Steven en Veerle kozen voor biomelk in het mooiste landschap van België
Steven Devos en Veerle Delbecque

Steven wilde al op jonge leeftijd zijn eigen veeteeltbedrijf starten. “Ik was 22 jaar oud en mijn vader was nog maar 47 jaar oud, nog ver van zijn pensioen. Mijn plannen kwamen te vroeg voor de overname van de ouderlijke boerderij met melkvee en leghennen, die bovendien dicht tegen het verstedelijkte gebied van Waregem lag. Daarom ging ik op zoek naar een nieuwe locatie. Dat was geen makkelijke zoektocht, want als jonge starter heb je ook geen uitgebreid budget”, herinnert Steven zich.
Klein begonnen
Na een zoektocht langs 11 te koop aangeboden boerderijen in België, Oost-Duitsland, de Verenigde Staten en Hongarije kopen Steven en Veerle in 1999 een bestaande veehouderij in Framont, een deelgemeente van Paliseul. Op dat moment waren er 60 koeien en 60 ha land. Het quotum bedroeg 500.000 l melk. Steven was dan 22 jaar oud en Veerle studeerde nog voor verpleegkundige in Kortrijk. Stevens ouders kwamen soms meehelpen. In de beginjaren konden ze de boerderij laten groeien door melkquota bij te kopen en zelfs quota te leasen, toen duidelijk werd dat de quota zouden stoppen.
In 2007 bouwden ze nieuwe jongveestal en pas in 2010 stapte Veerle mee in het bedrijf. In dat jaar namen ze bovendien een boerderij in Gembes over. In 2011 plaatsten ze hun eerste melkrobotten (DeLaval) in 2 stallen en kochten ze koeien bij aan (quotum is dan al voorbij). In 2012 konden ze de naburige boerderij overnemen. Vanaf 2018 was Farm Devos volledig biologisch. In 2020 volgde de plaatsing van een melkrobot in een derde stal en nog eens 3 jaar later kwam er nog een melkrobot bij in de vierde stal. In 2026 beschikken ze over 280 koeien, die 3 keer per dag gemolken worden voor de Laiterie des Ardennes (LDA) en over 60 droogstaande koeien, veel jongvee en 240 ha akkers. Daarbovenop kopen ze nog een kleine 60 ha biologisch gras.
Heel wat kansen kunnen grijpen
“Het was niet van bij het begin de ambitie dat we zoveel land en zoveel dieren zouden hebben, maar er was uiteraard wel ambitie. Je verhuist niet naar de andere kant van het land om dan je hele carrière 50 koeien te melken. Er zijn heel wat kansen de revue gepasseerd. Dan was het wikken en wegen of we dat financieel en inzake werk aankonden. Onze groei is eerder een opeenvolging geweest van dergelijke kansen die zich aanboden, veel meer dan dat er een uitgedokterd plan achter zat. Wel hebben we er van bij het begin rekening mee gehouden dat die kansen zouden komen. De bodem is hier armer dan in Vlaanderen. Dat maakt dat we hier voor grondoppervlakte geen concurrentie hebben van bijvoorbeeld industriegroenten of aardappelen zoals in West-Vlaanderen. De concurrentie van de veehouderij inzake grond komt van de kwekers van kerstbomen en investeerders voor de jacht”, vertelt Steven.
“Op dit moment hebben we iets minder koeien aan de melk dan vorig jaar. We sleutelen aan het rendement. We willen nog iets meer liter halen per koe. We halen nu gemiddeld 30 l per koe per dag of 8.500 l melk per koe per jaar. Dat willen we optrekken tot 9.500 l per jaar. Dat lukt het beste als er wat minder stress is voor de koeien aan de melkrobot en daarom hebben we de bezetting per robot teruggebracht.”

Vlotte overstap naar bio
De overstap naar biologische melk betekende geen grote omwenteling in het bedrijf. “Wij werkten al bijna uitsluitend met gras en hooi als voer en de grote huiskavel was er ook al. De operationele stap naar bio was dus klein en het vooruitzicht van een stabiele en iets hogere prijs per liter melk klonk interessant. Maar ook als je het financiële en operationele buiten beschouwing zou laten, zijn we nog steeds overtuigd van en blij met onze keuze voor bio”, benadrukt Steven.
“Voor het melkvee volgen we een driewegskruising met Holstein, Montbéliarde en Scandinavisch rood. De kruising combineert de sterke eigenschappen van de 3 afzonderlijke rassen: Holstein voor de hoge melkgift en Montbéliarde omdat dat voor een goede vleesopbrengst zorgt – als de melkprijs laag staat - en omdat dat ras een goede voederconversie heeft. Scandinavisch rood kruisen we in omdat het een robuust ras is dat ruwvoer efficiënt omzet in melk. Dat is een beetje een ‘grote Jersey-koe’. Het doel van de kruising is gezond melkvee met een lange leefbaarheid”, vertellen Steven en Veerle. Tijdens de voorbije hittegolf werd voor de koeien in de stal het rantsoen aangepast. Ze kregen het voer in 2 beurten in plaats van in 1 beurt en er werd water toegevoegd, omdat het voer door de hitte anders te droog en vooral te warm zou worden. De koeien gingen ook s’ nachts naar buiten en bleven overdag binnen. Ventilatoren zorgden voor afkoeling in de stal.

Klimaat vergde hele aanpassing
Het klimaat in Framont was in het begin een hele uitdaging voor Steven en Veerle. “Het winterseizoen duurt langer en is strenger dan wat we kenden in Vlaanderen. Het klimaat heeft bovendien impact op het rendement. Onze koeien staan elk jaar gemiddeld een maand langer op stal dan in een Vlaams melkveebedrijf. Ze moeten dus langer bijgevoerd worden. Gras en maïs groeien in Framont en omgeving gemiddeld iets trager en de bodem is minder rijk”, legt Veerle uit.
Een tweede verschil met het West-Vlaanderen waar ze in 1999 uit vertrokken, vormt het wild in de omgeving, en dan in het bijzonder de everzwijnen. “Die wroeten akkers en weides om en vernielen de gewassen. De opbrengst van die akkers vermindert dan aanzienlijk. De omgewoelde percelen zijn moeilijker te bewerken met tractoren en machines. Het effenen van akkers en het opnieuw inzaaien van gewassen zorgt voor bijkomende kosten. Jagers kunnen de overlast van de everzwijnen temperen, maar nooit helemaal wegnemen. Sinds 2 jaar zaaien we voor het eerst opnieuw zelf maïs. In bio is maïs altijd wel een beetje een uitdaging en met de everzwijnen komt daar nog een niveau bovenop. Een akker met rijpe maïskolven lusten ze wel. We kiezen daarom voor een maïsvariëteit met een kort groeiseizoen en met een snelle afrijping, zodat we die snel kunnen oogsten voordat de everzwijnen ermee weg zijn”, vertelt Veerle. En dan zijn er nog de kraaien die uit zijn op de kleine maïsplantjes.
Steven en Veerle hebben hun visie op hun bedrijf zelf helder uitgetekend. “De kern van ons bedrijfsverhaal is dat we veel grasland hebben en dat we dat allemaal zelf bewerken. We hebben nooit zwaar geïnvesteerd in nieuwe machines, maar kochten die altijd tweedehands en ‘op de groei’, een beetje groter dan we op dat moment nodig hadden. Voor de aankoop van machines zijn er minder subsidies in Wallonië dan in Vlaanderen. Daarnaast vinden we het belangrijk dat we onszelf altijd bijgeschoold hebben, ook internationaal. We zijn ook lid van EDF (European Dairy Farms). Veerle zit momenteel in de Council voor Belgie. Nog elk jaar komen er nieuwe inzichten en nieuwe technieken bij, maar bijvoorbeeld ook marketing is ons niet ontgaan. Tenslotte willen we in direct contact komen met de consumenten.”

Automatiseren en systematiseren
“Bewustmaking van consumenten en kennisoverdracht naar stagiairs en collega’s dragen we hoog in het vaandel. We proberen altijd aan iedereen een positief verhaal te brengen. Een ander aandachtspunt is dat we gaan voor automatiseren en systematiseren: werken met vaste schema’s en protocollen. We kozen ook voor voor melk- en mestrobots. Het werk is hier zo georganiseerd dat alles volgens vaste procedures verloopt. De dagelijkse routines staan vast en zijn duidelijk omschreven: voeren, melken, controleren… Voor kalververzorging, voor het droogzetten en voor behandelingen zijn er standaardprocedures. We maken telkens een overzichtelijke planning voor weidegang, voederbeheer en vruchtbaarheid. We registreren en volgen heel wat data om snel beslissingen te kunnen nemen. Dit zorgt voor minder arbeidsdruk en meer tijd voor management. De consequente opvolging leidt tot een betere diergezondheid. Omdat iedereen dezelfde protocollen volgt, worden er minder fouten gemaakt.”
Bij de start reageerden de Waalse buren afwachtend, maar altijd heel vriendelijk. Na een tijdje zijn de buren en collega’s ook vrienden geworden. “We worden aanvaard en op de Beurs van Libramont zullen we met de boeren uit de buurt gezellig een pintje drinken, maar we zullen wel altijd als Vlamingen bekeken worden”, vertelt Veerle.
“Waar ik nog elke dag kan van genieten, is dat ik mag werken en wonen in een van de mooiste landschappen van België. Wat wel nog altijd een uitdaging is, is dat we onze familie ‘achtergelaten’ hebben in West-Vlaanderen. Eens snel iemand een bezoekje brengen, zit er niet in.”
Het leven is meer dan de boerderij
De kinderen van Steven en Veerle, Sien en Luka, zitten in pole position om het bedrijf over te nemen, maar net zo goed gaat het bedrijf naar een vast personeelslid of een andere overnemer. “We betrekken hen bij beslissingen over de boerderij en we zien dat hen dat interesseert. Maar we laten hen zelf hun weg zoeken. Als die weg niet naar de boerderij leidt, is dat voor ons ook goed.”
Steven en Veerle zelf willen nog niet meteen met pensioen. “Een terugkeer naar Vlaanderen staat niet op de agenda. Wel willen we onze verantwoordelijkheid nemen in de zorg voor onze ouders. We denken of hopen voorts dat we op het punt gekomen zijn dat we al eens ons bedrijf met een gerust hart kunnen ‘achterlaten’ in de handen van het personeel of van de kinderen, om bijvoorbeeld op feestdagen bij onze familie te zijn of eens op vakantie te gaan. Het is ook daarom dat we zo gehecht zijn aan de arbeidsprotocollen”, besluiten Steven en Veerle.





