Nitraatrichtlijn slaagt voor eerste evaluatie ooit
Voor de eerste keer sinds 1991 heeft de Europese Unie de Nitraatrichtlijn geëvalueerd. Uit de evaluatie blijkt dat de EU-regels nog steeds doeltreffend zijn om de Europese wateren te beschermen tegen nitraatvervuiling door de landbouw. Wel kan de uitvoering ervan eenvoudiger en moet er iets gedaan worden aan de administratieve lasten voor boeren.

“De Nitraatrichtlijn draagt al meer dan 30 jaar bij aan de bescherming van de Europese wateren”, aldus Eurocommissaris voor het milieu en water Jessika Roswall. Maar in al die tijd is de Nitraatrichtlijn nog nooit geëvalueerd, maar wel al flink bekritiseerd door jan en alleman. Hoog tijd dus voor een grondige doorlichting.
Na bijna 3 jaar overleg en werk publiceerde de Europese Commissie op 15 juli eindelijk de evaluatie van dit stukje Europese milieuwetgeving. Dit rapport moet als basis dienen voor een gerichte herziening van de Nitraatrichtlijn.
Verantwoordelijkheid nemen
De Nitraatrichtlijn moet grondwater, rivieren, meren en zeeën beschermen tegen nitraatvervuiling door overbemesting en slechte bemestingspraktijken. Volgens de evaluatie blijft de richtlijn tot op vandaag relevant en noodzakelijk, met andere woorden, er is nog werk aan de winkel om de nitraatvervuiling terug te dringen. Maar de richtlijn is er wel degelijk in geslaagd beter nutriëntenbeheer te stimuleren en zou in veel delen van de EU hebben bijgedragen aan een daling van de vervuiling en een betere waterkwaliteit.
De Nitraatrichtlijn is bovendien een goede investering: de voordelen van het terugdringen van de vervuiling van water door de landbouw (denk aan veilig drinkwater) zijn 3 tot 7 keer groter dan de kosten van de uitvoering van de Nitraatrichtlijn. De kosten vallen duurder uit in regio’s met veel veeteelt, zoals Vlaanderen, maar zelfs daar blijft de veeteeltsector rendabel.
De evaluatie zegt ook dat lidstaten hun verantwoordelijkheid moeten pakken en de noodzakelijke maatregelen moeten nemen om de vervuiling terug te dringen, zeker in regio’s met veel veeteelt zoals Vlaanderen. Onze regio heeft al verschillende malen (juridische) zetjes gekregen om een strenger mestbeleid op te zetten.
De belangrijkste maatregel in de richtlijn is een plafond van 170 kg stikstof uit dierlijke mest per ha in grote delen van de EU, waaronder heel Vlaanderen. Deze grens ligt vaak onder vuur door landbouworganisaties. Herhaaldelijk vraagt bijvoorbeeld Boerenbond om de harde grens te lossen en meer onbewerkte dierlijke mest toe te laten.
Tevergeefs waarschijnlijk, aangezien de evaluatie de mestgrens ‘een cruciale maatstaf’ en ‘wetenschappelijk onderbouwd’ noemt. In vervuilde gebieden is het zelfs niet genoeg, en moeten extra maatregelen genomen worden. Een tijdelijke derogatie lijkt er ook niet te komen, aangezien de evaluatie zegt dat dit enkel ‘voorzichtig’ mag worden om negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit te vermijden.
Aanpassingen
“Uit de evaluatie van vandaag blijkt dat deze richtlijn nog steeds noodzakelijk en relevant is, maar ook dat we de uitvoering ervan in de lidstaten kunnen vereenvoudigen”, aldus Roswall. Daarvoor neemt de Commissie de regels van kalenderlandbouw onder handen, om ze beter af te stemmen op de ware praktijk op het veld, en wil het de administratie voor kleine landbouwbedrijven vereenvoudigen.
Daarnaast moet de recyclage van dierlijke mest – denk aan Renure – zowel voor properder water zorgen als de kosten voor boeren terugdringen omdat ze hiermee minder dure kunstmest gebruiken. In haar persbericht verwijst de Commissie naar haar voorstel om digestaat als Renure te behandelen, waardoor boeren er meer van mogen gebruiken dan nu het geval is.
De Commissie kondigde in mei dit voornemen aan in het actieplan Meststoffen en bevestigde het nog eens in de Europese Veeteeltstrategie. Als een eerste stap wordt later dit jaar een wetenschappelijke studie verwacht, die moet peilen naar de impact van deze uitbreiding van de Renure-wetgeving op de waterkwaliteit.
“Door de vervuiling terug te dringen, nutriënten efficiënter te gebruiken en de circulaire economie te versterken, kunnen we zowel de milieubescherming als de veerkracht van onze landbouwsector op de lange termijn ondersteunen”, besluit Roswall.
Status quo of cruciale rol
In een reactie schrijft het Europese Milieubureau (EEB), een federatie van milieuorganisaties, dat het rapport nogmaals de cruciale rol bevestigt ‘van de richtlijn bij het aanpakken van stikstofverontreiniging door de landbouw en het beschermen van water in Europa’. “Nationale rechtbanken en de meest recente wetenschappelijke bevindingen hebben de gevaren bevestigd van hoe nitraatverontreiniging uit de landbouw de rivieren in de EU verstikt en het drinkwater vergiftigt”, zegt Sara Johansson van de EEB. “Dit rapport bevestigt dat de Nitraatrichtlijn, mits correct uitgevoerd, de meest kosteneffectieve manier is om de schade ongedaan te maken en de wateren in de EU te ontlasten.” De milieuorganisatie roept de Commissie dan ook op om deze regelgeving niet verder te versoepelen met uitzonderingen als Renure en digestaat.
De Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca betreurt dan weer dat de Commissie met deze evaluatie kiest voor de status quo in plaats van een echte modernisering en vereenvoudiging van de Nitraatrichtlijn. “Afgezien van de oproep tot een betere uitvoering door de lidstaten, biedt de evaluatie weinig praktische oplossingen die aansluiten bij de huidige realiteit, waaronder de aanhoudende mestcrisis, de toenemende gevolgen van de klimaatverandering en de behoefte aan meer flexibiliteit bij het nutriëntenbeheer”, schrijft de organisatie in een reactie op de evaluatie. “Deze evaluatie had het begin moeten zijn van een echte bezinning op de vraag of een wetgevingskader dat meer dan 3 decennia geleden is ontworpen, nog volledig is afgestemd op de uitdagingen van de landbouw van de 21ste eeuw.”
Beide organisaties zijn het er over eens dat verbeteringen in de waterkwaliteit de laatste jaren stagneren, maar verschillen van mening in de aanpak ervan. Terwijl de EEB volop wil inzetten op milieuvriendelijke landbouwpraktijken, kijkt Copa-Cogeca naar technologische oplossingen als Renure.





