Startpagina Mechanisatie

Maai je al faunavriendelijk?

Door faunavriendelijk te maaien bescherm je niet alleen de biodiversiteit, je vermijdt ook botulisme in je kuil door kadavers. Hoe pak je dit het best aan?

Leestijd : 4 min

Faunavriendelijk maaien betekent dat je als landbouwer tijdens het maaiseizoen rekening houdt met de aanwezige fauna – zoals jonge reeën, hazen en weidevogels – in het grasland, zodat ze niet gewond raken of gedood worden.

Hoe maaien?

Van binnen naar buiten Maaien van binnen naar buiten is het standaard advies. Dit principe houdt in dat je van het midden van het perceel naar buiten toe maait, waardoor je dieren de kans geeft om te ontsnappen naar aangrenzende zones. Deze methode werkt vooral goed bij hazen en reeën.

Vaak aangehaalde redenen om het niet te doen, zijn dat het meer tijd zou kosten en dat het opbrengstverlies veroorzaakt. Uit het eigen onderzoek van Boerennatuur Vlaanderen samen met HoGent bij enkele landbouwers in Oost-Vlaanderen blijkt dat er bij percelen groter dan 4 ha juist sneller gemaaid wordt van binnen naar buiten. Voor percelen groter dan 1 ha werd geen duidelijk verschil vastgesteld.

Rij al maaiend naar het centrum van het perceel. Maai verder tot de afstand tussen de tractor en het einde van het perceel even groot is als de afstand tot de zijkant van het perceel (figuur 1). Draai de tractor en maai terug. Maai vervolgens verder van binnen naar buiten.

Figuur 1: Maaipatroon van binnen naar buiten.
Figuur 1: Maaipatroon van binnen naar buiten. - Bron: Boerennatuur Vlaanderen

Het inschatten van het centrum van het perceel en van het juiste draaipunt is niet eenvoudig, maar een aantal herhalingen of een tractor met gps-sturing bieden oplossingen. Maaien zoals aangeduid in figuur 1 kan je toepassen met een zijmaaier en gaat zelfs makkelijker met een bredere maaicombinatie.

U-vormig Maaien volgens een U-vormig patroon is ook mogelijk. Kleinere en hoekige percelen zijn moeilijker te maaien van binnen naar buiten. Er bestaan echter ook nog verschillende alternatieve faunavriendelijke maaimethodes die hetzelfde principe hanteren, zoals het U-vormige maaischema (figuur 2), waardoor je aanwezige fauna ook de kans geeft om weg te vluchten.

Figuur 2: Maaischema volgens een U-vormig patroon.
Figuur 2: Maaischema volgens een U-vormig patroon. - Bron: Boerennatuur Vlaanderen

Gebruik een wildredder

Heel wat landbouwers in Vlaanderen maaien al met een wildredder. Landbouwers die akoestische wildredders gebruiken, geven aan dat dit goed werkt om hazen en reeën weg te jagen en dat het heel gebruiksvriendelijk is. Een akoestische wild-redder plaats je op je maaibalk en verjaagt dieren door middel van een alarmsignaal. Daarnaast bestaan er ook mechanische wildredders, zoals metalen kettingen die voor de maaibalk hangen en die het wild ‘aantikken’. Een meer geavanceerde methode is het installeren van een warmtecamera op de tractor waarbij de maaibalk omhooggaat wanneer er een warmtebron, bijvoorbeeld reekits, gespot wordt.

Later maaien

’s Morgens vroeg zijn jonge dieren nog vaak op het gras aanwezig. Door later op de dag te maaien, geef je ze de kans zich te verplaatsen. Ook is het effectief om indien mogelijk te vermijden om ’s nachts te maaien, gezien dieren dan minder alert zijn en daardoor extra kwetsbaar zijn voor ongelukken. Daarnaast kan je overwegen om later op het seizoen te maaien. Bij uitgesteld maaien wacht je tot half juni met maaien, wat de beste maatregel is om fauna te beschermen. Hiervoor kan je in bepaalde soortenbeschermingszones een beheerovereenkomst aangaan bij de Vlaamse Landmaatschappij.

Andere maaisnelheid en maaihoogte

Een lagere snelheid geeft de chauffeur meer tijd om te reageren bij het opmerken van dieren én vergroot de kans dat dieren de machine tijdig kunnen ontwijken. Daarnaast heeft de maaihoogte verhogen tot 8 cm een positief effect op diverse bestuivers en spinnen. Deze aanpassing is niet alleen gunstig voor insecten, maar kan ook iets opbrengen. Gras dat langer wordt gemaaid, vertoont namelijk een snellere hergroei. Daarnaast is het vooral waardevol tijdens droge zomers, omdat langer gras beter bestand is tegen droogtestress dan kort gemaaid gras.

Vluchtstroken

Een andere goede maatregel is een ongemaaide strook van 1 à 2 m breed op de perceelsrand laten staan. Zo’n vluchtstrook biedt dekking en uitwijkmogelijkheid voor dieren. Het bevordert bovendien de insectenpopulatie, wat ook goed is voor bijvoorbeeld weidevogels.

Samen wild verjagen

We raden je aan om samen te werken met jagers of vrijwilligers om wild vooraf te verjagen op percelen. Voor hazen en reeën is dit een zeer effectieve methode. Door mensen – al dan niet met honden – te laten rondlopen, ontstaat er een vreemde geur in het perceel. Hierdoor zullen hazen en reeën zich samen met hun jongen verplaatsen naar een veiliger gebied. Ook bestaan er nog andere eenvoudige systemen, zoals het plaatsen van stokken met geurstoffen, reflecterende linten of elektronische ‘verjagers’ die dieren vooraf uit het gras verdrijven. Met een drone met warmtecamera’s kan je ook vooraf jonge dieren of nesten lokaliseren.

Subsidie nestbescherming

Als landbouwer kan je via het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) een financiële compensatie krijgen voor de bescherming van nesten en jongen van grondbroeders op je percelen. Bedreigde broedvogelsoorten die in aanmerking komen, zijn de bruine, grauwe, blauwe en steppekiekendief, de grutto, wulp, kwartelkoning, velduil en grauwe gors. De subsidie moet aangevraagd worden voor 31 augustus 2026. Je kan ook een beroep doen op de steun van de kennisportefeuille van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, om een advies rond faunavriendelijk maaien van Boerennatuur te ontvangen.

Boerennatuur Vlaanderen

Lees ook in Mechanisatie

Precisielandbouw helpen integreren

Mechanisatie Het Vlaams-Nederlands Interreg-project ADaM & PreciLa, een afkorting voor Agri-DataManagement en PrecisieLandbouw, mikt in de fruitteelt en akkerbouw op de implementatie van precisielandbouw en op het efficiënter gebruik van datastromen.
Meer artikelen bekijken