Europese Unie buigt zich over vereenvoudiging van de biowetgeving
Het Europees Parlement debatteert over hoe de biowetgeving vereenvoudigd kan worden. De lidstaten hebben ondertussen hun standpunten bepaald.

De Commissie diende het voorstel tot versoepeling van de biowetgeving in naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de EU. De wetswijziging moet meer duidelijkheid scheppen over de voorwaarden waaronder het Europese biolabel gebruikt mag worden voor geïmporteerde producten.
Er wordt ook voorgesteld om de erkenning van derde landen waarvan de biologische productie- en controlesystemen als gelijkwaardig aan die van de EU worden beschouwd, te verlengen tot 31 december 2036. Deze erkenning loopt namelijk af op 31 december 2026. Tegelijkertijd heeft Brussel een routekaart gepubliceerd met aanpassingen van de wetgeving die het de komende jaren wil doorvoeren.
228 amendementen
Over het algemeen steunen de Europarlementariërs het voorstel van de Commissie, hoewel velen van mening zijn dat een verlenging met 10 jaar te lang is. Een aantal van hen vindt ook dat de voorgestelde tolerantiemarge van 5% voor geïmporteerde biologische ingrediënten die in bioproducten in de EU worden gebruikt, onaanvaardbaar is.
Veel van de 228 ingediende amendementen hebben echter weinig met het voorstel te maken. Verschillende Europarlementariërs, met name Fransen, vragen bijvoorbeeld om een techniek in de wijnbouwsector om kristalvorming te voorkomen door middel van elektrodialyse toe te laten in de EU. De techniek is nu al mogelijk in derde landen, waaronder de Verenigde Staten.
“De Commissie moet ons duidelijk uitleggen wat er in de routekaart staat, zodat we kunnen beslissen wat we in het verslag opnemen”, benadrukt de Italiaanse Camilla Lauretti (S&D), de verantwoordelijke van het Europees Parlement voor dit dossier. Zo hoopt ze een aantal minder urgente hervormingen naar een latere datum te verschuiven.
Lauretti verwacht dat er op 21 juli in de commissie Landbouw gestemd zal worden, zodat de onderhandelingen tussen de Europese instellingen snel van start kunnen gaan, waarschijnlijk in september. “Als er één ding is waar we het allemaal over eens zijn, dan is het wel dat we de besprekingen vóór 31 december moeten afronden, om de sector niet in een situatie van rechtsonzekerheid te brengen en om hun geen nieuwe problemen op te leggen”, verzekert ze.
Vertrouwen van de consumenten behouden
Ondertussen hebben de lidstaten hun onderhandelingspositie afgestemd op 11 mei. Die willen eveneens het voorstel van de Commissie schrappen om het EU-biolabel toe te staan op producten die tot 5% ingrediënten uit derde landen bevatten.
Verder willen ze het gebruik van het EU-biolabel verbieden voor producten die worden geïmporteerd uit landen met biologische productiesystemen die als gelijkwaardig aan die van de EU worden beschouwd. Enkel het biolabel van hun land van herkomst is toegelaten.
Enkel als deze producten voldoen aan aanvullende productie- en controle-eisen die verder gaan dan de gelijkwaardigheidsnormen, zouden ze het EU-biolabel mogen gebruiken. Zo willen de lidstaten verzekeren dat ze de strengheid van de Europese bionormen benaderen. “Dit heeft als doel de handel te vergemakkelijken en het vertrouwen van de consument te behouden”, klinkt het.
Online bioretail
Verder wil de Raad de regels voor kleine marktdeelnemers vereenvoudigen, onder meer door ze vrij te stellen van certificatie en de omzetdrempels aan te passen. Kleine onlineverkopers van voorverpakte biologische producten worden onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van certificering. “Dit heeft tot doel de administratieve lasten te verminderen en deelname aan de biologische landbouw te stimuleren.”
Tot slot willen de lidstaten tijdelijk het gebruik van niet-biologisch eiwitrijk voeder voor pluimvee en varkens, en voor jonge dieren in de aquacultuur, versoepelen. Het is de bedoeling dat deze afwijkingen geleidelijk aan afgebouwd





