Resultaat van behandelingen in cichorei en granen in wisselend seizoen
De onkruidbestrijding in cichorei gebeurde dit jaar in natte omstandigheden en werkte daarom goed. Toch liep de start niet van een leien dakje door een wisselende gewasopkomst als gevolg van afwisselende droge, warme en koudere, natte periodes. De bestrijdingsstrategie moest daarom worden bepaald op individueel perceelsniveau. Voor de ziektebestrijding in granen combineer je het best actieve stoffen met een divers werkingsmechanisme.

Dankzij de overstap naar ALS-tolerante cichoreirassen kan je werken met een hogere dosis van ALS-herbiciden, waaronder penoxsulam (Boa) en rimsulfuron (Titus, Rambo). We spreken van tolerante rassen, daarom zagen we dit jaar hier en daar ook remming in het gewas door een sterke herbicidenwerking op zeer natte bodems.
Zelfs waar er geen Boa voor zaai werd ingewerkt, zien we dit jaar een resultaat tot 85% als gevolg van bestrijding op proefpercelen die bezaaid zijn met een tapijt van melganzenvoet. We werkten hier met een standaardschema met vooropkomst met propyzamide (Kerb), gevolgd door enkele bespuitingen met een combinatie van rimsulfuron en penoxsulam, met een uitvloeier zoals Trend of Vivolt. Toch zien we een grote meerwaarde wanneer we op voorhand Boa inwerken.

Nieuwe combinaties voor zaai
Hier en daar kozen telers ervoor om Boa voor de zaai te combineren met triallaat (Avadex Factor) tegen moeilijke grassen. Daarnaast had ook pendimethalin (Stomp Aqua) dit jaar een 120 dagentoelating om het samen met Boa in te werken. Let hiervoor op de toelatingsvoorwaarden. Zo moet je Avadex Factor binnen 2 uur na behandeling inwerken tot een diepte van minstens 4 cm. Daarnaast kan dit bij hevige regenbuien na toepassing tot extra remming van het cichoreigewas leiden. Wees dus steeds voorzichtig…
Nieuwe correctiemogelijkheden
Sinds dit jaar is ook de actieve stof halauxifen-methyl (ook bekend onder de merknaam ’Arylex active)’ via het product Viballa als herbicide toegelaten in de cichoreiteelt. Halauxifen-methyl ken je wellicht vanuit de granen (Zypar, Trezac, Pixxaro, Rexade Trio, Manhattan…) en koolzaad (Korvetto, Ladiva). Viballa heeft een toelating aan 1 l/ha, waarbij je slechts een microdosering van 3 g actieve stof gefractioneerd mag toepassen over heel de teelt.
Halauxifen is een groeistof die wordt opgenomen via de bladeren en die zich systemisch tot in de wortels verplaatst. Dit heeft typische blad- en stengelkrulling, met ook het afsterven van de onkruidwortels tot gevolg. Het product vormt onder meer een grote meerwaarde tegen melganzenvoet, schermbloemigen… in een klein stadium. Zelfs in grotere stadia zie je de stengels en blaadjes van onkruidplantjes krullen.

Technisch verhaal
Nieuwe middelen komen echter steeds met een uitgebreide handleiding. Zo combineer je ze het best niet met een volledige onkruidbestrijding. Er kan immers een antagonistisch effect optreden, waardoor de werking van het product (deels) verloren gaat. Met een correcte toepassing kan je echter zeer mooie resultaten tegen probleemonkruiden verkrijgen.

ALS-tolerante cichorei-opslag
Net zoals in het verhaal van de Conviso-bieten, hebben we hier ook te maken met ALS-tolerante cichoreiplanten. Voor beide gevallen kunnen op-slagplantjes niet worden bestreden met ALS-herbiciden die binnen het HRAC – Herbicide Resistance Action Committee, de internationale organisatie van de agrochemische industrie die zich richt op de strijd tegen onkruid dat resistent is geworden tegen chemische bestrijdingsmiddelen – de grootste groep vormen en die in diverse teelten worden toegepast.

Bestrijding opslag in granen
Voor de onkruidbestrijding in granen kan je in het voorjaar slechts gebruikmaken van 3 groepen van werkingsmechanismen: ten eerste de echte grassenmiddelen (ACC-asen) met enkel een werking tegen eenzaadlobbige grassen, ten tweede de ALS-herbiciden, met een werking tegen breedbladige onkruiden en grassen, en ten derde de groei-stoffen, met enkel een werking tegen breedbladige onkruiden. Aangezien je breedbladige onkruiden in granen dus enkel met ALS-middelen en/of groei-stoffen kan bestrijden, is het belangrijk om je strategie hierop aan te passen.
Momenteel moet je Conviso-biet- en cichoreiop-slag bestrijden met groeistoffen. Voor Conviso-bietenopslag werkt een combinatie van fluroxypyr (Starane Forte) met MCPA (Agroxyl, U 46 M) het beste. Cichorei behoort tot de composieten, waardoor een combinatie van clopyralid (Matrigon, Trevistar) met MCPA het beste resultaat geeft.
Moment van bestrijding
Idealiter gebeurt deze toepassing ergens tussen de T1-ziektebestrijding circa in het tweede knoopstadium en het laatste bladstadium. Enerzijds moet er voldoende cichoreiloof aanwezig zijn, opdat de op-slagplanten voldoende product zouden opnemen om goed te kunnen bestrijden. Anderzijds kan MCPA in een (te) laat toepassingsstadium van het graangewas leiden tot een opbrengstderving. Een bestrijding van dergelijke opslagplanten zal nooit 100% efficiënt gebeuren, omdat er altijd nakiemers opduiken. De bedoeling is dat late nakiemers niet meer boven het gewas opschieten en onderin blijven zitten.
Resultaat ziektebestrijding granen
Dit jaar kregen we te maken met een wisselend seizoen, waarbij maart startte met een zonnige periode en temperaturen tot 20 °C. De gewassen schoten in gang, waarna een koude, natte periode alles deed stilvallen en de ziektedruk opdreef. Daarop volgde dan weer een droge hittegolf, die werd afgesloten met lokaal hevige onweders en nadien wisselvallig weer.
Initieel traden grote verschillen op in de granen per ras en zaaidatum, zelfs in nabijgelegen buurpercelen. Wintergerst rijpt nu snel af en we stevenen in de huidige warme omstandigheden af op een vroege oogst. Voor wintertarwe zien we nu de mooie resultaten van een correcte ziektebestrijding.
Mits die correcte ziektebestrijding viel de ziektedruk goed mee in wintergerst. In wintertarwe dook al vroeg gele roest op. In lokale haarden was een T0-ziektebestrijding nodig. De ontwikkeling viel uit-eindelijk stil, gevolgd door een natte, koudere periode waarin de septoriadruk toenam. Ook deze druk viel uiteindelijk stil door de start van een hittegolf. Tot slot was ook bruine roest al vroeg in het seizoen aanwezig door een vroege warme eerste helft van maart.

Belang van combineren en van interval
Ook in de ziektebestrijding is het combineren van actieve stoffen met een verschillend werkingsmechanisme de kernboodschap. Hou tussen de T1 en T2-ziektebehandeling een interval van maximum 3 weken aan in tarwe en van 3 à 4 weken in gerst. In wintergerst pas je het best een T1-behandeling toe op het eersteknoopstadium, in wintertarwe op het tweedeknoopstadium. De T2-toepassing gebeurt in beide gevallen idealiter wanneer het laatste blad volledig is uitgerold.
In de T1-behandeling maak je het best een combinatie van een triazool (mefentrifluconazool, prothioconazool) met een strobilurine (pyraclostrobine), al dan niet aangevuld met een derde werkingsmechanisme. In de T2-behandeling kies je idealiter voor een combinatie met 3 actieve stoffen, zoals een triazool (prothioconazool) met een SDHI (benzovindiflupyr), aangevuld met bijvoorbeeld een multisitewerking van folpet (Mirror, Axentum) in gerst, of een extra strobilurine (azoxystrobine, pyraclostrobine) in wintertarwe die de nawerking verlengt op roesten. We zagen de voorbije jaren een duidelijke meerwaarde van deze combinatie, waarbij het blad langer ziektevrij en groener bleef.

Gewastype bepaalt strategie
In wintergerst neemt het oppervlak en dus de fotosynthesecapaciteit van de jongste bladeren procentueel af ten opzichte van de oudere bladeren. Hou daarom zeker de 4 laatste bladeren gezond. Voor wintertarwe is het laatste blad het allerbelangrijkste om volledig vlekkenvrij te houden, vermits het in grote mate de opbrengst bepaalt. Een preventieve behandeling is aangeraden.





