenomen in het Vrijstellingenbesluit. Dat biedt de kans om van het stedenbouwkundige luik af te wijken voor overdekte vul- en spoelplaatsen tot maximaal 150 m2, op voorwaarde dat ze voldoen aan de bepalingen die opgenomen zijn in dat Vrijstellingenbesluit. Landbouwers die investeren in een overdekte vul- en spoelplaats in combinatie met een zuiveringssysteem kunnen rekenen op een bijkomende steun van 5%, waardoor de VLIF-steun voor jonge boeren kan oplopen tot 65%.
Die laatste 5% steun geldt als de vul- en spoelplaats gecombineerd wordt met een afvalverwerkingssysteem voor restvloeistoffen van gewasbeschermingsmiddelen, of met een driftreductiesysteem, variabele dosistechnologie, een individuele dopafsluiting of een automatisch dopwisselsysteem op een spuittoestel.
Toch vergunning nodig?
Lydia Peeters stelt dat de opname in het Vrijstellingenbesluit een maat voor niets is geweest. “Wanneer men het water van de vul- en spoelplaats afvoert, is het een milieuvergunning klasse 3. Als men het water niet afvoert en het ter plaatse wil behandelen, dan is het een milieuvergunning klasse 2. Dat staat zo in de code van goede praktijk. Een klasse 2 is niet meldingsplichtig, maar daar is effectief een vergunning voor nodig. Ik denk dat het gros van de landbouwers met een vul- en spoelplaats dus alsnog een vergunning moet aanvragen. Ik denk dat wat dat betreft de vrijstelling niet veel soelaas brengt”, stelt de liberale politica. Minister Brouns laat dat uitzoeken door de administratie.
Geen vrijstelling voor openbare vul- en spoelplaatsen
Bart Dochy, voorzitter van de commissie Landbouw, maakt de minister erop attent dat zowel de openbare vul- en spoelplaatsen als de loonwerkers voorlopig buiten de bestaande regelingen vallen. Zowat een derde van de landbouwers zegt dat ze wel willen investeren in een eigen vul- en spoelplaats, maar twee derde kijkt eerder naar openbare vul- en spoelplaatsen.
“De essentie is dat er meer vul- en spoelplaatsen moeten komen, zodat de impact van gewasbescherming op de omgeving kan verminderen. Alle studies wijzen uit dat het grootste deel van de emissie van gewasbeschermingsmiddelen en de eventuele bezoedeling in het oppervlaktewater voor een groot stuk komen van momenten van vullen en spoelen. Daar zit een zeer belangrijke quick win om te komen tot een betere waterkwaliteit”, stelt Dochy.
Ook steun voor loonwerkers
“In het verleden werd al gewezen op het belang van loonwerkers in dit dossier. Er kan in de toekomst misschien worden bekeken om ook aan hen een zekere ondersteuning te geven. De vul- en spoelplaatsen zijn misschien bij uitstek iets waarbij kan worden overwogen om ook loonwerkers in aanmerking te laten komen voor subsidies. Die kunnen misschien zelfs worden opengesteld voor andere landbouwers. Het kan dan misschien binnen een samenwerkingsverband met landbouwers worden gekaderd”, stelt Bart Dochy.
Minister Brouns neemt het voorstel over de loonwerkers mee. “Ik ben alvast een heel grote believer, want het vullen en het spoelen op de akker of het erf is inderdaad vaak een reden of vaak een aanleiding geweest voor het uitspoelen van restanten in een waterloop. Zo kunnen we dat heel professioneel doen en maximaal borgen en tegengaan. Ik ben heel erg pro. Het kader is er, de middelen zijn er. We zullen zien hoe we dat zo snel en zo optimaal mogelijk kunnen uitrollen over heel Vlaanderen”, besluit de minister.





