Europese boterprijzen zakten naar niveau van 2021
Raf Beyers, adviseur bedrijfsontwikkeling en risk management bij United Experts, overliep met ons de evoluties op de internationale zuivelmarkten in weken 13 tot 17.

Het nieuws rond de oorlog van de Verenigde Staten (VS) en Israël met Iran wisselt dagelijks. De heel belangrijke straat van Hormuz is het ene moment even open, dan weer dicht, dan weer onder beheer van de VS, dan weer van Iran… Ondanks dat beleggers huiveren van veel onzekerheden zijn de markten, na het bekomen van de schok bij het starten van het conflict en het opdrijven van de oorlogstaal, sinds begin april toch stevig herstelt. “Het lijkt erop dat beleggers zeker het TACO-effect, dat staat voor Trump Always Chickens Out, niet willen missen”, stelt Raf Beyers. “Er volgt dus een herstel van de markten wanneer blijkt dat de door Trump opgediende soep uiteindelijk toch een stuk minder heet gegeten zal worden.”
Consumentenvertrouwen op dieptepunt
Zijn de energieprijzen uitzonderlijk hoog? “Eigenlijk niet”, vindt Beyers, “als men weet dat de Brent-olieprijs die op 24 april rond de 100 dollar sputterde, in de periode 2011-2014 bijna altijd rond die prijs zat. De voor Europa zeer belangrijke TTF-gasprijs zit nu ongeveer op 44 euro/MWh, terwijl we in 2022 na het uitbreken van de Oekraïnecrisis zelfs even bijna 240 euro zagen. De globale economie toont zich voorlopig nog weerbaar. De schrik voor een rente-stijging zat er even in, maar de centrale bankiers kondigen nu een gematigde koers aan. De markt blijft nog uitgaan van een kort conflict met olieprijzen die terug zullen vallen op het einde van het conflict. Hier en daar klinkt wel een ander doem-scenario dat stagflatie heet, een stagflatie die men ook zag bij de oliecrisis in de jaren 70. Daarbij wordt een hoge inflatie gecombineerd met de stagnatie of krimp van de economie en een hoge werkloosheid. Er tekenen zich binnen Europa wel enkele minder goede tendensen af. Zo zit het consumentenvertrouwen in de Eurozone op een dieptepunt en krimpt de dienstensector over april in veel grote Europese landen. De wispelturigheid van Trump maakt voorspellen waar het naartoe gaat onmogelijk.”
De Global Dairy Trade (GDT)-zuivelveiling ging begin april 3,4% lager en ook op 21 april maakte de GDT een daling van 2,7%. De GDT-zuivelindex zit nu terug op het niveau van februari, toen de index aan het herstellen was van de dip rond Nieuwjaar.
WUR-melkprijspanel voorspelt gemiddeld 49 ct/kg melk
De melkproductie van de 5 belangrijkste melkexporteurs ter wereld lag in februari 3,9% hoger dan vorig jaar. Alle grote melkproducenten lieten in de tweede maand van het jaar een positieve ontwikkeling zien. Australië lag 0,6% voor op vorig jaar, na een productiegroei van 1,5% in januari. Ook Europa liet over februari een positieve melkproductie zien, met een stijging van 4,1% op jaarbasis. Nieuw-Zeeland noteerde een recordhoogte in februari, bovenop de cijfers van vorig jaar, met een stijging van 6%. De VS en Argentinië lagen in februari nog steeds ver voor op vorig jaar, met respectievelijk een stijging van 2,9% en 10,6% op jaarbasis. In Nieuw-Zeeland melkt men over maart zelfs 9,8% meer dan vorig jaar. De Kiwi’s lijken hun melkproductieseizoen te eindigen met een stevige eindspurt.
In Nederland doet een melkprijspanel van Wageningen University & Research (WUR) sinds 2015 jaarlijks een gemiddelde melkprijsvoorspelling voor de komende 10 jaar. Deze voorspelling verschijnt sinds 2015 in de Kwantitatieve Informatie Veehouderij (KWIN) en wordt gepubliceerd door WUR. “Het rapport spreekt dit jaar van een blijvende gezonde vraag naar melk. Er blijft sprake van een kosteninflatie, die gelukkig ook doorgerekend wordt in de melkprijs. De gemiddelde melkprijs voor de komende 10 jaar wordt door het panel ingeschat op 49 ct/kg melk. Dit is de gemiddelde melkprijs, inclusief alle contante nabetalingen en toeslagen die tot uiting komen in de kasstroom (exclusief bijschrijvingen, ledenrekening en exclusief 9% btw). Dit is een stijging met 2 cent ten opzichte van de verwachte melkprijs die vorig jaar tot stand kwam.
Het panel verwacht dat in lijn met de opbrengsten ook de variabele en vaste kosten zullen stijgen, onder meer door hogere kosten voor arbeid en toenemende vaste kosten die inspelen op klimaat-, biodiversiteits- en grondgebondenheidsdoelen. Als we de uitschieter van 2022 even buiten beschouwing laten, dan zien we dat het WUR-panel de melkprijs gemiddeld eerder iets heeft onderschat dan overschat. De Noordwest-Europese spotmelkprijs voor boerderijmelk aangeleverd op fabriek haalt momenteel met amper 10-13 cent zeker niet dat beoogde melkprijsniveau”, analyseert Raf Beyers.
De Europese melkaanvoer gaat seizoensmatig nu naar een hoogtepunt. In Duitsland is de weekaanvoer tot week 15 nog altijd 5,8% hoger dan vorig jaar. In Frankrijk zien we daarentegen sinds week 11 tot in week 14 de melkproductie wel terugvallen van +6% naar nog ongeveer +1,5% in week 17.
Grote spreiding internationale boterprijzen
De Europese boterprijs is de voorbije maand, sinds eind maart, al bijna met 9% gedaald. Eind maart was de Europese boterprijs nog 4.458 euro/ton en op 22 april nog slechts 4.072 euro. De Nederlandse boterprijs toont nu zelfs een ronde 4.000 euro. “We moeten al terug naar de herfst van 2021, komende uit de coronacrisis, om zo’n lage boterprijs te zien. Een combinatie van meerdere factoren zorgt voor deze lage boterprijs. Pasen en de Ramadan zijn allebei voorbij, wat sowieso de vraag naar melkvet geen goed doet. Daar komt bij dat de Europese melkaanvoer (zie ook de prijs van spotmelk) nu naar een seizoenshoogtepunt gaat, met dus een hoge melk- en ook melkvetaanvoer tot gevolg. Het consumentenvertrouwen van de Europeanen, maar ook van de wereldwijde consumenten, krijgt klappen. dat geeft producten zoals boter en room plots meer het imago van een luxeproduct.”
Opvallend is ook de grote spread tussen de internationale boterprijzen. Op de GDT noteert boter, ondanks een uppercut van -7,9% bij de veiling van 21 april, nog 4.848 euro/ton. In de VS haalde boter begin maart nog 4.580 euro, maar nu kost die daar nog 3.323 euro. De Europese melkvet- en boterprijs krijgt mogelijk terug ruimte om te stijgen als de melkaanvoer gaat dalen. Op de laatste GDT hadden melkvetproducten het sowieso moeilijk, want ook vochtvrij melkvet (AMF, anhydrous milk fat) ging 9,6% lager naar 5.405 euro/ton.
SMP-prijs plafonneert
De Europese poederprijzen bleven de voorbije maand, sinds eind maart, ongeveer stabiel. De Europese mageremelkpoederprijs (SMP, skimmed milk powder) stond eind maart op 2.767 euro/ton. Op 22 april noteerde die nog 2.717 euro. Beyers: “Dit wil zeggen dat de SMP-prijs wat plafonneert na de stijging in maart. De hoge Europese melkproductie en ook de hoge poederproductie in voorbije periode vereisen een blijvend stevige Europese poederexport. Om de concurrentie op internationale markten aan te kunnen is een milde prijs dus noodzakelijk. Het duurder worden van de euro tegenover de dollar bezorgt Europa ook een concurrentienadeel voor de export. Dit verklaart voor een deel het grote prijsverschil tussen de Europese SMP en de Amerikaanse. In de VS is SMP met 3.335 euro/ton een stuk duurder dan in Europa. De Amerikanen kunnen concurrentiëler poeder exporteren met hun goedkope dollar en blijken bovendien op een veel kleinere SMP-voorraad te zitten dan men in Europa in verhouding inschat. Het internationale prijsverschil in SMP valt momenteel op, want op de laatste GDT ging SMP als enige belangrijke zuivelproduct omhoog met 3,2% naar 2.932 euro. Omdat vollemelkpoeder (WMP, whole milk powder) op de GDT 0,6% daalde naar 3.117 euro, komen de poederprijzen daar dicht bij elkaar.”
Kaasprijzen iets gedaald
De Europese kaasprijzen zijn de voorbij maand, sinds de laatste notering van maart, ook terug wat gedaald. De kaasprijzen blijven heel dicht bij elkaar. Cheddar, gouda en mozzarella zijn nog altijd bijna even duur, namelijk ongeveer 3.420 euro/ton.







