Graduaatstudenten Vives ontdekken kansen voor drones
Dit voorjaar waren de graduaatstudenten van de Vives-opleiding ‘Productiebeheer land- en tuinbouw’ te gast op het slot-event van het project Dripcontrol. DripControl is een samenwerking tussen hogescholen Vives en Avans (Nederland), Didex en landbouwer Michiel Vercruysse. Binnen Dripcontrol werd onderzocht hoe drones kunnen worden ingezet om snel lekken in druppelirrigatie te detecteren.

Er werd onderzoek uitgevoerd in de uienteelt. Het project Dripcontrol – onderdeel van het Interreg Vlaanderen Nederland-project Smart Farming en Food Processing – slaagde erin om een werkmethodiek op te zetten die het mogelijk maakt om binnen het uur na aankomst op het perceel een gps-bestand klaar te hebben waarmee de operator te voet naar de lekken kan navigeren. Er werd gewerkt op basis van thermografische dronebeelden. De fotogrammetrie (de verwerking van de dronebeelden) en de data-analyse gebeuren ter plaatse op het veld in de auto van de dronepiloot.
Jong geleerd is …
We vinden het belangrijk om met dit event te focussen op onze studenten, de toekomstige landbouwers. Zij zullen immers met zekerheid met deze technologie te maken krijgen tijdens hun loopbaan, en waarschijnlijk eerder vroeger dan later. “Als we willen dat ze deze digitale innovaties later omarmen, moeten we hen er nú vertrouwd mee maken”, aldus Micheline Verhaeghe, senior onderzoeker Smart Farming bij Vives. Tijdens de workshop in de namiddag konden ze even zelf met het Vives-arsenaal drones vliegen. De sessie leek ludiek, maar er zat een duidelijke visie achter. ” Alle voorbeeldtoepassingen van drones die jullie net zagen – lekdetectie, detecteren van zieke bomen, onkruiddetectie – kunnen jullie in feite zelf toepassen met deze, best wel betaalbare, drones”, vertelde Bregt Roobroeck, docent Groenmanagement aan Vives. Bregt gebruikt vaak drones in zijn lessen. We leren onze studenten dat het allemaal zo moeilijk niet is als het lijkt.
Met drones aan de slag in de landbouw
De centrale gedachte doorheen de studienamiddag was om jonge landbouwers te inspireren met cases waar drones laagdrempelig worden ingezet en hun nut kunnen bewijzen. De case die het meest aandacht kreeg, was de DripControl-case.
Als we met drones aan de slag willen in de landbouw is het belangrijk om te weten wat wel en niet mag. Yves Lantin, dronepiloot en zaakvoerder van Didex, een bedrijf gespecialiseerd in dronebeelden en data, legde uit dat je met een drone van minder dan 250 g bijna overal mag vliegen, zolang je het op een verantwoorde manier doet. Deze drones moeten worden geregistreerd zodra ze een camera aan boord hebben. Verder moet je natuurlijk rekening houden met de omgeving, je moet de drone altijd in het zicht houden tot een maximumhoogte van 120 m en je mag niet boven een bijeenkomst van mensen vliegen. Verder mag je ook niets vervoeren met de drone. Wil je met dergelijke kleine, toegankelijke, drones aan de slag, dan is het aangeraden om online een A1-A3-dronecertificaat te behalen. Zodra de drone 250 g of meer weegt, ben je verplicht om minstens dit certificaat te behalen via een examen. Je leert dan dat er mogelijk gebieden voor een bepaalde periode niet beschikbaar zijn voor drones vanwege helikoptertrainingen of ander gepland luchtverkeer. Dat kan je opzoeken in Droneguide, het officiële Belgische platform dat geografische no fly-zones in kaart brengt conform EU-regels. Rond luchthavens en militaire gebieden is het – begrijpelijk – nog moeilijker om toelating te krijgen.
Verder inspireerde Yves de bezoekers met een aantal cases waarvoor je drones kunt inzetten. Heb je bijvoorbeeld al gedacht aan het in kaart brengen van zieke bomen in een bos, zodat die behandeld kunnen worden voor ze afsterven? Of het in beeld brengen van de hoogte van fruitbomen, zodat je een taakkaart kan maken voor variabele wortel-snoei? De typische landbouwcases waar drones kunnen worden ingezet om invasieve onkruiden – zoals knolcyperus en doornappel – in kaart te brengen, spreken natuurlijk het meest tot de verbeelding. Het jonge publiek is zich uiteraard ook al voldoende bewust van de uitdagingen waar de sector voor staat.

Een kritische kijk
Tijdens het panelgesprek werd er met een kritische bril naar de innovaties in de sector gekeken. Ludo Buysse, zaakvoerder van Saelens Irrigation Systems, nam als eerste het woord. Hij had de bezoekers tijdens een boeiende voorstelling van zijn bedrijf al meegenomen in de wondere wereld van de druppelirrigatie. “Druppelirrigatie is een duurzame techniek om opbrengsten op een perceel te maximaliseren. Maak dan ook duurzame keuzes. Kies kwalitatieve leidingen en zorg voor een goede aanleg. Zo voorkom je problemen tijdens de teelt. Voorkomen is beter dan genezen”, zei Ludo terecht.
Daarna legde Michiel Vercruysse, de landbouwer uit Kortrijk waar we het project DripControl uitvoerden, uit dat het opsporen en herstellen van lekken in druppelirrigatie arbeidsintensief is. “Een drone inzetten is vooral interessant als er slechts een paar lekken in de installatie zijn op een groot perceel. Zelfs een paar lekken kunnen immers al tot grote drukverliezen en een slechte waterverdeling leiden”, legde Michiel uit. Op een groot perceel is het dan zoeken naar een speld in een hooiberg. In die situaties is het inzetten van een drone zeker een arbeidsbesparing en een efficiëntiewinst. “Zijn er heel veel lekken op een perceel, dan ligt de situatie anders. Dan moet je toch door heel het perceel stappen en biedt de drone geen meerwaarde, alleen een kost.” Hiermee bevestigde Michiel de stelling van Ludo Buysse – beter voorkomen dan genezen. Als er dan toch nog een aantal lekken aanwezig zijn op het perceel, is het rendabel om een drone in te zetten.
Yves Lantin van Didex pikte hierop in: “Als we met drones een voet aan de grond willen krijgen in de landbouw, dan moeten we zoeken naar haalbare business-cases zoals deze.” Micheline Verhaeghe benadrukte dat het door overleg tussen de landbouwers en de dronepiloten is dat we die haalbare business-cases kunnen detecteren. “Als onderzoeksgroep Smart Farming onderzoeken wij op welke manier digitale technologie concrete problemen van de landbouwers kan oplossen, hoe de technologie kan inpassen in de bedrijfsvoering van de landbouwer en of de business-case haalbaar is.”
Visie van de loonwerker
Griet Van de Steene van Loonwerken Loowa uit Tielt vertegenwoordigde de visie van de loonwerker in dit debat. Loonwerkers bekleden een sleutelpositie om innovatieve technologie tot bij de landbouwers te brengen. Bedrijven die zelf niet de middelen hebben om te investeren in deze technologie zullen een beroep doen op loonwerk. Maar tegen welke knelpunten lopen die loonwerkers aan? Griet is ervan overtuigd dat we precisietechnieken zullen nodig hebben, als we nog willen kunnen boeren in de toekomst. “Denk maar aan de vele gewasbe-schermingsmiddelen waar we de erkenning voor verliezen. Onkruidbestrijding wordt in de toekomst moeilijker en precisietechnieken zullen het ons – hopelijk – mogelijk maken om invasieve onkruiden zoals knolcyperus in de toekomst te kunnen blijven bestrijden. Er zijn echter een aantal belangrijke knelpunten, die 10 jaar geleden eigenlijk dezelfde waren. De wetgeving rond de mogelijkheid om drones in te zetten in de landbouw evolueert heel traag. Spuiten met drones is nog steeds niet toegestaan en dat zal de eerstkomende jaren niet ver-anderen. Maar drones zonder meer zijn momenteel een moeilijk instrument om in te zetten in loonwerk. Tijdens het seizoen moet alles snel gaan. Als je vandaag wil sproeien, moest je gisteren of eergisteren met de drone gevlogen hebben. De sector is nog niet op die manier georganiseerd. Daarenboven weet je via Droneguide pas de avond voor je dronevlucht of je bijvoorbeeld in een ‘militaire helikoptertrainingzone’ – een afgebakend luchtruim voor helikoptertrainingen laag bij de grond – mag vliegen. Griet riep onderzoekers en beleidsmakers op om te focussen op het wegwerken van de knelpunten die implementatie van variabel bespuiten op basis van dronebeelden in de weg staan.
Eindboodschap
Met deze namiddag wilden we de studenten inspireren rond de mogelijkheden met drones in de landbouw. Door hen zelf aan de slag te laten gaan met de drones wilden we hen aanmoedigen om te geloven dat ze het ook zélf kunnen. En met het debat wilden we hun leren om altijd kritisch naar een onderwerp te kijken én om open te staan voor alle meningen.
Finaal vroegen we aan de panelleden of ze nog een boodschap hadden voor de studenten. Die boodschap was unaniem. “Wees niet bang om eens iets nieuws uit te proberen. Zorg dat je van veel technische dingen op de hoogte bent, want de toekomstige landbouw zal technologie nodig hebben. Informeer je en maak goede keuzes. En bovenal, doe wat je graag doet!”
Dit project kwam tot stand met ondersteuning van Interreg Vlaanderen Nederland onder het project ‘Smart Farming and Food Processing’. Meer info over het deelproject vind je op www.interregvlaned.eu/en/nieuws (zoek op ‘dripcontrol’). Meer info over de onderzoeksgroep Smart Farming lees je op www.vives.be/nl/onderzoek/smart-farming.





