Startpagina Actueel

Werken als God in Frankrijk

Het loont vaak om over de grens, in Frankrijk, te gaan boeren. Je bedrijf uitbreiden of verhuizen, het is allemaal mogelijk. Een goede begeleiding is daarbij nodig. Landbouwleven sprak met Wannes Van de Velde van RFN Agri, een bedrijf dat Belgische agrarische ondernemers bijstaat bij hun Franse investeringen.

Leestijd : 6 min

Grensboeren en uitwijkende boeren zoeken hun geluk in Frankrijk. De relatief goedkope grond lokt hen over de grens. Dat de landbouwgrond en -infrastructuur er goedkoop zijn, heeft een reden. “De Franse overheid voert via de Safer (Société d'Aménagement Foncier et d'Établissement Rural) een strenge regie over wie grond en infrastructuur mag kopen en tegen welke prijs. Je kan er niet zomaar wat kopen van een Franse boer, of iets kopen en er iets anders van maken. De Safer heeft altijd voorkooprecht. Niet alle kandidaat-kopers zien hun dromen uitkomen”, waarschuwt Wannes Van de Velde. Als voormalig makelaar in Frans landbouwvastgoed en als consultant is hij een ervaringsdeskundige ter zake.

Landbouwgrond als algemeen goed

Frankrijk behoort tot de Europese landen met de gemiddeld goedkoopste landbouwgronden. Het idee daarachter is nobel. “In Frankrijk beschouwt men landbouwgrond als een algemeen goed, een beetje zoals lucht en water, als iets dat van algemeen strategisch belang is. De politiek en de maatschappij erkennen dat belang ook. Speculatie met landbouwgrond is er niet of nauwelijks mogelijk. Frankrijk heeft dat sinds de jaren 60, ook met de idee dat jonge Franse boeren voldoende kansen moeten krijgen en dat de familiale landbouwonderneming voorrang krijgt. De lage grondprijzen maken dat je als boer in Frankrijk nog de kans hebt om vermogen op te bouwen door te werken. Als je in Vlaanderen grond moet kopen om te boeren, is de kans klein dat je die aankoopprijs voor je pensioen terugverdient met wat je op die grond kan doen, zowel in akkerbouw als in veeteelt. In Frankrijk lukt dat meestal wel nog”, schetst Van de Velde.

Het aanbod van landbouwgrond en infrastructuur verschilt volgens de regio. “Je moet Frankrijk zien als een verzameling van landen. In het noorden van Frankrijk, tegen de grens met België, is er weinig aanbod van vrijkomende loten. Hetzelfde geldt voor de regio Bretagne en zo boven Parijs schuin tot aan de Elzas. Klimatologisch zijn dat ook de makkelijkste regio’s om te boeren. Voorbij Parijs en de Beauce, waar het klimaat al eens tegenstribbelt en waar de bodems minder rijk zijn, vind je makkelijker een leegstaande boerderij en goedkope weides en akkers.”

5 miljoen ha komt vrij

Frankrijk heeft bij de boeren en boerinnen – net als in Vlaanderen – een vergrijzende bevolking. Volgens een recente studie komt er de komende jaren zo grofweg 5 miljoen ha beschikbaar in Frankrijk.

Vooral in de klassieke veeteeltgebieden zijn er weinig familiale opvolgers. Voor pluimvee in Frankrijk liggen er ook zeker kansen voor Vlamingen.

In het noorden zien de Franse boeren hun Vlaamse collega’s niet altijd graag komen. Nochtans liggen daar de meest nabije en meest interessante percelen. “De jonge Noord-Franse boeren die bijvoorbeeld het ouderlijke bedrijf overnemen en investeren of vernieuwen moeten – net als bij ons – bij gelijkblijvende afnameprijzen voor oogst, melk of vlees mikken op schaalvergroting om hun investeringen terug te verdienen en om winst te maken. Dan ontstaat er competitie en elke extra kandidaat is dan te veel. Toch liggen er in het noorden zeker nog wel kansen voor Vlaamse boeren.”

Coöperatieve banken

Ook over financiering kunnen ze al eens chauvinistisch uit de hoek komen in Frankrijk. “Banken zijn er vaak coöperaties. Als er bij de verkoop van bijvoorbeeld 20 ha een kandidaat is die al lid is van de coöperatieve bank en een andere kandidaat – uit Vlaanderen – die nog geen lid is, dan kan je al raden wie een lening kan afsluiten of wie de voordeligste voorwaarden krijgt van de bank. Franse banken bieden overigens geen voordeligere tarieven aan dan Belgische, omdat de concurrentie daar minder speelt. Bovendien spreiden ze daar graag de risico’s voor grote projecten of overnames over verschillende banken. De Belgische banken beginnen deze tactiek ook stilaan te volgen. Potentiële boeren die willen emigreren of grensboeren gaan dus het best eerst met hun eigen (Belgische) bank praten.”

Buiten Vlaamse boeren zijn er nog de collega’s uit Nederland die azen op Franse landbouwgrond en boerderijen. “De stikstofcrisis in de Lage Landen en vooral de uitkoopregeling in Nederland zorgden voor een golf van boeren die de melkveesector achter zich lieten. De Vlaamse uitkoopregeling voor de varkensboeren had in veel mindere mate dat effect, mogelijk omdat daar het aandeel varkenshouders dat bijna met pensioen kan gaan groter is. Eens voorbij Parijs – waar meer veeteeltbedrijven leegstaan – zien de Franse melkophalers de Vlaamse en Nederlandse veetelers wel graag komen. De jonge veehouders die vertrekken uit Vlaanderen hebben doorgaans een goede opleiding doorlopen, kennis van automatisering, ervaring met het naleven van strenge milieuregels, kunnen creatief omgaan met kleine oppervlaktes en zijn betrouwbare, harde werkers. In het algemeen zien ze in Frankrijk de aankomende Vlaamse boeren vooral als een verrijking.”

De taal kan wel een barrière zijn en je moet rekening houden met de ‘macht’ van de coöperaties. Het ‘landschap’ van leveranciers, afnemers, partners, financiers, controles, vergunningen, subsidies… verschilt soms dag en nacht met Vlaanderen. Als je in centraal Frankrijk boert en je wil bijvoorbeeld blijven werken met dezelfde machineproducent die je kende in Vlaanderen, dan kan het zijn dat je dealer op 200 km zit en dus niet even snel kan langskomen voor een cruciale herstelling. Voor elke machine die je op het veld zou kunnen nodig hebben, kan je wel aansluiten bij een coöperatie.

Levenskwaliteit ligt hoger

“Wat wij vaak horen van Vlaamse boeren die zich in Frankrijk gevestigd hebben, is dat de levenskwaliteit er hoger ligt. Er is meer tijd om met je beroep bezig te zijn. Je kan er ‘werken als God in Frankrijk’, onbezorgder en meer op het ritme van de seizoenen.” Dat er in Frankrijk minder regels moeten worden gevolgd, spreekt Van de Velde wel tegen. Er komen ook daar meer en strengere regels en controles inzake dierenwelzijn en milieu.

Het zijn zeker ook niet allemaal ‘ontgoochelde’ Vlaamse landbouwers die naar Frankrijk trekken om er te boeren. Andere sectoren, zoals de bouw, leveren eveneens vertrekkers die in Frankrijk willen boeren. Naast de boeren die uitwijken, heb je de grensboeren. Die houden hun bedrijf in Vlaanderen, maar kopen of pachten over de grens bijkomend land om te bewerken, te beweiden of om er een loods of stal te bouwen. “Vaak zijn dat boeren die aan de grens wonen en werken. Af en toe zijn er ook boeren die van verder komen. Het gebeurt al eens dat een jonge Vlaamse boer in Frankrijk een bedrijfje start vooraleer hij het ouderlijke bedrijf overneemt.” In aantal zijn er meer Vlaamse grensboeren dan Vlaamse vertrekkers. Een exploitatie- en bouwvergunning voor een kippenstal of een aardappelloods verkrijg je in Frankrijk nog altijd net iets makkelijker dan in Vlaanderen, al zijn hierop uiteraard ook uitzonderingen en wordt het ook daar moeilijker.

De Vlaamse aardappelsector heeft een tijd lang veel interesse getoond in Noord-Frankrijk. Alleen al door het Belgische RFN-cliënteel worden daar meerdere duizenden ha aardappelen geteeld ‘voor Vlaanderen’ en voor Frankrijk. Maar er zijn ook heel wat klassieke, familiale West-Vlaamse boeren die maar 5 of 10 ha over de grens hebben of gebruiken. Dat zijn dan mensen met gemengde bedrijven met varkens of melkvee en dan aardappelen of groenten. Voor de teeltrotatie in de groenteteelt zijn extra hectares altijd een troef, maar ook als grensboer moet je verder kijken dan enkel de goedkope Franse grond. Je moet denken aan je lokale inbedding en je goed laten omringen”, besluit Van de Velde.

Filip Van der Linden

Lees ook in Actueel

Voedingssector kan oplopende kosten niet doorrekenen

Economie Als er niets verandert aan de oplopende kosten voor voedingsproducerende bedrijven in ons land, wordt de kans groter dat die bedrijven hun productie naar het buitenland verhuizen. Dat zal gevolgen hebben voor de land- en tuinbouwers in België, waarschuwt sectorfederatie Fevia.
Meer artikelen bekijken