Startpagina Groenten

Gwenaël teelt biologische groenten op hoog niveau net over de taalgrens

Gwenaël du Bus staat aan het roer van La Ferme du Peuplier, een indrukwekkend biologisch groentebedrijf met meer dan 100 werknemers en met een wekelijkse afspraak op 18 markten in Brussel en Wallonië.

Leestijd : 5 min

Werknemers van La Ferme du Peuplier plukken de eerste groene asperges van het seizoen tijdens ons bezoek aan het biologische groentebedrijf in Graven in Waals-Brabant. Volgens landbouwer Gwenaël du Bus gaan zijn asperges als zoete broodjes over de toog van zijn marktkramen. Daarom staan er 2 ha groene asperges.

La Ferme du Peuplier teelt voornamelijk groenten, zowel in volle grond als onder glas. Het totale areaal telt 50 ha, met in de eerste plaats aardappelen (9 ha) en wortelen (8 ha), gevolgd door bonen (6 ha), prei (4 ha), maïs (3 ha), erwten (2 ha) en andere groenten. “Eigenlijk telen we bijna alle groenten die in België willen groeien”, zegt Gwenaël niet zonder trots.

Met zijn 50 ha behoort zijn landbouwbedrijf bij de grotere biobedrijven, zeker in de groenteteelt. Sowieso zijn Waalse biobedrijven een pak groter dan in Vlaanderen: gemiddeld bijna 46 ha in vergelijking met net iets meer dan 16 ha. In onze regio zijn de helft van de biobedrijven kleiner dan 5 ha, en maar 8% hebben een bedrijfsareaal van 50 ha of meer. In Wallonië gaat het om 37% van de biobedrijven.

Gwenaël du Bus van La Farme du Peuplier leidde op 10 april journalisten, milieu-organisaties en beleidsmakers rond op zijn biologisch groentebedrijf.
Gwenaël du Bus van La Farme du Peuplier leidde op 10 april journalisten, milieu-organisaties en beleidsmakers rond op zijn biologisch groentebedrijf. - Foto: ThD

Glastuinbouw

Rond zijn boerderij bevinden zich kleinere tunnelserres, in totaal 1,8 ha. Daarin groeit hij groenten zoals radijzen, asperges, sla, paksoi en gember. “Dat gaat al zo’n 10 jaar goed dankzij klimaatverandering”, zegt Gwenaël met een wrang lachje. ”Gember heeft veel warmte en water nodig.” In de serres teelt hij ook een beetje fruit, zoals kiwi’s en druiven.

Achteraan bevinden zich 2 grotere serres van elk 4.500 m2. ”Maar eigenlijk zou ik er nog zo’n 2 nodig hebben om de productie veilig te stellen, maar het is moeilijk om genoeg grond te vinden.”

Compost

Omdat La Ferme du Peuplier biologisch beheerd wordt, mag Gwenaël geen pesticiden en kunstmest gebruiken. In plaats daarvan beperkt hij zich tot dierlijke mest, aangevuld met compost. ”We vermijden de mest van intensieve veehouderijen die hun dieren voeren met Argentijnse soja, dat is niet echt duurzaam. Die mest wordt ook gebruikt voor de productie van commerciële biologische meststoffen, samen met slachtafval. In plaats daarvan kiezen we voor mest van veehouderijen die beweiden.”

De compost maakt Gwenaël zelf van het snoeiafval van de hagen rond zijn boerderij. ”Waar mogelijk probeer ik percelen te omringen met hagen. Die beschermen mijn groenten tegen de wind en vormen een woonst voor goede insecten die de plagen opeten. Elke 2 jaar snoeien we de hagen en wordt het snoeisel gecomposteerd. Zo slaan we nog eens extra koolstof op in de bodem.”

Seizoensarbeiders van bij ons

Een biologisch groentebedrijf vraagt veel handenarbeid voor taken als wieden en de oogst. ”Maar het is moeilijk om genoeg mensen te vinden die willen werken op een boerderij, zelfs als het maar is om op een tractor te zitten.” Hij stelt ongeveer 120 mensen te werk, verdeeld over 55 voltijdse equivalenten (VTE’s).

In dit seizoen zijn er 20 seizoensarbeiders per dag aan het werk bij La Ferme du Peuplier. “We werken niet met buitenlandse seizoensarbeider, maar met lokaal personeel.” Het gaat bijvoorbeeld om mensen die tijdelijk werkloos zijn, pas afgestudeerde studenten die nog op zoek zijn naar hun eerste job, of mensen met een burn-out die rust vinden in fysieke arbeid.

Er staat 1,8 ha tunnelserres rond de boerderij van Gwenaël du Bus, in combinatie met grotere glasserres.
Er staat 1,8 ha tunnelserres rond de boerderij van Gwenaël du Bus, in combinatie met grotere glasserres. - Foto: ThD

Markten afschuimen

De meeste werknemers van Gwenaël schuimen echter de markten van Brussel en Wallonië af om zijn biologische groenten aan de man te brengen. Elke week staan ze op 18 markten, zoals in Elsene, Ukkel, Woluwe en Waver, waarvan 5 per dag in het weekend. Daarmee bereikt hij elke week 6.000 tot 7.000 klanten.

De andere landsdelen zijn dan ook een meer winstgevende markt voor bioproducenten dan Vlaanderen. Brusselaars en Walen geven gemiddeld meer uit aan bioproducten dan Vlamingen, respectievelijk 147 en 141 euro per persoon per jaar in vergelijking met 90 euro. Het globale marktaandeel van biologische producten in Vlaanderen is ook kleiner dan in Brussel en Wallonië.

Door de rechtstreekse verkoop aan consumenten kan Gwenaël volledig zelf de prijs bepalen waaraan hij zijn groenten verkoopt. ”Mijn prijszetting is ook flexibeler, ik pas mijn prijzen aan de omstandigheden aan.” Enkel de overschotten verkoopt hij aan retailers, om verspilling tegen te gaan.

Klanten kunnen veel meer dan enkel hun zelfgekweekte groenten terugvinden in de marktstallen van La Ferme du Peuplier. ”Ik koop 65% van ons assortiment aan van andere boeren. Eerst vullen we aan bij boeren in België, daarna in Frankrijk, en vervolgens in Spanje en Italië, op boerderijen die we hebben bezocht.” Het gaat om producten als fruit en linzen, die La ferme du Peuplier niet teelt, of groenten buiten het seizoen. ”Maar klanten grijpen toch eerder naar de seizoensgroenten van bij ons. De prijzen daarvan hou ik dan ook bewust iets lager.”

Voordat je op een markt kan staan, moet je er eerst binnen geraken. Dat is geen gemakkelijke opgave. ”Bij sommige markten moet je je eerst inkopen, bij anderen is het wie eerst komt, eerst gaat”, legt Gwenaël uit. Na jaren voortzetten hebben ze wel de beste plaatsen veroverd.

Manager

Gwenaël noemt zichzelf al een tijdje geen boer meer, maar eerder een voltijdse manager. Hij moet niet alleen meer dan 100 werknemers aansturen, maar een van de meest vervelende administratieve taken is de jaarlijks terugkerende zoektocht naar landbouwgrond om te pachten.

”Wij hebben maar 20% van ons areaal in eigen bezit of langdurige pacht. De rest zijn contracten van een jaar. Het is moeilijk om betaalbare landbouwgrond onder biologisch beheer te vinden in Waals-Brabant. Slechts 2% van de landbouwgrond in de provincie is biologisch, terwijl dat in andere streken kan oplopen tot 30%. Onze gronden kunnen zich dan ook tot 30 km van de boerderij bevinden, we moeten zelfs naar Namen trekken om genoeg grond te vinden.”

De biologische groenteteler teelt onder andere paksoi in de tunnelserres rond zijn boerderij.
De biologische groenteteler teelt onder andere paksoi in de tunnelserres rond zijn boerderij. - Foto: ThD

Gwenaël begon La Ferme du Peuplier in 2011, zonder een achtergrond of opleiding in de landbouw. ”Daarvoor was ik ingenieur. Mijn familie of ik had-den dus geen landbouwgrond, maar na 6 of 7 jaar wachten kregen we de kans om 3 ha land te kopen.

In het begin maakte ik natuurlijk veel fouten. De eerste 10 jaar draaide het bedrijf minder goed en keerde ik mezelf geen salaris uit.” Ondertussen draait het landbouwbedrijf als een trein, met een jaarlijkse omzet van 1,3 miljoen euro.

Landbouwsubsidies maken daarvan maar een verwaarloosbaar deel uit. ”Ik krijg maar zo’n 20.000 euro subsidies, omdat ik geen dieren heb, maar weinig land bezit en niet gelegen ben in een achtergesteld gebied. Het bedrijf is ook te groot voor investeringssteun.” Dat hij maar weinig subsidies krijgt, vindt Gwenaël niet erg. Zo is hij onafhankelijk van de perikelen van de politiek, en dankzij zijn marktstrategie is hij ook onafhankelijk van retailers.

Thor Deyaert

Lees ook in Groenten

Vlaamse snoepgroenten zijn veilig

Actueel Recent was er heel wat deining rond de aanwezigheid van residuen van pesticiden in snoepgroenten. Dat bleek in Nederland bij onderzoek op kerstomaten en minikomkommers. En bij ons?
Meer artikelen bekijken