Een koe aan het water is geen luxe
Een koe aan het water is voor Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) een essentieel onderdeel van onze voedselvoorziening. Hij zei dat in het kader van het actieplan ‘Ruimte voor bedrijvigheid’.


Volksvertegenwoordigster Marianne Verhaert (Anders) vroeg zich in de commissiebijeenkomst Leefmilieu van 23 juni af of 25% grasland behouden langs het Albertkanaal wel de meest efficiënte manier is om met ruimte om te gaan. Ze vroeg zich ook af of de minister bereid is om deze gronden van bestemming te laten wijzigen, zodat industrie en bedrijven zich daarop kunnen vestigen.
4,2 miljard euro
Verhaert plooide het actieplan ‘Roadmap2040’ van Voka Mechelen-Kempen – dat begin april werd gelanceerd – open. Het verwoordt een ambitieuze economische visie voor de Kempen. Naast een turbo op nieuwe economieën, een groeiplan voor de industrie en het aantrekken van buitenlandse investeringen, presenteert Voka er een cruciale booster voor de economie in de Kempen: het activeren van de gronden langs het Albertkanaal. Tegen 2027 is de direct beschikbare ruimte voor bedrijven in deze regio volledig opgebruikt. Uit het groeiplan citeerde Verhaert dat 25% van de 1.100 percelen langs het Albertkanaal puur grasland is. Voka berekende de economische toegevoegde waarde van de percelen. Bij landbouw is de toegevoegde waarde 25 euro/m2, voor industrie 3.120 euro. Volgens Voka laat men 4,2 miljard euro liggen aan potentiële economische welvaart die niet wordt gecreëerd als men die 25% onaangeroerd laat.
Tekort aan bedrijfsruimte
Minister Brouns erkent het economische potentieel van het Albertkanaal. De Vlaamse regering zet sinds 2005 in op de ontwikkeling van het Economisch Netwerk Albertkanaal (ENA), met aantoonbare resultaten, waaronder de realisatie van bijkomende bedrijventerreinen. Het actieplan ‘Ruimte voor bedrijvigheid’ herbevestigt deze analyse en benadrukt dat Vlaanderen geconfronteerd wordt met een structureel tekort aan onmiddellijk inzetbare en geschikte bedrijfsruimte. Dat kan de economische ontwikkeling afremmen. Daarom wordt er volgens de minister sterker ingezet op het activeren van onbenutte maar bestemde ruimte, op het optimaliseren van bestaande terreinen en het realiseren van nieuwe terreinen binnen een samenhangend kader, ook langs het Albertkanaal.
Het is voor hem belangrijk dat dit geïntegreerd gebeurt als het gaat over het zoeken naar ruimte. “Het is niet zo dat we zoeken naar ruimte los van het Albertkanaal. De watergebonden bedrijvigheid is één en ondeelbaar met het zoeken naar extra ruimte voor bedrijvigheid in Vlaanderen”, zei Brouns. Op korte termijn ligt de focus op Poort West-Limburg en De Keer. Tegen 2028 worden in samenwerking met de provincies atlassen met zoekzones opgemaakt. Daarin worden kansrijke gebieden voor bijkomende industriegronden aangeduid. Watergebonden terreinen blijven daarbij een prioriteit.
Kort door de bocht
Brouns vindt de inbreng van Voka Mechelen-Kempen voor de uitwerking van die atlassen met zoekzones zeer waardevol. Dat wordt meegenomen binnen de lopende trajecten met de provincie en de maatschappelijke klankbordgroep.
De argumentatie van Voka Mechelen-Kempen is voor minister Brouns op een aantal punten wat kort door de bocht. Hij deelt hun zienswijze over het belang van landbouwgrond en open ruimte niet. Brouns: “Iedereen met verstand van de agrarische sector weet dat er ook voor onze landbouwers een nijpend tekort is aan grond. Een koe op grond aan het water is voor mij geen luxe, maar een essentieel onderdeel van onze voedselvoorziening.”
Er bestaat volgens minister Jo Brouns geen beleidslijn die voorschrijft dat er 25% grasland langs het Albertkanaal behouden moet blijven. Wel moet een herbestemming gebeuren in combinatie met de planologische compensatieplicht en binnen een zorgvuldig en ruimtezuinig kader. Het actieplan onderstreept dat niet alle gronden effectief inzetbaar zijn – door ligging, milieu, watergevoeligheid, bereikbaarheid – en dat ruimtelijke kwaliteit, buffering en klimaatadaptatie randvoorwaarden blijven. Brouns wacht nog op concrete voorstellen, ook van Voka Mechelen-Kempen, over welke terreinen kunnen worden aangesproken als planologische compensatie.





