Vier generaties schaapherders op hoeve Sonnisheide in Houthalen-Helchteren
Half juli gingen we op bezoek bij Johan Schouteden, zijn echtgenote Carla en hun zoon Toon op de hoeve Sonnisheide in Houthalen-Helchteren. Hier wordt al generaties lang aan natuurbeheer en begrazing gedaan. Men heeft er, meer dan wie ook in Vlaanderen, ervaring met de aanwezigheid van wolven en men probeert er de nodige kritische geest naar de toekomst te kijken.

Op de hoeve Sonnisheide gingen we in gesprek met Johan. Hij vertelde meer over de geschiedenis van het bedrijf.
Hoe het allemaal begon
Na de Eerste Wereldoorlog bouwde de grootvader van Johan op het huidige adres een langgevelhoeve midden in de heide. Het was gemeentegrond, en Johans grootvader en zijn 2 broers kochten elk 4 ha. Op deze 12 ha werden bieten, rogge en lijnzaad geteeld. De koeien en schapen liepen los op de heide en werden geherderd door de kinderen. In principe mochten de dieren van verschillende bedrijven niet gemengd worden, maar dat lukte niet. ‘s Avonds werden ze geroepen en wisten ze naar de juiste stal terug te keren.
De grootvader van Johan Schouteden stierf in 1960 en Johans vader had het bedrijf ondertussen overgenomen. Er was toen nog geen waterleiding en evenmin elektriciteit. Om een elektriciteitsleiding aan te leggen, moest men zelf de kosten betalen. Er werden enkele koeien gehouden en de schapen bleven de heide begrazen. Daarnaast ging Johans vader, met toen 4 kleine kinderen, bij een aannemer (mijnbouw) werken. De schapenwol werd in de winter gesponnen en de meisjes breiden.
Dicht bij de hoeve had Hitler in de Tweede Wereldoorlog een militair domein aangelegd als oefenterrein om zijn vliegeniers bommen te leren gooien (op Engeland). In 1950 werd dit domein als militair terrein door het Belgisch leger overgenomen. Schapen en koeien bleven de terreinen begrazen.
Ook de grootvader en vader van Carla waren schapenhouders. De grootvader van Carla ‘Tieske van de Goris’ woonde in Peer op een boerderij genaamd de Goris langs de Kiezel op Kleine Brogel. Tieske trok met zijn kudde schapen eind 1800 begin 1900 van Peer naar Luik. Hij verkocht in Luik de lammeren en kwam met de schapen terug naar Peer.
Hoe het verder evolueerde
In 1980 nam Johan de schapentak van het ouderlijke bedrijf in Helchteren over. Zijn vader bleef nog de koeien melken tot 1992. Johan trok nog elke dag met de schapen op de heide en ook binnen het militair domein, hoewel het leger ondertussen begrazing door koeien en schapen verbood.
De militairen kwamen ondertussen tot de bevinding dat de schapen een positieve rol speelden bij het onderhoud van het terrein en het beheersen van de begroeiing. Dit resulteerde erin dat Johan vanaf 1984 een concessie kreeg om in afspraak de militaire terreinen te begrazen. Dit heeft heel wat jaren gelopen, tot het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), dat verantwoordelijk was voor het beheer, de concessie beëindigde. Vanaf dan wees het ANB via openbare aanbesteding de begrazing telkens voor een periode van 4 jaar toe.
De jongste jaren is zoon Toon, als landbouwhelper, ook in het bedrijf gestapt. De hoeve Sonnisheide is doorheen de jaren flink uitgebouwd met een melkveetak met 120 koeien en bijhorend jongvee en een schapentak met momenteel 1.500 volwassen dieren. Daarnaast verzorgt Carla de cafetaria met ijssalon, veelvuldig bezocht door de vele fietsers in Limburg. Natuurbeheer en terreinbegrazing met de schapen gebeurt nu in het militair domein Houthalen-Helchteren, op het Groot Schietveld van Brasschaat en onder een hoogspanningsleiding, die loopt van Zutendaal, Genk, As tot Dilsen-Stokkem, over een afstand van 18 km. Daarnaast zijn er nog kleine begrazingsprojecten onder zonnepanelen en tegen Japanse duizendknoop.
Visie op natuur- en terreinbeheer
Johan heeft ondertussen meer dan 45 jaar ervaring met natuur- en terreinbeheer en heeft op de aanpak ook een duidelijke visie. De toewijzing van een terrein voor begrazing via openbare aanbesteding, gekoppeld aan een reeks voorwaarden telkens voor een periode van 3 of 4 jaar, is volgens hem nefast om een stabiele kudde uit te bouwen. Telkens is er immers de onzekerheid of men inderdaad de terreinen zal toebedeeld krijgen. Een stabiele kudde uitbouwen, die toegespitst is op en aangepast is aan de specifieke begrazing van een bepaalde vegetatie, duurt jaren. Dit kan echter niet bij kortlopende contracten. Het zou veel beter zijn om via een concessie een gebied langdurig (zoals in Duitsland) aan een herder toe te wijzen, maar tegelijk een evaluatiecommissie het beheerswerk te laten opvolgen, beoordelen en bijsturen, waar nodig. Daar kunnen voorwaarden aan gekoppeld worden, om, als het echt misloopt , de samenwerking te beëindigen. De huidige regeling met kortlopende contracten biedt geen toekomstkansen voor jongeren die ambitie hebben om aan natuurbegrazing te gaan doen.
Het hoeden van schapen is vakmanschap. De herder moet niet alleen kennis van zijn dieren hebben, maar moet dit combineren met grondige kennis van de ‘natuur’, kennis van de vegetatie, van vegetatieontwikkeling en van de impact van de manier van begrazen op het biotoop. Schapen zijn zelf selectief en begrazen op bepaalde momenten van het jaar andere dingen. Men mag ook de heide geen geweld aan doen, want er moet ook in de toekomst nog ‘voedsel’-productie zijn voor de dieren.
Problemen bij opleggen van begrazing
Johan wees erop dat het bij het opmaken van natuurontwikkelingsplannen en het opleggen van begrazingsschema’s ook kan fout lopen. Als men bij lage vegetatie (bijvoorbeeld heide) niet geregeld met de kudde terugkomt, maar bijvoorbeeld pas om de 3 jaar, is de kans op verbossing groot en onomkeerbaar. Ook het ogenblik van begrazen naargelang de doelstelling is belangrijk; zo eten de schapen opslag van dennen niet in de zomer, maar enkel in de winter. Als er via beheer erg specifieke biotopen ontstaan, bijvoorbeeld van bepaalde insecten, dan mag men niet ingrijpen, maar moet men gewoon het courante beheer laten doorlopen om dit biotoop in stand te houden.

Johan betreurt dat de natuurkennis van de herder in deze soms te weinig meegenomen wordt in beheersbeslissingen. Hij pleit ervoor om de jarenlange ervaring van de herder meer bij natuurontwikkelingsplannen te betrekken. Zo moet bij opmaak van begrazingsroosters ook rekening gehouden worden met het dierenwelzijn. Meer concreet: schapen en zeker lammeren zijn gevoelig voor wormaandoeningen. In natuurgebieden mag echter niet ontwormd worden. Dus dan moet een begrazingsschema bij het terugkomen op eenzelfde terrein terdege rekening houden met de ontwikkelingscyclus van de verschillende wormsoorten om infecties, met soms dodelijke afloop bij de lammeren, te voorkomen. Dit wordt soms uit het oog verloren.
Ervaringen met de wolf
De wolf is sinds 2018 terug in Vlaanderen en meer specifiek heeft de eerste roedel zich gevestigd in het militaire domein dat door de kudde van de hoeve Sonnisheide begraasd wordt. De confrontatie tussen schapen en wolf was er dus onmiddellijk, met diverse schadegevallen in de beginfase tot gevolg. Er was zelfs een aanval op de hoeve zelf, waarbij een kalf het slachtoffer werd.
Er werden heel veel investeringen gedaan in het elektrisch afsluiten van de percelen, in automatisatie om flexibel en vlot elektrische afsluitingen te kunnen plaatsen op open terreinen en om deze ook opnieuw te verwijderen. Al snel bleek echter dat bij veel wolvendruk (de ouders en soms tot 5 of meer welpen in 1 roedel) elektriciteit alleen niet volstaat om de wolven tegen te houden. Elektriciteit moet gecombineerd worden met kuddebeschermhonden. Het aantal honden bij de kudde moet aangepast zijn aan het aantal wolven in de omgeving.
Johan heeft met kuddebeschermhonden echter ook al een reeks negatieve ervaringen gehad. Een goede kuddebeschermhond moet de wolven op afstand houden, maar moet de schapen, de bordercollie, de herder en de wandelaar met rust laten en zeker niet aanvallen. Tegelijk moet de hond ook binnen de weideafsluiting blijven. Dit zijn veel eisen tegelijk, waar bijlange niet alle zogenaamde kuddebeschermhonden aan voldoen. Ook de rassenkeuze voor deze honden is niet evident. Johan is nogal positief over de Spaanse mastiffs en de Pyrenese berghond. Maar er zijn ook nog wettelijke issues in verband met de kuddebeschermhonden (het zonder herder alleen bij de kudde mogen blijven) en er is momenteel nog geen financiële overheidstussenkomst voor de aankoop en onderhoud van deze toch grote honden. Die zou er wel moeten komen, want de kosten zijn aanzienlijk. Johan geeft een idee van de aankoopprijs voor een dergelijke hond: 4.000 tot 5.000 euro, en dan zijn er de onderhoudskosten, die 500 tot 800 euro per jaar bedragen. Daarin is dan nog de arbeidstijd voor het dagelijks voederen niet inbegrepen.

De ervaring van de afgelopen jaren heeft echter geleerd dat een combinatie van een degelijke elektrische afsluiting en kuddebeschermhonden effectief in staat is om wolvenschade te voorkomen. Dat wordt ook in de buurlanden bevestigd.
De aanstaande herderstocht
2026 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Internationale Jaar van Graslanden en Herders (IYRP), ter erkenning van hun cruciale rol in voedselzekerheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie.
Er zijn in afspraak tussen de herders acties gepland, zowel in België als in de buurlanden Nederland en Duitsland. Die acties kaderen in dat Internationale Jaar van de Herders en willen het pastoralisme met positieve punten en zorgen onder de aandacht brengen. In België zijn Johan en Toon Schouteden de stuwende krachten achter een organisatiecomité voor de organisatie van een herderstocht. Tussen 28 september en 13 oktober zal een (hun) kudde van een 500-tal schapen op stap gaan vanaf de Achelse Kluis (op de grens met Nederland) tot in het Ter Kameren bos in Brussel, dwars door de provincies Limburg, Vlaams- en Waals-Brabant tot in het Brusselse Gewest. In het artikel van volgende maand gaan we op deze geplande herderstocht en de verzuchtingen van de herders dieper in.
Herder zijn onder de aandacht brengen
We danken de familie Schouteden niet alleen voor hun gastvrijheid en voor dit gesprek, maar nog meer voor hun onverdroten inzet om beheer en het ‘herder’ zijn met zijn positieve en negatieve kanten onder de aandacht te brengen. Beheer met schapen zal in de toekomst niet alleen voor meer natuur moeten zorgen, maar krijgt straks ook steeds meer een rol in het voorkomen van grote natuurbranden, door het onderhouden/opkuisen van voldoende brede brandgangen. Dit is met de klimaatverandering een nieuw en niet te onderschatten element om aan (blijvend) natuurbeheer te doen. We moeten uit de immense natuurbranden van de jongste weken ook besluiten durven trekken voor de toekomst.





