Charlotte Coddens: “Vroeger wou ik vooral veel, nu probeer ik dankbaar te zijn”
Of de baas thuis is? Die vraag krijgt Charlotte Coddens (39) uit Waarschoot al lang niet meer. Ze nam op haar 19e het vleesveebedrijf van vader Ghislain over. Ze staat er nu al meer dan 20 jaar alleen aan het roer. “Als de zorg voor het gezin niet op mij terechtkwam, zou ik meer dieren houden. Maar zou ik dan gelukkiger zijn?”

Charlotte ontvangt ons in het gezellige, authentieke huis op het boerenerf. Hier woont haar vader Ghislain. Tijdens ons gesprek zijn niet alleen Ghislain en Charlottes kinderen Amélie en Emile aanwezig. Aan het fornuis staat buurman Germain (72), een kranige zeventiger die alvast de potten op het vuur zet. “Dankzij Germain hebben we hier al 20 jaar warm eten”, lacht Charlotte.
Een trein waar je niet af kan of wil
Hoeveel generaties is deze hoeve al in de familie?
Ik ben de vierde generatie. Mijn grootvader had een gemengd bedrijf met wat vleesvee en een 15-tal melkkoeien. Mijn vader is volledig overgeschakeld op vleesvee en bouwde in 1984 een nieuwe stal. Die specialisatie was nodig om mee te blijven met de tijd. Vroeger was het hier een pachthof, maar zo’n 20 jaar geleden kregen we de kans om het te kopen.
Betekende dat de start van jouw carrière?
Ja. Ik ben enig kind en help al van kleins af aan in de stal. Ik ging altijd al boerin worden. Dat ik het ooit zou overnemen, was eigenlijk een evidentie. Na mijn studies aan de landbouwschool wilde ik op het bedrijf beginnen meewerken. Mijn vader was toen echter al 62 en eigenlijk was het interessanter om meteen de bedrijfsovername te regelen. Toen we naar het OCMW gingen om de pachtcontracten over te zetten op mijn naam, lieten ze weten dat ze de boerderij en omliggende grond wilden verkopen. Dat was een kans die we niet konden laten liggen, maar het betekende ook meteen een sprong in het diepe.
En een grote mentale en financiële druk op zo’n jonge leeftijd...
Inderdaad. Op je 19e zo’n engagement aangaan, is niet evident. Omdat er geen andere broers of zussen waren, was de overname misschien niet zo moeilijk te regelen, maar de lening bij de bank was toch pittig. En vanaf dan zit je op een trein waar je niet meer af kan of wil.
Enkel afmesten
Hoe is het landbouwbedrijf door de jaren heen geëvolueerd?
Toen ik startte, mestten we de boxen nog uit met de kruiwagen en riek. Dat was heel zwaar werk en niet meer van deze tijd. Door de stallen te vernieuwen is het arbeidsgemak enorm toegenomen. We hebben nu zo’n 220 stuks Belgisch witblauw. De dieren komen hier aan als kalfje en blijven ongeveer anderhalf jaar, tot ze klaar zijn voor de slacht. Vroeger kweekten we zelf, tot zelfs 200 kalvingen per jaar. Dat werd echter heel moeilijk combineerbaar met de zorg voor het gezin, dus heb ik het aantal kalvingen pakweg 5 jaar geleden sterk teruggeschroefd. Ergens is dat wel jammer, want ik werk heel graag met jonge dieren.
Twee zelfstandigen met een eigen passie
Je echtgenoot is niet actief in het landbouwbedrijf?
Nee, hij is zelfstandige in betonwerken en is van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds aan het werk. Kristof is wel een boerenzoon, maar hij heeft geen interesse om te boeren. En dat is oké, we hebben elk onze passie. Maar makkelijk is het niet, want daardoor komt de zorg voor de kinderen en het huishouden volledig op mij terecht. Op de een of andere manier is dat toch iets wat bijna vanzelfsprekend bij de vrouw gelegd wordt, ook al ben je beiden zelfstandige.
Hoe krijg je dat allemaal gemanaged?
Door enkel nog af te mesten zijn er minder onverwachte taken zoals een kalving. Dat helpt enorm. Mijn vader werkt ook nog heel hard mee. Dankzij hem kan ik 2 keer per dag op tijd aan de schoolpoort staan zonder dat het werk op het bedrijf stilvalt. En dan is er onze kok aan huis, Germain. Hij roert hier al 20 jaar in de pannen en zorgt ervoor dat er warm eten is. Ze zijn misschien niet meer van de jongsten, maar die 2 mannen maken ons leven een pak makkelijker. 
Combinatie van bedrijf en gezin is pittig
Ervaar je soms stress om alle ballen in de lucht te houden?
Absoluut. Kristof en ik steunen elkaar door dik en dun en hebben goede afspraken gemaakt, maar dat neemt niet weg dat er veel druk op mij ligt. Hij staat ’s ochtends op en vertrekt, maar ik heb eerst een hele waslijst aan taken uit te voeren voor ik aan mijn werk op de boerderij kan beginnen. En ook wanneer de kinderen ziek zijn of vakantie hebben, zijn ze bij mij. Gelukkig zijn ze nu op een leeftijd waarop ze al iets zelfstandiger zijn en waarop het makkelijker combineerbaar is. Het feit dat ik het landbouwbedrijf op deze manier heb georganiseerd, heeft natuurlijk ook het voordeel dat ik er voor hen kan zijn. En dat is een grote luxe. Het heeft dus voor- en nadelen. Maar zo heeft elk gezin ongetwijfeld zijn eigen puzzel te leggen.
Zie je het bedrijf in je eentje leiden als een sterkte?
Dat is het in bepaalde opzichten zeker. Het feit dat we elk onze eigen onderneming hebben en met een huwelijkscontract getrouwd zijn, maakt dat we elkaar geen verantwoording af te leggen hebben over managementkeuzes of investeringen. We hebben vorig jaar bijvoorbeeld 15 ha vrije aardappelen gezet. Die voeren we nu aan de koeien. Ook al is dat financieel een zware dobber, ik werk dat niet uit op mijn man. Het is mijn keuze geweest, mijn verantwoordelijkheid. En omgekeerd doet hij dat ook niet. Als we met z’n tweeën zouden moeten leven van de boerderij, zou die ook sterk moeten groeien. Maar op sommige momenten steekt het wel eens. Ik zie bijvoorbeeld steeds vaker vaders aan de schoolpoort staan. Die taken worden vandaag veel meer dan vroeger verdeeld tussen beide partners. Dat zou ik ook fijn vinden, maar in ons geval kan dat gewoon niet. Stel dat de zorg voor de kinderen niet alleen bij mij terechtkwam, dan zou ik misschien meer kweken en meer koeien houden. Maar zou ik dan ook echt gelukkiger zijn? Waarschijnlijk niet. Ik probeer met de jaren meer stil te staan bij wat ik heb en minder bij wat ik niet heb. Hard werken en groeien is mooi, maar als je als koppel uit elkaar groeit of geen tijd meer hebt voor je kinderen, wat is het dan allemaal waard? Je kan nu eenmaal niet alles doen.
Is contact met collega’s belangrijk voor jou?
Absoluut, zeker in onze sector is dat nodig. Door af te toetsen met vleesveehouders in de regio die open en eerlijk communiceren, weet je bijvoorbeeld of je voor een bepaald dier een correcte prijs hebt gekregen of niet. Om die reden ben ik ook lid van de Producentenorganisatie Vleesveehouders (POVV). Vroeger ontmoette je elkaar op de beestenmarkt en was er vanzelf openheid over prijzen, maar vandaag moet je dat anders oplossen. In het verleden heb ik me wel eens laten vangen door een handelaar die me geen eerlijke vergoeding gunde, maar daar leer je uit. Met zo’n mensen handel ik niet meer. Zo heb ik al doende mijn mannetje leren staan.
Vind je het VN ‘Jaar van de Boerin’ een waardevol initiatief?
Ik vind het mooi dat dit georganiseerd wordt. Op veel bedrijven is het toch nog de boer die eerst aangekeken wordt, ook als de boerin minstens evenveel werkt. Die ‘vrouwelijke’ taken worden enorm onderschat. Administratie bijvoorbeeld is vandaag echt de kern van het bedrijf. Zelf volg ik nu een cursus om digitaal bij te blijven met de evoluties in de landbouwadministratie, want het is toch allemaal enorm complex geworden.
Meer begrip en flexibiliteit van de overheid gewenst
Hoe zie jij de Belgische vleesveesector evolueren?
Sinds anderhalf jaar is de prijs goed en dat was ook broodnodig. Die is heel lang dramatisch laag geweest. Er zijn veel collega’s gestopt of overgeschakeld van witblauw naar melkvee. Ik begrijp dat, wij hebben er ook over nagedacht. Maar heel het bedrijf verbouwen in de hoop dat het in een andere sector beter zal zijn, dat zag ik uiteindelijk toch niet zitten. Soms moet je een keuze maken en erin berusten. Soms gaat het goed, soms is het lastig. Maar dat is in elke sector zo.
Zit je op het vlak van rechtszekerheid ook in de toekomst goed op deze locatie?
Ja, gelukkig wel. Onze vergunning laat ons eigenlijk toe om meer koeien te houden dan we nu doen, maar jammer genoeg heeft de overheid in 2024 onze slapende NER (nutriëntenemissierechten) geannuleerd. Toen ik mama werd, heb ik tijdelijk wat minder dieren gehouden, met het idee om terug uit te breiden wanneer de kindjes wat ouder waren. Als boerin kan je immers niet halftijds gaan werken. Maar de overheid heeft geen enkel begrip voor zo’n situaties. NER waarvoor we betaald hebben, worden zonder pardon afgepakt. Dat komt hard aan voor elke landbouwer, maar in een situatie als deze voelt het extra onrechtvaardig. Als de overheid vrouwen in de sector écht beter wil ondersteunen, is een beetje begrip en flexibiliteit een goede plek om te beginnen.





