Startpagina Biolandbouw

Bio is een combinatie van oud boerenverstand en moderne technologie

Tijdens de jaarlijkse inspiratie- en netwerkdag over biologische landbouw op Inagro in Roeselare vond er ook een panelgesprek plaats. Biologische landbouwers deelden hier hun ervaringen uit de praktijk.

Leestijd : 9 min

Voor de moderatie van het debat stond Annelies Blomme in. Zij liet eerst de deelnemers zichzelf voorstellen. Johan Boussemaere is een biologisch melkveehouder uit Diksmuide en runt er samen met zijn vrouw en dochters het ‘Land van melk & honing’, dat bioyoghurt en -kaas rechtstreeks aan de consument aanbiedt. In 2003 nam hij het bedrijf van zijn ouders over en boerde eerst 13 jaar gangbaar, om uiteindelijk in 2016 om te schakelen naar een biologische bedrijfsvoering. “Al in 2009 had ik info opgezocht en contacten gelegd om om te schakelen naar bio. Dat is iets dat groeit, je kijkt rondt, denkt na, legt het even opzij... bekijkt het terug en overdenkt het nog eens... om uiteindelijk om te schakelen”, legde Johan de aanwezigen uit. “Moest ik kunnen teruggaan in de tijd, ik zou veel sneller omschakelen. Ik heb tijd verspild.”

De tweede deelnemer aan het panelgesprek was Kevin Beddeleem uit Poperinge. Daar runt hij samen met zijn echtgenote en ouders het biobedrijf ‘de Ferme Hoeve’. Het is hoofdzakelijk een akkerbouwbedrijf met groenten en daarnaast wat voedergewassen in het teeltplan.

De derde deelnemer aan het panelgesprek was Lieven Delanote. Hij is adviseur biologische landbouw bij Inagro en runt thuis nog een klein akkerbouw/groentebedrijf ‘om het levendig in de vingers te voelen’. Hij geeft aan ook na tientallen jaren nog enorm geïnspireerd te zijn door de verhalen van biologische landbouwers.

Waarom omschakelen naar bio?

De eerste vraag die de deelnemers voorgeschoteld kregen, was waarom ze waren overgeschakeld naar een biologische bedrijfsvoering. Wat heeft hen over de streep getrokken?

Voor Johan Boussemaere was het kantelpunt het afschaffen van het melkquotum. “Ik zag projecten ontstaan met 300 à 500 melkkoeien die binnen op stal blijven en niet meer buiten op de weide grazen. Dat is niet mijn weg! Ik wil mijn koeien laten grazen en werd gewaar dat dit in een gangbare bedrijfsvoering precies niet meer gewaardeerd werd. Bij Inagro en biocollega’s zag ik dat een melkveehouderij met grazende koeien wel kan werken. Nu ik het zelf doe, ben ik verbaasd hoe mooi het werkt. Je hebt wel voorbeelden uit de praktijk nodig om het te zien, want in de school leer je het niet. Ik heb eigenlijk moeten afleren wat ik er geleerd heb. Mijn vader en grootvader hebben nooit anders geweten dat dat er kunstmest gebruikt werd. Om dan te zeggen: ‘ik doe het anders’, daar krijg je vanuit uw omgeving niet de duw voor”, legde Johan gepassioneerd uit.

Kevin Beddeleem vertelde dat wanneer hij 16 jaar was, het nog niet zijn droom was om landbouwer te worden. “Ik ben eerst 10 jaar buitenshuis gaan werken als landbouwmechanieker, mijn roeping is pas laat gekomen. Ik ben heel hard geïnteresseerd in mechanisatie. Dat is handig, omdat er bij de bio-groenteteelt veel specifieke machines komen kijken die fijn moeten afgesteld worden. Daar kan ik mij echt in uitleven. Mijn vader had al interesse voor biologische landbouw, pas wanneer mijn vrouw en ik in het bedrijf van mijn ouders zijn gestapt, zijn we omgeschakeld. Mijn vader heeft altijd ietwat een pioniersrol gehad en was al jaren bezig met technieken die toch een beetje anders waren dan wat in de gangbare landbouw gekend is.”

Als adviseur erkende Lieven Delanote in zijn repliek op het verhaal van Kevin dat het in de bioteelt heel zeker je eigen weg zoeken is. “Ieder bedrijf, ieder grond, ieder omstandigheid is anders. Je moet zoeken naar welke gewassen je kan telen en waar vraag naar is. Bij het omschakelen is het ook nieuwe markten verkennen en ‘gekende’ teelten opgeven, om er nieuwe te ontdekken. Je ontdekt echt dat het anders kan.”

Hij gaf ook aan dat mechanisatie en technologie heel belangrijk zijn voor de bioteelt. “Bio is een combinatie van oud boerenverstand en moderne technologie. Onze wiedrobots werken nu al met artificiële intelligentie. Zo gaan we chemie overbodig maken. Misschien hebben we binnen 30 jaar geen chemie meer nodig in onze landbouw. Dan gaan we ons afvragen: hoe zijn we er ooit toe gekomen om chemische oorlogsvoering te doen in de landbouw?”

Bedrijf in het water gooien

Voor Johan betekende omschakelen zijn eigen bedrijf in het water gooien en zien of het wel gaat zwemmen. “Ik belde destijds naar mijn bankier om te vragen hoe de bank tegenover mijn omschakelplannen richting bio stond. Die dacht eerst dat ik belde om te lachen, maar kon niet zeggen of het een financieel rendabele stap zou zijn. Hij had er geen cijfers van, maar was er niet tegen. Waar banken net goed in zijn, namelijk over data beschikken en voorspellingen maken, konden ze het hier niet.”

Johan gaf ook aan zijn fytoleverancier van zijn plannen op de hoogte gebracht te hebben. “Die ant-woordde mij: ‘ik ken er 3 die zijn omgeschakeld en nu gestopt.’ Ik heb geantwoord: ‘ ik ken er 3 die het gedaan hebben en het nu beter doen dan mij.’ Het is maar naar wat je luistert.”

“Toen ik bij in het ouderlijke bedrijf kwam, moesten we op zoek naar een verdienmodel voor 2 gezinnen”, vertelde Kevin. “Dan kon misschien door het gangbare landbouwbedrijf op te schalen, maar dat zagen we echt niet zitten. Op dat moment kwam de pioniersrol van mijn vader terug bovendrijven en kwam ‘bio’ in het vizier. Toen we de beslissing hebben gemaakt om over te schakelen op bioteelt, hebben we direct ingezet om meerdere verschillende gewassen te telen. Zo konden we aan risicospreiding doen, er is immers altijd wel iets dat beter lukt en wat niet.”

Lieven Delanote pikte hierop in door te bemerken dat hij als adviseur niet bepaalt wat een teler moet verbouwen. Hij bemerkte wel dat je in bio snel meer gewassen hebt in het bouwplan omwille van de vruchtafwisseling. “Diversificatie komt dus sneller bovendrijven bij biobedrijven. Het is wel belangrijk om voor al die gewassen dan ook een afzet te vinden. Je hebt gewassen die rust brengen in een rotatie en/of die je kan delen met een veehouder of akkerbouwer. In bio zit je snel aan een rotatie van 1 op 6 omwille van ziekten en plagen, bodemvruchtbaarheid en bemesting...” Lieven Delanote waarschuwde dat men hier voldoende oog voor moet hebben. “Je moet het qua nutriëntenaanbod rond- krijgen en interessante combinaties maken tussen gewassen die stikstof aanleveren en nemen.”

Bioverhaal bij consument krijgen

Op de vraag hoe gekeken wordt naar de toekomst, antwoordde Kevin dat de vraag het belangrijkste is. “Is die er niet, dan draait het niet.” Hij ervaart dat het jaar 2026 wat stroever verloopt. Hij is en blijft positief, maar hoopt dat het toch snel ietsje beter wordt.

Collega-melkveehouder Johan pikte daarop in door te stellen dat de vooruitzichten voor biomelk niet zo slecht zijn en dat hij wel vertrouwen heeft in de toekomst. Hij benadrukte wel dat het ‘bio-inkomen’ moet indexeren. “Gebeurt dit niet, dan gaan we te sterk achteruit. Iedereen moet mee in dat verhaal van producent tot consument.”

Lieven Delanote stelde in dit debat duidelijk dat het een verkeerde perceptie is om te denken dat bio een luxeproduct is. Dat kan wel degelijk doorbroken worden. “Bio wordt soms een duur imago ‘aangemeten’. Helaas kampt bio met hogere logistieke kosten door de kleinere volumes. Een ketenwerking die start met geëngageerde bioboeren, waar verder enthousiaste ondernemers bij aansluiten, is belangrijk om het bioverhaal bij de consument te brengen. De consument, die kiest enkel in wat voor hem door het warenhuis wordt aangeboden. Je botst vandaag op de retail, die niet steeds altijd de beste partner is om het bioverhaal bij de consument te brengen.”

Biolandbouw is volgens adviseur Lieven Delanote de combinatie van gezond boerenverstand met moderne  technieken.
Biolandbouw is volgens adviseur Lieven Delanote de combinatie van gezond boerenverstand met moderne technieken. - Foto: TD

Liefdevol en holistisch kijken

De moderator van het debat wou weten of een bioboer iemand is die met meer liefde en holistische naar de landbouw kijkt. Johan antwoordde dat dit door te omschakelen gegroeid is. “Je schakelt niet alleen om, je doet dit met je gezin en neemt afscheid van een traditie en van wat je kent. Dat is niet simpel. Mijn vader heeft nog altijd na 10 jaar moeilijk met het omschakelen. Hij denkt nog altijd dat het gaat misgaan. Mijn kinderen zagen het eerst ook niet zitten, maar zijn nu wel overtuigd.”

“Ikzelf heb de periode als gangbare landbouwer niet echt gekend, doordat ik pas bij de omschakeling naar bio in het bedrijf ben gestapt”, vulde Kevin aan. “Je wordt duidelijk door collega-boeren in de buurt in het oog gehouden. Als je van hen dan complimenten krijgt over de stand van je gewassen, is dat iets wat voldoening geeft.”

Als bioboer word je in vraag gesteld, ervoer ook Lieven Delanote. Toen Inagro in 2001 startte met een biobedrijf, is het verkeer in de Gabriëlstraat (waar het bedrijf gelegen is) verdubbeld door landbouwers die naar de stand van de gewassen op de biovelden wilden komen kijken.

Toch ervaar je ook waardering van gangbare landbouwers, erkende Lieven Delanote. “Vandaag luisteren ze mee als het gaat over bodemvruchtbaarheid. Dat geeft toch aan dat ze erkennen dat er wijsheid zit in met wat bioboeren bezig zijn.”

Als je kennis deelt met bioboeren, kom je ook verder, ervoer Johan. Kevin zag een gemeenschap waar je welkom bent. “Je bent natuurlijk niet met zo een grote groep, dat maakt het gemakkelijker om elkaar persoonlijk te kennen.”

De moderator van het debat wilde nog weten of gangbare landbouwers die duurzaamheidsstappen zetten het niveau van ‘bio’ gaan bereiken. “Neen ze gaan niet hetzelfde worden”, antwoordde Lieven Delanote krachtig. “Als beiden elkaar willen bereiken, ligt het eindpunt niet in het midden van de 2. Bio loopt voorop, daar kan gangbaar naartoe groeien.”

“Het verschil tussen gangbaar en biologisch boeren is veel meer dan de discussie over sproeistoffen die wel of niet mogen gebruikt worden”, vulde melkveehouder Johan aan. “Denk aan kunstmest, weidegang, omvang veestapel, zaadontsmetting, wildafweer... Omschakelen naar bio is een immense stap, maar eentje die wel haalbaar is. De meest gepassioneerde boeren kunnen bioboer worden. Wie hiervoor niet gepassioneerd is, kan dit niet.”

Wat brengt de toekomst?

Op de vraag hoe de deelnemers de toekomst zien, antwoordde Johan dat het een groot verschil is hoe Europa 50 jaar geleden naar de landbouw kijkt en hoe ze dat nu doen. “Nu wil Europa naar een behoorlijk aandeel biolandbouw gaan. Goed, Europa weegt nu niet zo zwaar meer door als vroeger, maar kan de ‘wind’ wel nog uit een bepaalde hoek laten waaien. Je merkt ook een bepaalde houding bij de mensen. Als ik aan de schoolpoort zeg: ‘ik ben boer’, dan zeggen de mensen: ‘ah ja, goed’. Zeg ik: ‘ik ben bioboer’, dan geniet ik direct veel meer interesse van jonge moeders aan de schoolpoort.”

Voor wie in de toekomst wil omschakelen naar biolandbouw had Kevin de raad om bij collega’s te gaan kijken en om adviseurs aan te spreken. “Zij hebben een goed zicht op wat de markt vraagt. Het is moeilijk om om te schakelen en niet te weten waar je met je bioproducten heen moet. Ik zie toekomstperspectieven, maar laat u bijstaan en doe het beredeneerd.”

Dat beaamde ook Lieven Delanote. “Kijk goed rond naar alles, verken de markt, kijk welke mechanisatie zich ontwikkelt. Denk na: ‘hoe kan ik het zelf doen’. Sommige dingen ga je niet doen, maar doet een ander net wel. Kijk naar de achterliggende redenen. Je leert soms ook wat je niet moet doen. Gun jezelf tijd om enkele jaren na te denken over bio. Boeren maken een keuze en die moet hen verschillende jaren passen. Er zijn maar enkele momenten in een loopbaan van een landbouwer waarop je kan omschakelen naar bio. Gun jezelf ook het denkproces en het omschakelproces.”

Hij gaf ook nog het gouden advies mee om bezig te zijn met de markt. “Telen en op de markt dumpen, werkt niet in de biologische landbouw. Je moet weten wat de consument vraagt en samen met een handelspartner werken om dit op de markt te brengen. Dit zeker in de biogroenteteelt, dat is een kleine markt. Als de connectie er is met de eindverkoper of -gebruiker, dan wordt de meerwaarde van het bioverhaal gedragen.”

“Biolandbouw is niet voor alle boeren weggelegd, maar het geeft wel een verrijking. Wie om economische redenen bioboer wordt, schakelt terug.”

Tim Decoster

Lees ook in Biolandbouw

Schrijf je in voor de BioVLAM 2026

Biolandbouw Ben je een gedreven bio-ondernemer met een vernieuwende visie? Zet je volop in op duurzaamheid en innovatie? Stel je dan kandidaat voor de BioVLAM 2026 en wie weet word jij de volgende bio-ambassadeur van Vlaanderen. Deelnemen kan tot 29 april.
Meer artikelen bekijken