Startpagina Akkerbouw

Er is leven na de dood van glyfosaat

We kunnen niet zonder glyfosaat, werd meermaals luid geroepen in 2017. Terwijl sommigen nog meer op hun tenen gingen staan naar de einddatum 15 december toe, hielden anderen het hoofd koel en dachten na over mogelijke oplossingen. Er zijn zeker alternatieven, klinkt het op de studiedag, maar voor directzaai en probleemonkruiden zijn nog oplossingen nodig.

Leestijd : 7 min

Op de studiedag ‘Kunnen wij boeren zonder glyfosaat’ zat de zaal vol. Landbouw zonder glyfosaat klinkt bij velen nog steeds als een café zonder bier. Niet onlogisch. Op wereldvlak werd 850.000 ton actieve stof gebruikt in 2015. 0,06 % daarvan werd verbruikt in België. Het is het best verkopende herbicide sinds 1980 en vertegenwoordigt 31 % van de totale mondiale herbicidenmarktwaarde.

In België werd in 2015 247,9 ton glyfosaat verbruikt. 74,5 % daarvan werd toegepast in de land- en tuinbouw. Een goede 259,1 ton dus. “Een kwart van het gebruik zit dus in emissiegevoelige zones, namelijk bij de particulier en bij steden en gemeenten en Infrabel”, aldus Benny De Cauwer van de vakgroep Plant en gewas aan de Universiteit Gent. In de land- en tuinbouw wordt het meest gebruikt in de akkerbouw (47,9 %), grasland (19,9 %) en de groenteteelt (19,9 %). “Belangrijk om te melden is wel dat er in pitfruit een relatief groot verbruik is ten opzichte van het areaal. Moest glyfosaat verdwijnen, zijn er alternatieven nodig.

EU legt voorwaarden voor alternatief op

De Europese wetgeving geeft te kennen dat een intrekking van de werkzame stof mogelijk is binnen drie jaar of op het einde van de erkenning ervan als er een alternatief middel, niet-chemische methode of preventieve methode veiliger is voor mens en milieu, er geen praktische of economische nadelen zijn, er rekening wordt gehouden met kleine teelten en er voldoende middelen beschikbaar zijn om resistentie-ontwikkeling te voorkomen.

En dat laatste is net een heikel punt. Glyfosaat heeft met zijn unieke werkingswijze een belangrijke rol in het verhinderen van resistentieontwikkeling. De werkzame stof was een goede opruimer van meervoudig resistente onkruiden op vals zaaibed, ploegvoor, in haarden. Als je weet dat verschillende werkingswijzen gehanteerd moeten worden om resistenties te voorkomen en het aantal binnen de gewassen steeds vermindert, is het verlies van glyfosaat zeker moeilijk.

Chemische alternatieven...

Om jonge zaadonkruiden te bestrijden zijn andere breedspectrum bladherbiciden zonder bodemnawerking mogelijk, zoals diquat, glufosinaat, azijnzuur en pelargonzuur. Omdat het contactherbiciden zijn, heeft het enkel vat op de jonge onkruiden en is een hoge dosis (vb bij azijnzuur en pelargonzuur) noodzakelijk. Ook is het onkruidspectrum wat beperkter.

Wil men gevestigde meerjarige onkruiden aanpakken, kan men grijpen naar systemische bladherbiciden. Hierbij kan men graminiciden (tegen grassen) combineren met herbicide-groeistoffen (tegen breedbladigen) en ALS-remmers. Mengsels zijn nodig door het beperkter onkruidspectrum van elk product apart. Verder bestaat het probleem dat erkende doseringen niet volstaan en dat er hogere kans is op resistentieontwikkeling.

... of mechanisch verwijderen?

Mechanisch onkruid bestrijden wordt al langer in de biologische landbouw gedaan. “De zoektocht naar een evenwichtige bedrijfsvoering hierbij steunt doorgaan op een goede organisatie en afstemming van arbeid, afzet en teeltkeuze. Die drie factoren staan vaak centraal bij het nemen van beslissingen”, vertelt Lieven Delanote van onderzoeksbureau Inagro.

Er zijn ook verschillende machines beschikbaar om mechanisch te bestrijden. Zo kan een wiedeg worden gebruikt bij klein onkruid op een vals zaaibed, of in voor- en naopkomst. In vooropkomst kan er nog aggressief bestreden worden, met vaak een goed uiteindelijk resultaat tot gevolg.

In naopkomst kan de schoffelmachine worden ingezet, al dan niet met vinger- of torsiewieders. Bij de torsiewieder wordt met behulp van twee verentanden klein onkruid ontworteld. Bij een torsiewieder wordt een wiel bedoeld met verende vingers naar buiten toe.

Technologie staat echter niet stil en nieuwe machines zoals de Steketee IC en de Garford zijn op de markt. Beide hebben een werking met camera’s om op intelligente wijze onkruid te verwijderen. Je betaalt er dan ook gemakkelijk meer dan  € 70.000 voor.

Probleem met wortelonkruiden

Het mooie aan glyfosaat is dat het systemisch werkt. Met andere woorden: ook de wortel wordt aangepakt. Moeilijke wortelgrassen die aan belang toenemen zijn kweekgras, akkerdistel, akkermelkdistel, heermoes, haagwinde, akkerwinde, veenwortel, klein hoefblad, akkerkers en grote brandnetel.

Om wortelonkruiden aan te pakken zijn er verschillende methoden mogelijk (zie tabel), maar elk heeft ook zijn nadelen. Lieven Delanote en Benny De Cauwer gaan akkoord dat men moet weten over welk soort onkruid het gaat, wil men het bestrijden. “Wortelonkruiden aanpakken betekent in de eerste plaats dat je de vruchtwisseling afstemt op het probleem”, vertelt Lieven. “Een stoppelbewerking is een optie, maar een herhaalde aanpak is wel nodig.” Die bewerking kan gebeuren met een rodweeder, de goedkoopste optie, maar ook andere machines zijn mogelijk. Het principe is dat de grond gesneden wordt en de wortelstokken losgemaakt. Die wortelstokken moeten erna kunnen drogen, dus droog weer is een must.

Een hoge ondergrondse biomassa en een goed regeneratievermogen van (zelfs kleine) fragmenten wortels kunnen een goede verwijdering echter verhindern. En hoe dieper de wortels komen, des te moeilijker zijn ze te verwijderen. Heermoes kan al wortelen tot een diepte van 1,25 m of dieper, en de wortels van akkerdistels kunnen zelfs tot 2 m diep rijken. Dat is niet altijd even simpel bij mechanisch of fysisch verwijderen. De efficiëntie van een niet-chemisch alternatief hangt af van het soort onkruid.

Non-chemie

met risico

Chemie volledig achterwege laten, kan dat dan? Er zijn toch enkele kanttekeningen te maken. “Individueel zijn de niet-chemische manieren minder efficiënt en is herhalen en/of combineren nodig. Bovendien kunnen niet alle technieken met elkaar gecombineerd worden”, haalt Benny De Cauwer aan.

Verder is niet alles even inzetbaar. Zo kan de werksnelheid te traag zijn. Maar ook over de veiligheid van de toepasser en omstaanders valt wel wat te zeggen: naargelang de gebruikte techniek zijn er bepaalde risico’s aan verbonden. Denk maar aan brand-, explosie- en electrocutiegevaar. Bij sommige mechanische technieken is er ook kans op infrastructuurbeschadiging.

Bovendien is de gekozen techniek sterk afhankelijk van het teeltsysteem, en hangt het effect van de bestrijding af van het weer, de bodem, onkruidsoort en ecotype. Dit stelt de landbouwer in een onzekere positie. Daarbij komt nog dat, in vergelijking met herbiciden, mechanisch of fysisch bestrijden duurder is, wat de rendabiliteit voor de landbouwer kan verlagen. Dat het werk complexer is, meer kennis vraagt en arbeidsintensiever is, pleit ook niet in het voordeel van niet-chemische technieken.

Mechanisch niet milieuvriendelijker

Hoewel gewasbeschermingsmiddelen erg onder vuur liggen, is niet-chemisch bestrijding niet altijd milieuvriendelijker. Het veroorzaakt meer broeikasgasemissie en dat door meerdere redenen. Als je meer mechanisch en fysisch onkruid gaat bestrijden, zal het verbruik van fossiele brandstoffen stijgen. En door kerend te bewerken in low-till kan de koolstof uit vrijgezet worden naar de lucht toe.

Intensieve bodembewerking wordt ook hier niet bejubeld want dat zou nefast zijn voor mineralisatie, bodemleven, erosie. Kiest de landbouwer voor een tussentijdse braakperiode om meerjarige onkruiden te bestrijden dan is er vaak de tijd niet meer voor de installatie van stikstofvanggewassen, waardoor er een hoog risico kan zijn op N uitloging. Ten slotte is er kans op de emissie van microplastics, fijn stof,...

Alternatieven voor glyfosaat in landbouw

Grasland scheuren en vernieuwen

Glyfosaat bij het scheuren van grasland moet ervoor zorgen dat de diep wortelende en rhizoomvormende onkruidgrassen vernietigd worden en dat de hergroei van stukjes zode vermeden wordt in het volggewas. Er is nog geen alternatieve herbicide, dus om kweekgras te bestrijden moet een goed beheer de zode goed gesloten houden. Frequent maaien is niet aangeraden, maar begrazen door schapen wel. Beregening moet dan weer de droogtestress vermijden, zodat kweekgras niet uitbreidt. Verder kan men kiezen voor een volgteelt waar kweekbestrijding kan, zoals maïs.

Groenbedekkers

Glyfosaat wordt bij groenbedekkers slechts beperkt gebruikt: enkel bij de grasachtige groenbedekkers en de soorten die nog niet afgestorven zijn door de vorst. Een alternatief herbicide is niet bepaald nodig als er geploegd wordt. Het gebruik van een schijveneg of een klepelmaaier is een alternatief. Als er niet kerend gewerkt wordt, is een systemisch herbicide wel nog als men kiest voor grasachtige groenbedekkers.

Akkerbouw

In de conserveringslandbouw (met niet kerende bewerking en minimale verstoring) is de toepassing van glyfosaat nog onmisbaar, zeker bij directzaai.

Ploegt men voor de winter (zonder groenbedekker in de winter), dan gebeurt er een onkruidbestrijding in het voorjaar. Bij eenjarige onkruiden is mechanische vernietiging of het gebruik van andere herbiciden mogelijk. Is er echter een probleem met resistentie, dan bekomt men goede resultaten met glyfosaat.

Wil men doorlevende plantensoorten, zoals distels en akkerwinde, vanuit de perceelranden vermijden, werken systemische herbiciden het best.

Glyfosaat werd ook gebruikt bij mislukte teelten. Hierdoor werd snel inzaaien van een nieuw gewas mogelijk. Hoewel het geval per geval besproken moet worden kan een mechanische bewerking al voldoende zijn.

Op de graanstoppel wordt glyfosaat toegepast om doorlevende onkruiden te bestrijden. Het herhaaldelijk naar boven brengen van rhizomen en deze laten verdrogen kan, maar is minder efficiënt.

Aardappelopslag in een ander gewas, zoals bieten of maïs, werd ook behandeld met glyfosaat, maar ook andere herbiciden zijn inzetbaar.

Bij tweejarige gewassen is het mogelijk dat sommige planten een zaadstengel vormen in het eerste jaar. Bieten vormen zo schieters, die verwijderd moeten worden om wilde bieten in volgteelten te voorkomen. Gebeurt dit op kleine schaal, dan is manueel verwijderen nog mogelijk.

Alternatieven voor glyfosaat bestaan dus in sommige gevallen, maar voor niet-kerende bodembewerking, directzaai en probleemonkruiden zoals kweek zijn er nog oplossingen nodig. Een combinatie van chemische en niet-chemische alternatieven kan, maar er is nog nood aan degelijk vergelijkend onderzoek naar de efficiëntste manier.

MV

Lees ook in Akkerbouw

Meer artikelen bekijken