Europees Parlement verwerpt verbod op soja als biobrandstof
Het voorstel van de Europese Commissie om het gebruik van sojaolie in biobrandstoffen geleidelijk te verbieden, is verworpen door de Europarlementariërs. Zij vrezen voor het concurrentievermogen van de sojaproductie in de EU. Brussel zal zijn voorstel moeten herzien.

Zoals verwacht heeft het Europees Parlement op 8 juli het ontwerp verworpen van een gedelegeerde handeling van de Europese Commissie om de richtlijn rond hernieuwbare energie aan te passen. Het voorstel zou soja aanduiden als een grondstof met een hoog risico op indirecte landgebruikverandering (ILUC).
Het voorstel werd begin dit jaar ingediend en moest het gebruik van soja bij de productie van biodiesel in de EU geleidelijk tot nul terugbrengen. Talrijke belanghebbenden, evenals verschillende landbouwministers, hebben hier echter kritiek op geuit. Zij vrezen voor een destabilisatie van de Europese sojasector, waarvoor de productie van biodiesel een belangrijke afzetmarkt vormt.
De dag ervoor nog had de Europese Commissie een plan gepresenteerd voor de ontwikkeling van plantaardige eiwitten, met als doel om tegen 2035 voor 35% zelfvoorziening te bereiken op het vlak van diervoeder. Nu stelt het Europees Parlement in haar resolutie dat het voorstel om soja in biobrandstoffen te verbieden de teelt ervan zou kunnen ontmoedigen, ‘waardoor de afhankelijkheid van eiwit-invoer toeneemt en de kosten van voer stijgen’.
Verschillende landbouworganisaties (Copa-Cogeca, Coceral, Fediol, Fefac…) hebben deze stemming toegejuicht. Het Europees Parlement geeft hiermee volgens hen ‘een krachtig signaal ten gunste van meer samenhang tussen EU-doelstellingen op het gebied van hernieuwbare energie, landbouw en voedselzekerheid’. De vereniging Transport & Environment betreurt de beslissing daarentegen en wijst erop dat soja wereldwijd een van de belangrijkste oorzaken is van ontbossing en landontginning.
Onder druk van de WTO
De Europese Commissie was naar de stemming gekomen om haar voorstel te redden en verzekerde dat er ‘nagedacht werd over een aanpassing van de procedure voor de indeling van het ILUC-risico’. Ze beloofde dat bepaalde Europese producten zouden kunnen worden vrijgesteld van de indeling als ‘hoog-risico’. Tevergeefs. Ze zal haar voorstel dus moeten herzien.
De Europarlementariërs stellen voor om een nieuw voorstel in te dienen op basis van een bijgewerkte berekeningsmethode, waarin wordt erkend dat in de EU geproduceerde soja ‘een laag ILUC-risico’ vertoont.
Het voorstel van de Commissie vloeide voort uit een handelsgeschil bij de WTO tegen Indonesië en Maleisië, dat door de EU werd gewonnen. Daardoor kon de EU haar geleidelijke uitsluiting van palmolie in biobrandstoffen handhaven, op voorwaarde dat zij een gelijkwaardige wetenschappelijke benadering zou hanteren voor alle grondstoffen met een hoog risico op ontbossing (waaronder soja). De WTO-uitspraak niet naleven zou de EU kunnen blootstellen aan sancties van meer dan 5,6 miljard dollar per jaar, schreef de Europese Commissaris voor Energie, Dan Jorgensen, in een brief aan Europarlementariërs voorafgaand aan de stemming.





