De coloradokever op veroveringstocht in de moestuin
Wat smaken ze heerlijk, de vers geoogste nieuwe aardappelen uit de eigen moestuin. Tenminste, als de oogst gelukt is. Aardappelen in de moestuin, het is toch immers telkens weer een uitdaging: te droog, te nat, een late nachtvorst, de aardappelplaag die altijd op de loer ligt, schade door storm en hagel… En alsof dat nog niet genoeg is, duikt op sommige plaatsen een oude bekende, de coloradokever, weer massaal op.

Oplettendheid en tijdig optreden zijn nodig om schade door de coloradokever te voorkomen. Maar waar komt deze beruchte kever vandaan, waarom duikt hij steeds opnieuw op en hoe pak je hem het best aan?
De coloradokever en zijn veroveringstocht
De coloradokever (Leptinotarsa decemlineata) behoort tot de familie van de bladhaantjes, een zeer grote groep van voornamelijk bladetende kevers. Hij wordt ongeveer 1 cm groot en is duidelijk te herkennen aan de 10 overlangse zwarte tot bruinzwarte strepen op de gele dekschilden. Zijn Nederlandse naam kreeg hij omdat men dacht dat de kever afkomstig was uit de Amerikaanse staat Colorado. Oorspronkelijk kwam de kever echter alleen voor op de hoogvlakten van Mexico, waar hij vrijwel uitsluitend leefde op de stekelnachtschade (nauw verwant aan de aardappelplant), een geelbloemige distelachtige plant waarvan de zaden makkelijk in de vacht van dieren blijft hangen.
De Spaanse conquistadores namen de zaden van de plant aan de haren van hun ezels mee naar het Noorden. Samen met de plant kon ook de coloradokever noordwaarts oprukken. Dat vormde op zich geen probleem, tot de oprukkende kolonisten de aardappel introduceerden in datzelfde gebied. Op dat moment maakte de kever een opvallende overgang van de ene waardplant (stekelnachtschade) naar de andere (de aardappel). Het gevolg was een catastrofale vermeerdering van de kever op zijn nieuwe waardplant. In amper 20 jaar tijd (1850 – 1870) bereikte hij bij New York de oostkust van Noord-Amerika, van waaruit hij de oversteek maakt naar Europa. In 1935 dook de kever voor het eerst op in België.
Huidige situatie in België
In het verleden veroorzaakte de kever vaak heel veel schade, maar door allerlei maatregelen, vaak gestuurd vanuit de overheid, en het op de markt komen van geschikte insecticiden, kreeg men de plaag goed onder controle. Een van die maatregelen werd vastgelegd in het KB van 19 november 1987 en luidde als volgt: “De verantwoordelijke die de aanwezigheid van de coloradokever onder welke vorm ook vaststelt, is verplicht om onmiddellijk maatregelen te nemen tot vernietiging ervan.” Deze verplichte verdelging werd echter opgeheven in 2020. En hoewel de kever in de professionele aardappelteelt nog weinig voorkomt – als neveneffect van de bladluisbestrijding in de aardappelteelt wordt ook de coloradokever bestreden – kan hij in warme zomers, zeker als die voorafgegaan zijn door een zachte winter, toch plots massaal opduiken in de moestuin. Dan kan een gerichte bestrijding echt wel nodig zijn.
De laatste jaren zien we de aantasting door de coloradokever weer toenemen, iets wat mogelijk gerelateerd is aan de klimaatsverandering met steeds warmere voorjaren. Bij hogere temperaturen worden door deze warmteminnende kever meer eitjes afgezet (tot 800 eitjes per vrouwtje) en verloopt de ontwikkeling een stuk sneller, waardoor er zeer uitzonderlijk 3 in plaats van 2 generaties per seizoen kunnen voorkomen. Daardoor kan de de populatie op korte tijd explosief toenemen. Bovendien staat de coloradokever erom bekend om snel resistentie op te bouwen tegen insecticiden, waardoor een doordachte bestrijding des te belangrijker wordt.
Levenscyclus van de coloradokever
De volwassen kevers overwinteren diep in de bodem, soms tot 50 cm diep. Op die manier ontsnappen ze aan de strengste vorst en overleven ze de meeste winters zonder problemen. Afhankelijk van de temperatuur ontwaken de kevers vanaf april uit hun ondergrondse winterslaap en gaan ze allereerst op zoek naar voedsel en een geschikte plaats om hun eitjes af te zetten. Vaak vinden ze een ideale kweekplaats in aardappelopslag (resten van een vorige aardappelteelt) die zich als gevolg van de zachte winters goed kan ontwikkelen in graan-, maïs-, of bietenpercelen en ook vaak wordt aangetroffen in slecht onderhouden moestuinen. Na het leggen van zijn massale hoeveelheid oranjegele, ovale eitjes sterven de winterkevers geleidelijk af. Na 5 tot 20 dagen verschijnen de rode vraatzuchtige larven, die zich in 3 tot 5 weken helemaal vol vreten, om daarna in de bodem te kruipen en daar te verpoppen. Na ongeveer 2 weken komen de zomerkevers dan massaal uit de grond tevoorschijn. Afhankelijk van ontwikkelingssnelheid (temperatuursgebonden) volgt er al dan niet nog een generatie. In augustus kruipen de zomerkevers weer in de grond om daar te overwinteren.
Hoe coloradokever bestrijden?
In de moestuin kan je veel onheil voorkomen door ervoor te zorgen dat de winterkevers zich niet kunnen voortplanten. Controleer daarom het aardappelloof in april en mei regelmatig op symptomen (bladvraat) van de coloradokever. Ga desgevallend op zoek naar de kevers, vang ze af en vernietig ze (plattrappen). Controleer dan ook de onderkant van de blaadjes op eitjes en knijp ze plat of pluk de bladeren met de eitjes af en vernietig ze. Als je in dit stadium kan ingrijpen, is de kans zeer groot dat er in het verdere verloop van de teelt geen coloradokevers meer opduiken, tenzij er vanuit buurtpercelen zomerkevers opduiken. Problemen met de zomergeneratie los je het best op door de kevers af te vangen en de eitjes te vernietigen.
De kevers hebben de neiging om zich op de grond te laten vallen als de tak waarop ze zich bevinden wordt aangeraakt. Raap de kevers van de grond en verzamel ze in een potje met wat zeepwater (anders kruipen ze er onmiddellijk weer uit) en vernietig ze nadien. Zien de eitjes toch een kans om te ontluiken, dan krijg je te maken met de vraatzuchtige larven die in een mum van tijd hele planten kunnen kaalvreten. Je kan de larven proberen af te vangen, maar de kans is klein dat je ze allemaal te pakken krijgt. Bij zeer zware aantasting kan men overwegen om chemische gewasbeschermingsmiddelen in te zetten voor de bestrijding van de larven. De volwassen kever is dankzij zijn harde dekschilden minder gevoelig voor contactinsecticiden dan de jonge larven.
Insecticide als laatste reddingsmiddel
Wanneer handmatig afvangen onvoldoende resultaat oplevert en de aantasting ernstige vormen aanneemt, kan in de hobbytuin uitzonderlijk een insecticide worden gebruikt dat specifiek is toegelaten voor de bestrijding van de coloradokever op aardappelen. Lees daarbij steeds aandachtig het etiket en respecteer strikt de voorgeschreven dosis, de wachttijd vóór de oogst en de toepassingsvoorwaarden.
Het beste bestrijdingsmoment is wanneer de meeste eitjes zijn uitgekomen en de larven zich nog in hun eerste of tweede larvale stadium bevinden. Jonge larven zijn immers veel gevoeliger dan volwassen exemplaren. Zodra de larven groter worden, neemt de doeltreffendheid van veel insecticiden af, waardoor soms een tweede behandeling nodig is
Vraag bij twijfel steeds advies aan de verkoper in het verkooppunt. Deze heeft de nodige opleiding om je te adviseren bij de aankoop van het meest geschikte bestrijdingsmiddel.





