Regen zorgt voor vertraging van de maïsafrijping
Op 20 augustus werden er opnieuw stalen genomen in het LCV-netwerk. Er restten op dat tijdstip nog 9 locaties, aangezien er intussen in Retie en Sint-Niklaas werd gehakseld.

Het weer is de afgelopen dagen veranderd. Op de meeste locaties viel er neerslag en de temperatuur schommelde tussen de 20 en 25 °C. Deze weersomslag is terug te zien in de drogestofcijfers (tabel 1).

Beperkte toename van drogestofgehalte
Waar er een week geleden nog een stijging van gemiddeld 55% werd genoteerd, is het drogestofpercentage sindsdien nauwelijks toegenomen.
De locatie Lemberge kende met 3,2% de hoogste stijging. In Lievegem, Achel en Bocholt was er quasi een status quo. Op de locatie Hoogstraten was er zelfs een duidelijke afname van het drogestofpercentage. Die daling is mogelijk te verklaren door de neerslag die er kort voor de staalname viel.
In Achel, waar de maïs is beregend, blijft de maïs trager afrijpen. Op die locatie zijn de verschillen tussen de rassen ook eerder klein. De andere locatie in Noord-Limburg, Bocholt, heeft ook lagere cijfers, maar hier hebben we te maken met kolfloze maïs.
Bekijken we de resterende locaties, dan zien we dat het ultravroege ras P7179 oogstklaar of is zelfs al te ver afgerijpt is, met drogestofpercentages hoger dan 40%.
Ook de vroege rassen KWS Curacao en LG32257 kunnen als oogstklaar beschouwd worden. Op een aantal locaties zit hun drogestofpercentage lager dan 35%, maar de afgelopen week bleef het quasi droog en men voorspelt iets hogere temperaturen. Er mag verwacht worden dat die rassen op deze locaties ook stilaan 35% zullen halen tijdens de komende dagen. Voor de latere rassen SY Remco en SY Freyja blijft het beeld wisselend. In Poperinge en Geel nadert het oogstmoment, op andere locaties halen deze rassen nog geen 30% droge stof.

Percelen met grote variatie
In de praktijk blijken binnen percelen grote verschillen te zijn in afrijping. Dit wordt visueel gemaakt in bijgevoegd kaartje, waaruit blijkt dat het drogestofpercentage varieert van circa 27 tot 40%.
De vraag is hoe hiermee om te gaan. Als bij een veldcontrole blijkt dat er binnen het perceel echt aparte delen zijn te onderscheiden, kan ervoor gekozen worden om deze apart te hakselen op een ander tijdstip. Als de verschillen pleksgewijs zijn en het moeilijk is om apart te hakselen, dan kan een goede menging helpen, hetzij bij het hakselen, hetzij bij het lossen in de kuil. De droge maïs zal dan het vocht uit de nattere delen opvangen. Alleszins moet vermeden worden dat er natte maïs onderin de kuil komt, omwille van de sapverliezen.
Daarnaast zijn er uit de praktijk ook meldingen van kuilgassen. Let op wanneer dit fenomeen zich voordoet, aangezien deze gassen toxisch en irriterend zijn.





