Taakkaarten verder ontwikkelen en toegankelijk maken
Binnen het Interreg-project ADaM & PreciLa heeft de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) uit Mol de taakkaartmodule op hun digitale platform WatchITgrow verder ontwikkeld. Daarmee kunnen variabele toepassingen praktisch uitvoerbaar worden gemaakt.

Precisielandbouw is al lang geen toekomstmuziek meer. Steeds vaker vinden digitale tools hun weg naar het veld, niet alleen om percelen te monitoren, maar ook om concrete teeltbeslissingen te ondersteunen. Binnen het Interreg-project ADaM & PreciLa werd sterk ingezet op die evolutie in zowel fruitteelt als akkerbouw via samenwerking tussen Vlaamse en Nederlandse partners.
Een belangrijk onderdeel daarvan is de verdere ontwikkeling en toegankelijkheid van taakkaarten naar de praktijk. Maar hoe vertaalt die technologie zich naar de praktijk? Aan de hand van 2 proeven in aardappelen toont VITO samen met PIBO-Campus uit Tongeren-Borgloon hoe taakkaarten vandaag al ingezet kunnen worden voor variabel poten en variabele loofdoding in aardappelen. Om deze proeven uit te voeren werd samengewerkt met Koen Vrancken, een landbouwer uit Riemst die deze precisietechnieken zelf wil toepassen in de praktijk.
Van platform naar praktijktoepassing
WatchITgrow is een gratis en onafhankelijk platform voor gewasopvolging, ontwikkeld en beheerd door VITO. Het geeft telers, loonwerkers, adviseurs en onderzoekers eenvoudig toegang tot actuele gewasinformatie op basis van satellietbeelden, aangevuld met weer- en bodemgegevens.
Het platform bundelt een brede waaier aan tools voor precisielandbouw en maakt het mogelijk om alle relevante veldinformatie – van waarnemingen en foto’s tot bodemscans en registraties van uitgevoerde werkzaamheden – digitaal te verzamelen, te beheren en te delen. Door gegevens uit diverse bronnen (satelliet, weer, bodem, gewas en opbrengst) slim te combineren en AI-technieken toe te passen, biedt WatchITgrow aan landbouwprofessionals praktische inzichten en beslissingsondersteuning om hun teelten duurzaam te optimaliseren.

Binnen het ADaM & PreciLa-project werd gewerkt aan het verbeteren van de taakkaartgeneratie in WatchITgrow. Het doel daarbij is duidelijk: landbouwers niet alleen inzichten geven, maar hen ook ondersteunen om die inzichten om te zetten in gerichte acties op het veld. De bestaande taakkaarten voor variabel planten en loofdoding werden verder uitgebreid en opgeschaald tot algemene zaai- en spuitkaarten. Bovendien kunnen landbouwers naast satellietbeelden en opbrengstpotentieelkaarten nu ook dronebeelden en bodemscans gebruiken voor de opmaak van taakkaarten.
Zelf strategie bepalen
Samengevat maakt WatchITgrow het nu mogelijk om taakkaarten te genereren voor variabel zaaien of planten, bemesten, irrigeren of spuiten. Afhankelijk van de toepassing kies je uit verschillende basislagen, zoals recente satelliet- of dronebeelden, een zonnekaart, een opbrengstpotentieelkaart van een vorig seizoen of een bodemscan.
Je bepaalt zelf de gewenste strategie, bijvoorbeeld door extra in te zetten op de goed presterende zones of juist op de minder vruchtbare delen van het perceel. De gegenereerde taakkaarten kunnen eenvoudig worden gedownload als een shp-bestand en vervolgens rechtstreeks in de machine worden ingeladen.
Precisielandbouw biedt daarmee meer dan ooit kansen om handelingen af te stemmen op de variatie binnen het perceel. Verschillen in schaduw, bodemparameters (zoals EC-waarden) of historische variaties in gewasgroei worden eenvoudig zichtbaar, waardoor de landbouwer veel gerichter kan werken.
Bij variabel zaaien of planten kan de dichtheid of plantafstand worden aangepast aan de lokale omstandigheden in het veld. Dat leidt tot een uniformere opkomst en een betere benutting van de beschikbare ruimte.
Ook bij bemesting loont een gedifferentieerde aanpak vaak. Zones met mindere of betere groei kunnen een aangepaste dosis meststof krijgen, afgestemd op de bodemeigenschappen. Zo wordt zowel onder- als overbemesting vermeden.
Voor irrigatie geldt hetzelfde: door extra water toe te dienen in zones waar het gewas achterblijft, kan de groei in meer stressgevoelige delen van het perceel worden ondersteund.
Tot slot laat precisiespuiten toe om onkruidbestrijding, gewasbescherming, groeiregulatie of loofdoding zeer gericht uit te voeren. Door de dosis af te stemmen op de actuele gewas- of onkruidgroei worden verspilling en overdosering vermeden, terwijl de efficiëntie van de behandeling stijgt.

Variabel poten, dat is inspelen op bodemverschillen
Op een perceel van zo’n 10 ha in Bastenaken werd in 2025 een proef uitgevoerd rond het variabel planten van pootaardappelen (ras Fontane) door PIBO-Campus. Het perceel kenmerkte zich door sterke hoogteverschillen en hellingsgraden. Die variatie zorgde voor verschillen in bodemtype en opbrengstpotentieel. Dat maakte het perceel bijzonder geschikt voor een proef rond variabele toepassingen.
Een bodemscan bracht die variatie in kaart via metingen van de elektrische geleidbaarheid (EC). Op basis van deze data werd een zonekaart opgesteld,, die vervolgens diende als input voor de taakkaart in WatchITgrow. Daarin werd gewerkt met verschillende dosistrappen, waarbij in zones met een hogere EC dichter werd gepoot en in zones met een lagere EC ruimer.
Naast de variabele toepassing werden ook proefstroken met een uniforme pootafstand aangelegd,, zodat een duidelijke vergelijking mogelijk was. Belangrijk bij deze proefopzet was dat de totale hoeveelheid pootgoed over het perceel gelijk bleef, maar de verdeling ervan werd aangepast in functie van het lokale opbrengstpotentieel.
Verschil in opbrengst en sortering
De opkomst van het gewas bleek voornamelijk bepaald te zijn door de bodemcondities. In de lager gelegen zones, waar meer vocht beschikbaar was, lag het opkomstpercentage hoger. Het variabel poten zelf had hierop geen duidelijke invloed. Ook op het vlak van gewasontwikkeling waren de verschillen beperkt. Dronebeelden toonden een vrij homogeen gewas, met weinig uitgesproken variatie tussen de verschillende objecten.
Wanneer gekeken wordt naar de opbrengstkaart van de aardappelrooier, levert variabel poten geen duidelijke meerwaarde op. De hoogste bruto-opbrengsten werden zelfs behaald in de zones waar uniform werd gepoot. Een manuele proefoogst, die een beter beeld geeft van de netto-opbrengst en sortering, nuanceert dit echter. Daarin werd een lichte meeropbrengst vastgesteld bij variabel poten, al was dit verschil niet statistisch significant.
De belangrijkste impact van variabel poten zat niet zozeer in de totale opbrengst, maar in de verdeling van de knolgroottes. In vruchtbare zones leidde dichter poten tot een verschuiving naar fijnere sorteringen, terwijl in minder vruchtbare zones een ruimere plantafstand resulteerde in grovere knollen. Voor pootgoed, waar de juiste maatverdeling cruciaal is, is dat een belangrijk aandachtspunt waarop gestuurd kan worden.

Variabele loofdoding: sturen op gewasgroenheid
Op het westelijke gedeelte van hetzelfde perceel pootgoed werd ook een proef uitgevoerd rond variabele loofdoding. Daarbij werd na een eerste uniforme toepassing een tweede behandeling uitgevoerd op basis van een taakkaart.
De basis voor deze taakkaart lag in de groenheid van het gewas, bepaald via vegetatie-indexen. Dronebeelden van eind juli gaven een zeer gedetailleerd beeld van de variatie. Via WatchITgrow werd op basis van deze dronebeelden een taakkaart opgemaakt. Omdat de veldspuit die gebruikt zou worden enkel variabel kan werken op volledige spuitboombreedte, werd besloten om voor de toepassing eerder een satellietbeeld te gebruiken, aangezien dat een lagere resolutie heeft en de verschillen meer uitvlakt.
Een vergelijking tussen de drone- en satellietbeelden toonde wel een goede overeenkomst in variatie van groenheid. Op basis van deze beelden werd een taakkaart opgesteld waarbij de dosis loofdodingsmiddel werd aangepast aan de lokale groenheid van het gewas.
De variabele loofdoding leverde een duidelijke besparing op in productgebruik. Op een oppervlakte van ongeveer 3,5 ha werd in totaal zo’n 350 ml loofdodingsmiddel uitgespaard. Tegelijkertijd werd geen verschil vastgesteld in de snelheid of efficiëntie van de loofdoding ten opzichte van een uniforme toepassing.
De proef toont dus aan dat variabel spuiten toelaat om gerichter te werken, zonder in te boeten op effectiviteit. De meerwaarde zit hier in het efficiënter gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, wat op grote schaal een duidelijke impact kan hebben.
Stap voor stap naar precisielandbouw
De proeven in Bastenaken tonen aan dat taakkaarten vandaag de dag al een plaats hebben in de praktijk. Tegelijk maken ze duidelijk dat precisielandbouw geen kant-en-klare oplossing is, maar een proces van afstemming en optimalisatie. Daarin moet gekozen worden voor een praktische aanpak in functie van de noden en het aanwezige machinepark. Bovendien blijkt de meerwaarde van variabele toepassing en van taakkaarten niet altijd rechtstreeks zichtbaar in de opbrengstcijfers, maar eerder in kwaliteit en efficiënter gebruik van inputs.
Door data, technologie en praktijkkennis te combineren, ontstaat een systeem dat landbouwers toelaat om gerichter, efficiënter en duurzamer te werken.





