Startpagina Schapen

Impact van hittestress op de vruchtbaarheid van ooi en ram

De klimaatverandering is een feit. We beleven de ene hittegolf na de andere, met temperaturen tussen de 30 en 40 °C. Dit is moordend voor mens en dier. De cijfers inzake oversterfte, zowel voor mens als dier, spreken boekdelen. Maar ook zonder sterfte is de te verwachten impact op de productieresultaten van onze schapen(bedrijven) uitgesproken.

Leestijd : 7 min

De jongste jaren werden omtrent de impact van hittestress (vooral in subtropische regio’s) nogal wat onderzoeksresultaten samengebracht. Maar we leven hier stilaan ook in subtropische omstandigheden, dus het is belangrijk om van die mogelijke impact kennis te hebben.

Symptomen van hittestress

Hittestress bij schapen uit zich door hijgen, kwijlen, verhoogde ademhaling, verminderde eetlust, een verhoogde lichaamstemperatuur en lusteloos gedrag. De eerste signalen kunnen al voorkomen bij temperaturen hoger dan 25 °C. De hogere kritische temperatuurgrens voor schapen ligt tussen 25 en 31 °C.

Schapen ademen sneller dan normaal en openen vaak de muil om warmte kwijt te raken, een proces dat panting wordt genoemd. De ernst kan worden uitgedrukt met een panting-score van 0 tot 4, waarbij score 2,5 of hoger wijst op daadwerkelijke stress en score 4 op extreme stress. Bij hogere scores kan de tong uit de muil komen, de nek wordt gestrekt en de dieren kwijlen of verliezen coördinatie. Ze reageren minder op hun omgeving en kunnen lusteloos worden. Bij echte hittestress stijgt de lichaamstemperatuur met ongeveer 1 graad of meer.

Schapen drinken meer dan normaal en hebben een verminderde eetlust. Door zweten en speeksel verliezen ze natrium en kalium, wat de penswerking beïnvloedt. Het is belangrijk om voldoende vers drinkwater beschikbaar te stellen.

Langdurige hitte zal ook de kwaliteit van het weidegras negatief beïnvloeden. De dieren eten minder, maar ook de voedingswaarde van wat ze eten gaat achteruit. Lammeren kunnen een verminderde groei vertonen bij hittestress en zogende ooien kunnen een verminderde melkproductie vertonen..

Als ondersteunende maatregelen zijn er de zorg voor voldoende schaduwrijke plekken en moeten de schapen bij extreme hitte graasmogelijkheden krijgen ’s morgensvroeg en ’s avonds laat. Het uitvoeren van handelingen zoals scheren, ontwormen of verplaatsen plan je het best tijdens koelere momenten van de dag.

Gevolgen voor productiviteit

Hittestress heeft niet alleen een impact op het dierenwelzijn op korte termijn, maar kan ook de productiviteit (aantal lammeren per ooi per jaar) van onze schapenstapel gaan aantasten. Dat geldt zeker voor bedrijven die vroeg in het seizoen willen kweken (dekkingen in juli-augustus), met het oog op paaslamproductie of het Offerfeest. Maar er zijn ook bedrijven/rassen die buiten het normale seizoen kweken/aflammeren en daar zullen de steeds intensere hitteperiodes een belangrijke productiefactor worden.

Op basis van diverse wetenschappelijke artikels (Dutt, 1964; Romo-Barron en andere, 2019; Van Wettere en andere, 2021) willen we de bevindingen omtrent hittestress graag delen, en dit voor diverse momenten in een ‘schapenjaar’.

De hitte beïnvloedt zowel de voortplanting bij de ooi als de vruchtbaarheid van de ram.

Impact op bronst en bevruchting bij de ooi

Hitte (meer dan 31 °C) in de periode vóór de bronst, of tijdens of kort na de bronst, is nadelig voor de bevruchting en de dracht. De periode van 5 dagen vóór tot 5 dagen na de bronst heeft het meeste impact. Bij hitte blijft de bronst uit of duurt ze tot 7 uur minder lang. De bronstcyclus, klassiek 17 dagen, kan met een dag verlengen. Hitte vóór de bronst leidt tot abnormale eicellen met morfologische afwijkingen (tot 50%) met niet-bevruchting tot gevolg.

Hitte (meer dan 31 °C) leidt, vooral in de eerste 5 dagen na dekking, tot heel wat embryonale sterfte (tot ruim 60%). Uit praktijkresultaten werd berekend dat per dag in de dektijd dat de temperatuur boven de 31 °C uitkomt, het drachtpercentage met 3.5% daalt en dat het aantal lammeren per drachtige ooi met 2.7% daalt. Als het ‘s nachts wat koeler wordt, worden de resultaten beter.

Als er wetenschappelijk naar de oorzaken van deze tegenvallende resultaten gepeild wordt, zie je vooreerst dat de hitte het normale hormonale patroon van de bronstcyclus beïnvloedt of/en verstoort: de hitte-inwerking op de as hypothalamus-bijnierschors resulteert in minder LH (luteïniserend hormoon) en oestradiol en meer progesteron. Dit heeft een impact op de follikelgroei en -dynamiek en op de follikelrijping. Er zijn meer afwijkende eicellen en bij geiten zag men dat de dominante follikels (eicellen) pas 24 uur later dan normaal vrijkwamen en dat de bronst zo vertraagd optrad.

Naast de hormonale verstoring en de verminderde eicelkwaliteit, veroorzaakt door hitte vóór of tijdens de bronst, is de hitte in de week na de dekking vooral oorzaak van embryonale sterfte. De bevruchte eicellen sterven af vooraleer ze zich binnen de baarmoeder kunnen vasthechten en zijn vooral vatbaar tijdens de eerste fases van de celdeling. Dutt meldt een experiment waarbij de gedekte ooien respectievelijk op dag 1, 3, 5 of 8 na dekking aan een temperatuur van 32 °C werden onderworpen. De aflampercentages waren respectievelijk 20, 35, 40 en 70%. De embryonale sterfte is kort na dekking zeer groot en neemt dus af naarmate de hitte later in de week na dekking komt.

Impact op vruchtbaarheid van de ram

In normale omstandigheden ligt de temperatuur van de teelballen bij de ram zowat 4 à 6 graden lager dan zijn lichaamstemperatuur. Dit resulteert in een optimale productie van beweeglijke en normale spermacellen. Spermahoeveelheid en -kwaliteit worden ook beïnvloed door het seizoen en het voedingsniveau. Maar hittestress is, los daarvan, nefast voor de spermavorming en -kwaliteit. Het proces van spermavorming omvat diverse stappen vooraleer tot rijpe spermacellen te komen; dit proces duurt weken. Dit heeft tot gevolg dat de hitte van vandaag pas binnen 2 à 3 weken zijn weerslag krijgt in de mindere bevruchtingscapaciteit van de ram.

Na hitte ziet men morfologische afwijkingen bij de spermacellen vanaf dag 9 en tot 35 dagen nadien. De spermabeweeglijkheid daalt na 2 à 3 weken. Hoe langer de hitte aanhoudt, hoe groter de impact op de spermakwaliteit. En blijkbaar zou deze mindere kwaliteit ook resulteren in meer embryonale sterfte na bevruchting.

Er zijn normaal fysiologische mechanismen voor de warmteregulatie rond de teelballen via aanpassing in de bloedsomloop, via werking van zweetklieren, of via huidoppervlakteaanpassingen. Bij hittestress worden deze mechanismen echter verstoord en kan de temperatuur snel met 6 à 8 graden stijgen, met alle nadelige gevolgen van dien voor de spermakwaliteit na enkele weken.

Belangrijk is dat er in de capaciteit om aan temperatuurregulatie te doen niet alleen rasverschillen zijn, maar dat binnen een ras er ook verschillen tussen rammen zijn. Dat opent deuren om er in de selectie eventueel rekening mee te houden, ervan uitgaand dat de klimaatopwarming geen voorbijgaand gegeven is.

Impact op dracht en geboortegewicht

Hoewel het overgrote deel van onze ooien drachtig is in de koele winter, is de impact van de hitte tijdens de dracht toch voor sommigen, die aseizoenaal werken, een aandachtspunt. Ook hier zijn de gevolgen van de hitte immers niet te onderschatten. Uit de vaststellingen blijkt dat aanhoudende hitte gedurende de tweede helft van de dracht resulteert in aanzienlijk lagere geboortegewichten (tot -1 kg) bij de lammeren. Dat leidt dan weer tot meer sterfte bij deze (te lichte) lammeren. De kern van deze problematiek zou erin liggen dat het gewicht van de placenta (de vruchtvliezen) tot 33% lager ligt dan normaal. De cotyledonen (aanhechtingspunten aan/uitwisselingspunten met de baarmoeder) zijn onder hittestress duidelijk kleiner in omvang. Dat leidt tot minder toevoer van zuurstof en voedingsstoffen voor de foetus(sen) en heeft tot gevolg dat de geboren lammeren tot 25% minder wegen.

De minder ontwikkelde placenta zou ook de uierontwikkeling (hormonaal) negatief beïnvloeden, met minder colostrum en nadien minder melk tot gevolg (dit is niet bij schapen onderzocht, wel bij koeien).

Persoonlijk hebben wij daarbij ook al herhaaldelijk vastgesteld dat de drachtduur in volle zomer 2 tot 3 dagen korter is dan in de lente. Voor geboortetoezicht is dit dus ook een aandachtspunt.

Misschien toch ook waardevol om te melden is dat bij koeien en varkens vastgesteld is dat de nakomelingen, geboren onder hittesituaties, toch zelf ook beïnvloed zijn qua productiviteit en hittetolerantie, maar blijkbaar niet altijd in een eenduidige richting.

Wat kunnen we eraan doen?

Aan de klimaatopwarming op zich kan alleen op langere termijn iedereen proberen zijn/haar steentje bij te dragen. Op bedrijfsniveau kunnen we echter proberen om de impact van de hitte te temperen.

Schaduw is de eerste vereiste om de invloed van de hitte te verminderen.
Schaduw is de eerste vereiste om de invloed van de hitte te verminderen. - Foto: AC

De wetenschappers signaleren dat, als naast hittestress er bijkomende stressfactoren op de dieren inwerken, de impact in negatieve zin nog toeneemt. Optimalisatie van de houderijomstandigheden zoals het stimuleren van voederopname (die bij hitte met een kwart kan afnemen), zorgt voor een goede voederkwaliteit (bij hitte met veel droogteschade is dit niet altijd evident). Zorgen voor veel beschutting en luchtcirculatie en voor voldoende proper en fris drinkwater zijn hierbij aangewezen. Het is ook aanbevolen om in hittesituaties forse inspanningen of verre verplaatsingen voor de dieren te vermijden.

Maar als deze situatie aanhoudt, moeten we ons misschien ook qua bedrijfsvoering enkele vragen stellen: hoe vroeg of hoe laat op het jaar laten we onze ooien dekken? Zijn er rassen die zich in de hitte beter kunnen handhaven? Hoe bereiden we onze rammen voor op de dektijd? Is tijdelijke airco een optie? Moet hittebestendigheid ook een selectiecriterium worden? En bij gegroepeerde bronsten/dekkingen worden langetermijn weers-/temperatuurvoorspellingen wellicht ook een timingselement. En daarnaast is er wellicht nog ruimte voor andere (innovatieve) ideeën…

André Calus

Lees ook in Schapen

Gaia dient klacht in tegen slachthuis van Aat

Schapen Dierenrechtenorganisatie Gaia heeft een klacht met burgerlijke partijstelling ingediend bij de onderzoeksrechter in Bergen tegen het slachthuis van Aat (provincie Henegouwen). Op beelden die Gaia vrijgaf, gefilmd tussen februari en april, zijn volgens de dierenrechtenorganisatie ernstige en herhaaldelijke vormen van gruwelijke dierenmishandeling te zien.
Meer artikelen bekijken