Bodemkundige Dienst van België viert 80ste jubileum
De Bodemkundige Dienst van België vierde eind april zijn 80ste jubileum met enkele studiemomenten voor de sector en een opendeurdag voor het grote publiek.

De festiviteiten vonden plaats in aanloop naar 1 mei. Op 1 mei 1946 ging immers het eerste werkingsjaar van de Bodemkundige Dienst van België (BDB) officieel in. Hiermee ontstond de allereerste spin-off van de Katholieke Universiteit Leuven. In november 1945 werd echter al de aanzet tot de oprichting gegeven.
Het doel van de initiatiefnemers voor de BDB was om, samen met de steun van de overheid, de land- en tuinbouwers bij te staan met wetenschappelijk gefundeerd bemestingsadvies op basis van bodemanalyse en proefveldonderzoek. Sindsdien is de organisatie uitgegroeid tot een onafhankelijke onderzoeks- en adviesinstelling voor landbouwers, tuinbouwers, bedrijven, overheid en particulieren.
Deze 80ste verjaardag werd gevierd met een studieavond ‘Gezonde bodem, sterke tuin’ voor landschaps- en tuinarchitecten, tuinaanleggers en -aannemers, tuiniers en tuinliefhebbers. Voor hen werd stilgestaan bij het belang van de bodem in de sector van tuinen en openbaar groen.
Voor geïnteresseerden uit de brede land- en tuinbouwsector was er dan weer een studienamiddag die een frisse blik bracht op bodem- en watermetingen. Ook de vertaalslag ervan in de dienstverlening van de BDB kwam hierbij aan bod.
Organische stof en bodemleven
Senior onderzoeker Mia Tits opende de studienamiddag met een toelichting over organische stof in de bodem. Ze maakte duidelijk dat organische stof aan de basis ligt van alle aspecten van bodemkwaliteit, zowel op fysisch (structuur, waterhuishouding), chemisch vlak (pH, nutriëntenlevering) als op biologisch vlak (bodemleven).
“Een landbouwer die werkt aan organischestofopbouw in zijn bodems realiseert hiermee een verstandige belegging met het oog op gewasgroei en -productie”, aldus onderzoeker Tits. Ze gaf mee dat door de activiteit van het bodemleven, de organische stof in de bodem een voortdurende cyclus van opbouw en afbraak ondergaat. Deze omzettingsprocessen gaan gepaard met een CO2-flux. Deze kan gemeten worden met specifieke apparatuur en kan dan gebruikt worden als dynamische indicator van de activiteit van het bodemleven.
Aansluitend op de toelichting van Mia Tits gaf professor Annemie Elsen inzicht in het bodemleven. “Dit veelzijdige ecosysteem vervult tal van essentiële functies.” Het is volgens haar van cruciaal belang dat het bodemleven in een optimale conditie verkeert. Ze adviseerde om als landbouwer de organische koolstof alsook de pH op hun velden in de streefzone te brengen en te houden. Daarnaast beval ze ook aan om de bodem minimaal te bewerken en bedekt te houden met gewassen of gewasresten. “Dat zijn praktijken die het bodemleven ten goede komen.”
Grondwater en irrigatieadvies
Senior onderzoeker Tom Coussement ging verder met een toelichting over grondwatermetingen en peilbeheer in de praktijk. Het beheer van onze grondwaterpeilen is volgens hem cruciaal voor een duurzame toekomst van onze Vlaamse landbouw en natuur. Hij lichtte de nieuwste ontwikkelingen in grondwatermetingen toe en toonde hoe deze kennis gebruikt wordt om peilbeheer te realiseren op het terrein.
Tot slot besprak professor Pieter Janssens hoe de BDB van een bodemvochtmeting tot een irrigatieadvies komt. Daarvoor gebruiken hun onderzoekers niet alleen modellen die worden gekoppeld aan de weersverwachting, maar ook bodemvochtsensoren op landbouwvelden. Dankzij een draadloze communicatie tussen deze sensoren en de computer van de BDB krijgen landbouwers onmiddellijk inzicht in het actuele bodemvochtgehalte op hun percelen, met daaraan gekoppeld een progrnose voor de eerstkomende 10 dagen. Zo kan een irrigatie gepland worden met optimale inzet van watervoorraden.
Emeritaat gevierd
De studiedag stond ook in het teken van het emeritaat (pensionering hoogleraar) van Hilde Vandendriessche. Naast de taak van afgevaardigd bestuurder bij de Bodemkundige Dienst van België, nam zij ook een taak op als professor aan de KULeuven. Daar ging ze vorig jaar met emeritaat en gaf de fakkel door aan Annemie Elsen en Pieter Janssens. Deze blikten kort terug op enkele verwezenlijkingen van haar. “Een professor heeft 3 kerntaken, namelijk onderwijs, onderzoek en dienstverlening”, gaf Annemie Elsen aan. “Als professor was Hilde Vandendriessche altijd betrokken bij de drijfveren van de studenten en had ze praktijkgerichte kennis”, getuigde Pieter Janssens, die zelf in 2006 nog bemestingsleer van haar gedoceerd kreeg.
Wat het luik onderzoek betreft, werd erop gewezen dat de carrière van Hilde Vandendriessche startte aan de KULeuven en dat die later aan de BDB werd voortgezet. Ze bleek altijd al een grote interesse te hebben voor (groei)modellen of modellering van gegevens. Dit kwam tijdens haar loopbaan een eerste keer tot uiting bij het in beeld brengen van de suikerproductie van suikerbieten via een gewasgroeimodel of simulatie.
Kennis in expertensysteem gieten
De uitbouw van het ‘expertensysteem’ is een hele grote verdienste van Hilde Vandendriessche. Het stikstofonderzoek gerealiseerd door voormalig medewerker Rene Boon werd mede door haar verder omgezet in een expertensysteem voor stikstofbemesting (N-index). Hieruit vloeide later het adviessysteem Bemex (BEMestingsEXpertsysteem) voort, zeg maar het standaard grondontledingssysteem voor de bemesting en bekalking van bodems. Ook werkte ze mee aan het Epipre-systeem voor de bestrijding van ziekten en plagen in wintertarwe.
“Hilde Vandendriessche wou de kennis die was opgedaan tijdens onderzoekswerk structureel in een expertensysteem gieten, gaande van input van gegevens, over de beslissingsbomen om de data te verwerken tot het verslag van het onderzoekswerk. Onderzoek documenteren en structureren leidde volgens haar tot een beter advies of product van de Bodemkundige Dienst richting land- en tuinbouwer”, getuigde Annemie Elsen.
Voor wat het luik dienstverlening betreft, wees ze er op dat vanuit de BDB Hilde Vandendriessche haar expertise ten dienste stelde van het beleid. “Eind jaren 90 was zij zo adviseur bij het kabinet van de toenmalige minister van Leefmilieu. Begin jaren 2000 was zij dit ook voor de minister van Landbouw. Hilde Vandendriessche stond mee aan de wieg van het Mestactieplan en van de nitraatredisumetingen. Ze wou hier een stimulerend in plaats van een afstraffend beleid.”
Na het studiemoment en de emeritaatsviering kregen de aanwezigen nog een demonstratie van peilbuizen en toestellen die aan bod kwamen tijdens het theoretisch gedeelte van de studiedag. Daarnaast konden ze ook de vernieuwde laboratoria en uitgebreide infrastructuur van de BDB ontdekken.





