Grote verschillen tussen en binnen de percelen
Inmiddels hebben we de derde hittegolf achter de rug. Het warme weer zorgde ervoor dat het drogestofgehalte van de maïs in het LCV-netwerk gemiddeld steeg met zo’n 5,5%. We zien een sterk heterogeen beeld op de maïsvelden.

Op donderdag 13 augustus werden op de 11 locaties in het LCV-netwerk opnieuw stalen genomen voor de opvolging van de afrijping van 5 kuilmaïsrassen (tabel 1).
Meer en meer rassen oogstklaar
In de tabel kun je zien dat het ultravroege ras P7179 op zowat alle locaties oogstklaar is. Ook de vroege rassen KWS Curacao en LG32257 zijn oogstklaar op heel wat locaties. Voor de latere rassen SY Remco en SY Freyja is het beeld wisselend. Op sommige locaties lijkt er nog minimaal 2 weken marge te zijn, terwijl op andere locaties het oogstmoment eraan komt.

Locatie Sint-Niklaas verst afgerijpt
Als we naar de locaties afzonderlijk kijken, dan worden net als vorige week in Sint-Niklaas de hoogste drogestofgehaltes genoteerd. Alle rassen zijn hier hakselklaar. De maïs op deze locatie nadert het oogstmoment.
In Poperinge werd over de rassen heen de hoogste stijging (+10,9%) in drogestofgehalte genoteerd. Het ultravroege ras P7179 heeft een drogestofpercentage van meer dan 40%, het vroege ras LG32257 een percentage van 38,3%. De latere rassen SY Remco en SY Frejya halen net 30% of iets minder.
Ook in Retie hebben de vroege rassen P7179, KWS Curacao en LG32257 een drogestofpercentage van meer dan 38%. Bij SY Remco bedraagt het drogestofgehalte net geen 30%. De naburige locatie in Geel, op meer vochthoudende grond en met minder legering, laat een zelfde beeld zien, maar hier liggen de drogestofpercentages wat lager.

In Hoogstraten heeft het ultravroege ras P7179 een drogestofpercentage van 47%, wat ver boven het gewenste oogsttraject valt. De andere rassen zitten duidelijk lager in cijfers.
De locatie Achel, wat een beregend perceel is, laat de laagste cijfers zien. Het perceel rijpt duidelijk trager af dan de andere locaties.
De kolfloze maïs op het perceel in Bocholt steeg gemiddeld zo’n 1,8% in droge stof. Zoals eerder aangehaald, heeft het geen zin om zulke maïs zonder kolf nog lang op het veld te laten staan. Bij een oogst lager dan 28% droge stof moet er wel extra aandacht zijn voor het inkuilproces en voor sapverliezen.
Heterogene percelen vergen eigen aanpak
De komende dagen zijn de temperaturen milder en er zijn buien voorspeld. De maïs zal hierdoor wellicht wat trager afrijpen. Heel wat maïs is echter vergevorderd. Je percelen goed opvolgen en tijdig de loonwerker verwittigen, is de boodschap.
Veel landbouwers worden geconfronteerd met grote verschillen tussen en binnen de percelen. Het lijkt het meest aangewezen om percelen met voldoende en goed gevulde kolven te hakselen en zo een kwalitatieve kuil te maken voor het melkvee. De vraag is echter wat te doen met heterogene percelen waar zowat alle vormen van kolven voorkomen en die mogelijk al deels verdroogd zijn. Ook zijn er percelen waar een aanzienlijk deel van de maïskolven hangt, waardoor de afrijping wordt verstoord. Hakselen is één optie, maar er moet dan rekening gehouden worden met een lagere voederwaarde. Bij zulke percelen kan de mogelijkheid bekeken worden om als maïskolvenschroot (MKS) of corn cob mix (CCM) te oogsten. Op deze manier kan er toch nog een zetmeelrijk product geoogst worden. Het is aan te raden om met je voeradviseur de situatie te bekijken hoe dergelijke maïs het best in het rantsoen gevaloriseerd kan worden.





